Fatsoen

augustus 19, 2009

In een niet zo heel ver verleden, we schrijven enkele dagen geleden, vonden in Gent de Patersholfeesten plaats. Hoewel zij het kleine broertje zijn van de Gentse Feesten en slechts drie dagen duren, zijn zij feitelijk veel plezanter. Toeristen zwalpen er u niet voor de voeten en meestal valt er geen flik te bespeuren. Al wie tijdens de Grote Feesten tot de vaste klandizie van de Vlasmarkt behoorde, geeft wél opnieuw present. De Patersholfeesten zijn ook de enige gelegenheid waarop je een Gentenaar hoort zeggen dat hij in het schoonste dorp van heel de wereld woont. Even, héél even is Gent geen stad meer.

“De Gentse Feesten voor gevorderden”, stond drie jaar geleden boven een artikel van me in de krant De Morgen. Het was een van mijn laatste geschreven wapenfeiten voor die krant, maar ik had maar mooi een bijna volledige pagina gekregen om de loftrompet af te steken over de buurt waar ik toen nog woonachtig was.

Dat artikel van 14 augustus 2006 zorgt ervoor dat ik vandaag niet veel zin meer heb om nog eens hetzelfde te doen. Ik héb al gezegd dat het middeleeuwse Patershol een dorp is binnen een moderne grootstad en dat iedereen er iedereen kent. En dat dat wreed wijs is. Ik héb er de lezers al op gewezen dat elke vergelijking tussen het Patershol en Brugge onecht is, want het Patershol lééft tenminste, zelfs al is het de meest toeristische buurt van Gent.

Oei, en nu krijg ik geheid Brugs burgemeester Patrick Moenaert op mijn dak. Die vindt het sowieso niet kunnen dat Gent zich in een reclamecampagne aanprijst als authentieker dan Brugge:

Die campagne is beledigend voor Brugge. Ik vind het totaal ongepast om een zusterstad aan te vallen om jezelf in het zonnetje te zetten. De bewering is een torenhoog cliché en ze komt van iemand die de voorbije vijftien jaar niet in Brugge is geweest.

Met die ‘iemand’ haalt Moenaert uit naar zijn ambtgenoot Daniël Termont. De Gentse burgemeester was natuurlijk niet onder de indruk en gaf de (officiële) West-Vlaamse hoofdstad in de krant De Gentenaar zelfs een bemoedigend slash beledigend schouderklopje:

Ik ben al zo vaak in Brugge geweest. Het is een aangenaam stadje en een formidabel openluchtmuseum, maar Gent is een stad waarin ook geleefd wordt.

De hele heisa deed herinneringen opborrelen aan de Slag op het Beverhoutsveld. Daar, op de grens van Beernem, Oostkamp en Assebroek, hakten de stedelijke Gentenaars op 3 mei 1382 de boerse Bruggelingen in de pan. Een strijdvaardige Termont wil die truc anno 2009 gerust nog eens overdoen:

De Bruggelingen moeten geen nieuw leger sturen, want zij zullen opnieuw het onderspit delven.

Zeker als het Gentse leger aangevoerd wordt door onze inheemse Turken! Dat zij er niet naast kloppen, werd nog eens bevestigd op de Patersholfeesten. Terwijl iedereen zaterdagnacht op zijn gemak op straat stond te zuipen, probeerden enkele Turkse Gentenaars hun vuisten in elkanders gezicht te zwieren. De slagen vlogen mij en mijn maten letterlijk om de oren.

Nu heb ik veel eerbied voor het Turkse volk. Het zijn edele mannen en vrouwen die voortreffelijke maaltijden uit hun mouwen schudden. Ten tijde van het Ottomaanse Rijk waren ze zeshonderd jaar lang een wereldmacht waartegen ge maar beter beleefd bleeft. Ook nu is er economisch en strategisch gezien een en ander voor te zeggen om Turkije op te nemen in de Europese Unie. Maar astemblieft, jongens, als ge wilt drinken gelijk dat wij hier gewoon zijn, werk dan eerst nog wat aan uw zelfbeheersing. Het is belangrijk om te allen tijde het fatsoen te bewaren, zelfs als ge stiepelzat door de straten dwaalt, niet meer wetende van welke parochie ge zijt. Volgend jaar herexamen.

Tijdens de Patersholfeesten kunt ge tot een gat in de nacht schoenen kopen in Oudburg.

Tijdens de Patersholfeesten kunt ge tot een gat in de nacht schoenen kopen in Oudburg.

Dansen op de kasseien lukt niet altijd als ge zat zijt, maar de momenten dat ge op uw benen blijft staan, zijn wreed plezant.

Dansen op de kasseien lukt niet altijd als ge zat zijt, maar de momenten dat ge op uw benen blijft staan, zijn wreed plezant.

Op de Patersholfeesten gaan sommigen gekleed in een outfit waarmee ge niet in bepaalde achterbuurten moet gaan paraderen.

Op de Patersholfeesten gaan sommigen gekleed in een outfit waarmee ge niet in bepaalde achterbuurten moet gaan paraderen.

Pieter, een autochtone Vlaming, en Nima, een Gentenaar met Iraans bloed in de aderen, discussiëren over gezichtsbeharing. 'Ik ben jaloers op uw baard, Pieter. Als ik mezelf zo'n joekel laat staan gelijk gij, denkt iedereen subiet dat ik een moslimterrorist ben. Terwijl ik niet eens gelóóf.'

Pieter, een autochtone Vlaming, en Nima, een Gentenaar met Iraans bloed in de aderen, discussiëren over gezichtsbeharing. 'Ik ben jaloers op uw baard, Pieter. Als ik mezelf zo'n joekel laat staan gelijk gij, denkt iedereen subiet dat ik een moslimterrorist ben. Terwijl ik niet eens gelóóf.' Nima, laat hem staan.

De Ouwe Volkszanger zingt een melodietje met verzen waar iedereen het raden naar heeft.

De Ouwe Volkszanger zingt een melodietje met verzen waar iedereen het raden naar heeft.

Nima zet een pokerface op terwijl de Ouwe Volkszanger in zijn oor staat te brullen en bewijst daarmee dat verdraagzaamheid van twéé kanten komt.Nima zet een pokerface op terwijl de Ouwe Volkszanger in zijn oor staat te brullen. Hij bewijst daarmee dat verdraagzaamheid van twéé kanten komt.
Niels aanhoort het baardprobleem van Nima. 'Ach, ge moet u daar niets van aantrekken, Nima. Ik laat toch ook een baard staan?' Even later moet Niels wel tot het uiterste gaan om zijn zelfbeheersing te bewaren als de fotograaf van dienst hem per ongeluk een 'neger' noemt. 'Ach, Niels, ge moet u daar niets van aantrekken. Ik ben toch ook een allochtoon?'

Niels aanhoort het baardprobleem van Nima. 'Ach, ge moet u daar niets van aantrekken, Nima. Ik laat toch ook een baard staan?' Even later moet Niels wel tot het uiterste gaan om zijn zelfbeheersing te bewaren als de fotograaf van dienst hem per ongeluk een 'neger' noemt. 'Ach, Niels, ge moet u daar niets van aantrekken. Ik ben toch ook een allochtoon?', zegt Nima troostend.

Koning David, die geen geheim maakt van zijn Joodse inborst, zit opgesloten in een kooi. 'Maar als ik hier uit geraak, zal ik zegevieren en een leider zijn voor u allen.'

Koning David, die geen geheim maakt van zijn Joodse inborst, zit opgesloten in een kooi. 'Maar als ik hier uit geraak, zal ik zegevieren en een leider zijn voor u allen.'

De Patersholfeesten zijn gedaan. Uw dienaar, tevens uw god en koning, wandelt naar huis en hoopt dat het volgend jaar even plezant zal zijn.

De Patersholfeesten zijn gedaan. Uw dienaar, tevens uw god en koning, wandelt naar huis en hoopt dat het volgend jaar even plezant zal zijn.

Terwijl wij in het Patershol genoten van vele pilsjes is 't Begin van 't Einde, de enige bruine kroeg van de Vlasmarkt, uitgebrand. Vaarwel schone lampedeirkes op den toog, vaarwel levensgevaarlijke houten wenteltrap, vaarwel gezellige donkerte. En het ergste is: er op nog geen kilometer van staan met fotocamera en al en niets gemerkt hebben.

Terwijl wij in het Patershol genoten van vele pilsjes is 't Begin van 't Einde, de enige bruine kroeg van de Vlasmarkt, uitgebrand. Vaarwel schone lampedeirkes op den toog, vaarwel levensgevaarlijke houten wenteltrap, vaarwel gezellige donkerte. En het ergste is: er op nog geen kilometer van hebben gestaan met fotocamera en al en niets gemerkt hebben.

De palingvissers

juli 31, 2009

Mijn stad dommelt in en maakt zich op voor een zomerse winterslaap. De meeste cafébazen tappen een maand lang geen pint meer en liggen tot september met hun luie kloten op het strand van de Blaarmeersen. Wie neemt hen dat kwalijk? Degenen die de Gentse Feesten ten volle meegemaakt hebben, hoor je alvast niet klagen. Zij zijn zelf aan recuperatie toe, om maar niet te spreken van maandenlange revalidatie.

Zeker wie de laatste nacht, van maandag op dinsdag, uitgezeten heeft, kan een afkickperiode gebruiken. Het was een verdomd lange nacht, die zichzelf voortsleepte tot de noen. Al wie na negen dagen nog een beetje reserve had, was erbij. Of probeerde er zo lang mogelijk bij te zijn. Sommigen haalden echter niet eens het begin. Nog voor de avond goed en wel gevallen was, passeerde ik in de Burgstraat een madam die buiten kennis op de stoep lag.

“Dat ziet er niet goed uit”, stelde ik vast.

“Is ze enigszins bij bewustzijn?”, vroeg mijn vrouw aan de twee heren die bij het bezopen lichaam stonden alsof er niets aan de hand was.

“Ze zal wel bijkomen”, antwoordde de ene.

“Kom, we zullen haar ne keer recht proberen te krijgen”, zei de andere.

De twee sjarels, zelf al niet meer bijster stevig te been, hesen de madam min of meer overeind en wisselden een blik van verstandhouding.

“Ziet ge wel, alles komt in orde”, stelde de eerste ons gerust.

“Als u het zegt, zal het wel zo zijn”, sprak ik met een diep respect voor het overlevingsinstinct van de gewone volksmens.

Een ander voortijdig slachtoffer van de Feesten was m’n maat Matthias, die de Vlasmarkt de voorbije dagen al meermaals verblijd had met zijn warme aanwezigheid. Hij gaf, tegen alle dure beloftes in, verstek op maandagavond. De gsm werd niet opgepakt, sms’jes bleven onbeantwoord, kortom: Matthias liet de laatste en belangrijkste beker van de Gentse Feesten aan zich voorbijgaan. De volgende dag stuurde hij een sms ter verantwoording:

Zorgvuldig opgebouwde maar extreme vermoeidheid én angst voor roodharige paparazo’s hebben mij vannacht vroegtijdig in mijn bed gedwongen voor een rit van 14 uur slaap. Verrader van de Feesten of blijf ik met het meeste foto’s de ster van je blog?

Als hardcore democraat annex geslepen populist zou ik het antwoord op die vraag via een internetpoll kunnen overlaten aan de lezer. Daar zie ik echter van af. Stel je voor dat Matthias een kater overhoudt aan zijn áfwezigheid. Zo gemeen wil ik op mijn jeugdige leeftijd nog niet zijn. Plus daarbij: het is niet omdat die kloefkapper er niet was dat er geen leuke plaatjes geschoten konden worden. Wat dacht hij wel? En wie zegt er trouwens dat je voor een geestig beeld volk nodig hebt tout court?

Wie met een slakom vol zelfgestookte whiskey naar de Feesten trok, bleef beter uit het zicht van de flikken. Eén man die op de stoep een potje cocktailsaus had leeggelepeld, mocht de rest van de nacht zelfs in de cel doorbrengen.

De flikken waarschuwen het volk dat slakommen vol zelfgestookte whiskey niet welkom zijn. Eén man mag de rest van de nacht in de cel doorbrengen omdat hij op de stoep een potje cocktailsaus zit leeg te lepelen,.

Los daarvan moet je op de Genste Feesten niet eens technisch onderlegd zijn om prachtige foto’s te trekken. Gewoon wachten tot iedereen zo zat is dat elk laatste restje eergevoel of zelfrespect overboord gekieperd wordt, op het juiste moment afdrukken, en meer moet dat niet zijn.

Wie bij dronkenschap makkelijk zijn zelfrespect verliest, draagt het best broeken die bestand zijn tegen de zwaartekracht.

Wie bij dronkenschap makkelijk zijn eigenwaarde te grabbel gooit, draagt het best broeken die bestand zijn tegen de zwaartekracht.

Het probleem is: wat doe je in de tussentijd, als de meeste mensen nog tamelijk nuchter zijn? Want die laatste nacht heb ik helemáál meegemaakt. Ik ben niet, zoals ik anders wel deed, om middernacht gaan slapen, zodat ik tegen 4 uur ‘fris’ richting een reeds doorzopen Vlasmarkt kon trekken. Voor de laatste nacht wou ik een respectvolle uitzondering maken. Die zou ik verdorie volledig gadeslaan, op mijn eer als telg uit het ooit zo roemrijke geslacht der Van der Mensbrugghes. Ik had de batterij van m’n fototoestel voor de zekerheid vier keer na elkaar opgeladen, de dikte van mijn notitieboekje was gedriedubbelcheckt en zou mijn stylo mij in de steek gelaten hebben, ik had mijn avonturen met mijn eigen bloed aan het papier toevertrouwd.

Om weerwerk te bieden aan de verveling kon ik gelukkig rekenen op een vaste traditie van de laatste nacht van de Gentse Feesten: het optreden van het dronken balorkest Les Cerveaux Lents in bubbelsbar de Parels. De Parels is strategisch gelegen tussen de Vlasmarkt en het Baudelopark, een fles cava kost er 20 euro en als je voor de deur op straat staat, is dat in alle comfort, want er passeert bijna niemand. Hoe toppie is dat niet?

Het enige nadeel aan de Parels is dat het er zo verdomd donker is. Dat maakt het voor een amateuristische prutser van een fotograaf als ik niet makkelijker op om de opzwepende klezmer van Les Cerveaus Lents op de gevoelige plaat vast te leggen. Zeker niet als er naast mij een sympathieke knoeier staat die voor het gemak om de twee seconden een foto pakt met zijn flits op full force.

“Excuseer, kunt u even ophouden met flitsen?”, vroeg ik beleefd.

“…”, kreeg ik als antwoord. Mijn voorkeur was nochtans uitgegaan naar: “Zeer zeker, ik kan er toch niets van, en u hebt een beter toestel, dus ga uw gang.”

Van de duust foto’s die ik van Les Cerveaux Lents gemaakt heb, zit er dus werkelijk niet één tussen die mij kan bekoren. Mijn gevoel voor esthetiek protesteert telkenmale. Gelukkig heeft mijn brein een hoge foertfactor tegenover zijn eigen meningen, en kan ik besluiten dat eentje er nog oké uitziet.

De Parels is een piepklein café waar je maar nét een klezmerorkest binnen gestampt krijgt. Gezellig is het er wel en ook buiten de Feesten kun je er in een warme sfeer cava nippen.

De Parels is een piepklein café waar je maar nét een klezmerorkest binnen gestampt krijgt. Gezellig is het er wel en ook buiten de Feesten kun je er in een warme sfeer cava nippen.

De betreffende foto zal door verdergevorderde fotografen afgebrand worden als ruim onvoldoende, maar waar waren zíj? Waarschijnlijk waar al het volk zat en niet waar er iets interessants te beleven viel. Toepen aan het smoren in het Baudelopark om hun creatieve focus op te krikken? Cocktails aan het hijsen op Polé Polé om de decolletés van dronken negerinnen te vereeuwigen? Geduldig aan het wachten bij de Duveltent tot beschonken Italianen tegen het Belfort kwamen leunen om zomaar wat in hun korte jeans te pissen? Bah, fuck that shit.

Een van mijn weinige foto's van het Braunplein met bijbehorende Duveltent. Normaal gezien passeer ik er even gehaast als de 'spoken' op de voorgrond.

Een van mijn weinige foto's van het Braunplein met bijbehorende Duveltent. Normaal gezien passeer ik er even gehaast als de 'spoken' op de voorgrond.

Neem nu die Duveltent. Er staat daar zo’n massa volk op elkaar geplet dat je zelfs geen bescheiden windje kunt lossen, de meeste aanwezigen hebben zich tegen 1 uur ’s nachts al een dubbele beroerte gedronken, reeds lang voor zonsopgang worden de tapkranen afgesloten en als er een spitburgerkot ontploft, zie ik het achteraf wel op YouTube. Geef mij maar de Vlasmarkt, zelfs al valt er vóór 4 uur geen ruk te beleven. Daar heb je tenminste de belofte op ochtendlijk amusement en in afwachting daarvan is het goed toeven in de nabijheid van saucissenkraam Bij René.

Brecht Decaestecker, mediajournalist bij De Morgen, en Arne Depuydt, grafisch vormgever bij diezelfde krant, bespreken de huidige crisis in de pers. "Het grootste gevaar komt van afvallige bloggers die het als ongeleide projectielen gemunt hebben op de powers that be."

Brecht Decaestecker, mediajournalist bij De Morgen, en Arne Depuydt, grafisch vormgever bij diezelfde krant, bespreken de huidige crisis in de pers. "Het grootste gevaar komt van afvallige bloggers die het als ongeleide projectielen gemunt hebben op de powers that be."

Je drinkt enkele ricards, je laat je een half dozijn 33′ers trakteren, je neemt foto’s van smoelwerken die zelfs te lelijk zijn om te publiceren op rotten.com, je noteert quotes gaande van “Polé Polé heeft nood aan een knuffelblanke” over ”Van alle geslachten is de vrouw het ziekst” tot “Kunst is de enige politieke keuze die je kunt maken”, en ondertussen denk je voortdurend: alstublieft, laat het snel ochtend worden. Want de ochtend maakt iets los in de geesten. Een collectieve roes van overwinning. De nacht is weer geknecht. De ridders van het duister maken plaats voor de graven van het licht.

Patrick heeft het eerste licht gezien. "Hou je camera gereed, want zo meteen wordt alles anders."

Patrick heeft het eerste licht gezien en orakelt: "Hou je camera gereed, want zo meteen wordt alles anders."

De laatste ochtend van de Feesten was het wachten zoals gewoonlijk meer dan waard. De zon had haar stralen nog niet ten volle ontplooid of allerlei sujetten, de vreemdste eerst, kwamen uit rioolputten hier en afvalcontainers daar gekropen. Ik werd er zelfs enigszins onrustig van: hoe zou ik alle markante figuranten van dit schone schouwspel kunnen portretteren vóór de batterij van mijn camera de geest gaf?

's Morgens zie je de raarste figuren opduiken op de Vlasmarkt. Dit exemplaar draagt een hoedje en omklemt een camera. Dat moet een fotograaf zijn.

's Morgens zie je de raarste figuren opduiken op de Vlasmarkt. Dit exemplaar draagt een wit hoedje en omklemt een camera. Dat moet een fotograaf zijn.

Terwijl ik mijn nabijheid controleerde op fotogenieke taferelen, kwam m’n maat James Vervenne naast me staan.

“Kèrel, ‘k è doajuust entwa geskifts gezien”, meldde James in het West-Vlaamse dialect dat ik hierna – voor mijn eigen gemak – als gewone tussentaal zal weergeven.

“Bère. Wat?”, vroeg ik geïnteresseerd.

“Een beetje verder stond er een gast te kotsen terwijl hij…”

“Aan ‘t kakken was?”, raadde ik.

“Neen! Hij was aan ‘t sms’en!”

“Huh? Dus die peet stond voor het vaderland over te geven terwijl hij maar berichtjes bleef zenden?”

“Ja, echt waar.”

“Shit, dat ik dat niet gefotografeerd heb.”

“Awel, ik dacht dat ook. Spijtig, hé.”

“We moeten misschien, euh, het een en ander ensceneren?”, zei ik, terwijl ik veelbetekenend naar James gluurde.

“Hohoho, neen, ik ga daar niet staan kotsen met mijn gsm in mijn poten”, sprak James opeens veel te nuchter.

“Damn”, vloekte ik ontgoocheld. Maar die ontgoocheling was van korte duur, want opeens bemerkte ik op twee meter van mij Emilie De Roo, een getalenteerde actrice die tevens een talent voor Gentse Feesten heeft. “Emilie, kom eens hier als je wilt. James en ik hebben een boosaardig voorstel voor je.”

“Ik ben één en al oor”, sprak Emilie zonder een greintje valse interesse . “Vertel!”

“Wel, James heeft hier zonet een tafereel aanschouwd dat we zouden willen reproduceren voor de camera”, begon ik. “James, zeg eens wat je gezien hebt.”

“Emilie, het zit zo”, stak James van wal. “Een beetje verder stond er een vent te sms’en terwijl de kots in grote gulpen uit zijn gezicht spoot.”

“Helaas was ik er niet bij om dat beeld vast te leggen”, gaf ik ootmoedig mijn falen toe. “Aangezien James twijfels heeft over zijn kwaliteiten als acteur, vragen we aan jou of je even kunt doen alsof je staat te braken terwijl je sms’t.”

“Ja!”, was de eerste, verrassend enthousiaste reactie van Emilie. Waarop meteen een dreigende blik aan mijn adres volgde: “Is het voor op je blog?”

“Euh, ja”, moest ik bekennen.

“In dat geval eis ik dat je er zéér duidelijk bij zet dat ik aan het acteren was. Maar dus zéér duidelijk, hé, of je zult je volgende Gentse Feesten niet meer meemaken.”

“Deal!”, besloot James juichend. “Kom, volg mij naar de plaats van het gebeuren!”

Bon, we hadden uiteindelijk drie pogingen nodig voor er een foto uit kwam die voor ons alledrie aanvaardbaar was. Zodra dat in orde was, dacht ik dat ik me kon gaan bezighouden met andere onderwerpen. Dat was echter buiten Emilie De Roo gerekend.

“Kom, we zijn naar mijn echtgenoot David. Toon hem die foto, en ik kijk van op een afstand toe. Ik wil zijn gezicht zien”, fluisterde Emilie samenzweerderig.

Als drie kleine kinderen die op weg waren om een dode rat in de brievenbus van mijnheer pastoor te duwen keerden we terug naar onze vaste stek voor de Kinky Star. Alras vonden we David terug, die qua rossige haarkleur niet moet onderdoen voor mij.

“David,” zei ik met een bedrukt gezicht, “ik denk dat je beter eens naar Emilie kijkt. Zie eens hoe ze op de foto staat…”

“Aha, ik zal eens kijken”, sprak David veel te enthousiast. Nietsvermoedend haalde hij een vergrootglas te voorschijn. “Toon mij die foto eens.”

David Van Belleghem, echtgenoot van Emilie De Roo, inspecteert een brok informatie waar hij in eerste instantie niet gelukkig van zal worden.

David Van Belleghem, echtgenoot van Emilie De Roo, inspecteert een brok informatie waar hij in eerste instantie niet gelukkig van zal worden.

Toen doordrong welk beeld hij voor ogen kreeg, zakte zijn enthousiasme tot onder de kasseien van de Vlasmarkt. Zijn mond viel enigszins open, zijn wenkbrauwen plooiden zich in een ongelukkige, bezorgde frons. “O, neen, fuck, waar ís Emilie?!”

Actrice Emilie De Roo doet teken naar de fotograaf: "Houd u klaar!" Zo meteen zal ze een prachtige interpretatie brengen van een kotsend meisje, maar die foto moet ik onthouden. De kans dat dat beeld een eigen leven gaat leiden en misbruikt wordt door de taliban, de protestantse kerk en andere integristische organisaties is te groot.

Actrice Emilie De Roo doet teken naar de fotograaf: "Houd u klaar!" Zo meteen zal ze een prachtige interpretatie brengen van een kotsend meisje, maar die foto moet ik u onthouden. De kans dat dat beeld misbruik zal worden door de taliban, de protestantse kerk en andere integristische organisaties is te groot.

Waarop Emilie, schijnbaar schijtezat, tegen hem kwam aanschurken. “Ik voel mij… niet zo lekker”, lalde Emilie. Wist ik niet beter, ik had me zelf laten vangen door haar acteertalent.

“Oh, shit, kom we zijn naar huis”, besloot een ontnuchterde David met grote, paniekerige ogen. Hij zocht de kortste weg naar de uitgang van de Vlasmarkt en ondersteunde zijn vrouw alvast om gindse richting uit te gaan. Tot zij natuurlijk in de lach schoot, en James en ik met haar. Wat een jolijt zo vroeg op de dag!

“Dju, even vergeten dat ik met een actrice getrouwd ben”, gaf David sportief toe. “Om het goed te maken trakteer ik jullie alledrie op Irish coffee!”

Dat vonden wij natuurlijk wreed wijs, want rondom ons zagen we iedereen met een Irish coffee en waarom zouden wij onszelf dat genot ontzeggen? ‘t Is niet dat we vrome moslims zijn, hé.

Zelfs Hadewych Van den Bossche, chef eindredactie bij De Morgen, laat zich ondanks haar voorbeeldfunctie verleiden tot Irish coffee. "Je wordt er wakker van zonder al te veel te ontnuchteren", analyseert deze hoogst intelligente dame.

Zelfs Hadewych Van den Bossche, chef eindredactie bij De Morgen, laat zich ondanks haar voorbeeldfunctie verleiden tot Irish coffee. "Je wordt er wakker van zonder al te veel te ontnuchteren", analyseert deze hoogst intelligente dame.

Voor mij kwam dat drankje overigens zeer gelegen. Ik kon elk moment gebeld worden door de jongerenzender Studio Brussel en dan helpt een dosis alcohol om te bedaren en je gedachten op een rijtje te houden.

“Vergeet zeker niet vermelden dat regisseur Hans Buyse hier nu een clip aan het draaien is”, zei Emilie.

Ik vroeg me al af waarom er opeens zoveel videocamera’s opgedoken waren. Er had zelfs een cameraman postgevat op de wc-cabine. Dat opende opportuniteiten.

“Yo, mag ik eens iets vragen”, vroeg ik aan een medewerker van het Sfeerbeheer.

“Euh, ja”, antwoordde de jongeman.

“Sta jij met je microfoontje en oortje in verbinding met je oversten?”

“Ja, natuurlijk.”

“Vraag hen eens of ze het oké vinden dat ik naast die cameraman op die wc-cabine klim.”

“Euh, voor wat is het?”

“Awel, ik zal subiet opgebeld worden door Studio Brussel en het zou wijs zijn dat ik een panoptische kijk had op de Vlasmarkt.”

“Jamaar, iedereen kan dat zeggen. Heb jij niet een of ander identificatiebewijs dat je voor de pers werkt?”, vroeg de veiligheidsjongen sceptisch. Godver, da’s nu al de tweede keer in nog geen maand tijd dat ik die vraag krijg van een securityventje.

Ik haalde vlotjes mijn perskaart te voorschijn en hij leek gerustgesteld. Ik zag hem contact maken met zijn oversten en even later kreeg ik toestemming om op het dak van de wc-cabine te klimmen. Een schoon zicht vanwaar leuke foto’s te trekken waren.

De Vlasmarkt om iets voor acht uur 's morgens, gezien van op het dak van de wc-cabine. Het volk is nog massaal aanwezig en wordt lustig gefilmd door cameralui van Hans Buyse.

De Vlasmarkt om iets voor acht uur 's morgens, gezien van op het dak van de wc-cabine. Het volk is nog massaal aanwezig en wordt lustig gefilmd door cameralui van regisseur Hans Buyse.

De camerman in kwestie kon er echter niet mee lachen. “Zeg, sta eens stil, verdomme. Mijn beeld beweegt de hele tijd”, vloekte hij.

“Oeps, sorry, ik wist niet dat dat dak zo wankel was”, verontschuldigde ik me.

Alle respect voor die mens. Belachelijk vroeg moeten opstaan om een plein vol zatlappen te filmen en dan nog eens gestoord worden in je werk door een langharig stuk vreten als ik: er zijn wijzere manieren om je dag te beginnen. Ik besloot om stokstijf te blijven staan en van de gelegenheid gebruik te maken om even te overdenken hoe machtig het wel niet was dat ik met mijn blog over de Gentse Feesten op de radar van Studio Brussel was verschenen.

Toen ik nog voor De Morgen werkte, heb ik drie jaar lang gezaagd of ik iets over de Feesten mocht schrijven, en nooit kreeg ik zelfs nog maar een duidelijk antwoord. Ik was slechts een stomme eindredacteur, weet je wel. Eindredacteurs kunnen niet schrijven. Als niemand ze op tijd zegt dat ze naar het toilet moeten, pissen en kakken ze in hun broek tot de zweren centimetersdik op hun billen staan. Neen, als je een slimme hoofdredacteur bent, zeker van een zelfverklaard onafhankelijk dagblad, dan behandel je eindredacteurs als het vuilste stuk vuiligheid dat ’s morgens op de Vlasmarkt te vinden is. Maar aha, nu ik ex-eindredacteur ben en op mezelf wat tekstjes bijeen pleur, ben ik opeens wijs en spraakmakend en mag ik het live van op de Vlasmarkt gaan uitleggen aan de hipste zender van het Vlaanderland. Laat ik daar subiet nog een Irish coffee…

Ik werd ruw uit mijn revanchistische overpeinzingen gehaald door voorbijvliegende tomaten. Vanuit een bepaalde hoek van de Vlasmarkt zoefden ze opeens onze richting uit. Het stadsbestuur en de horeca maken alleen van hun kloten als de nachtwinkels te veel alcohol verkopen, maar waarom zou een nachtwinkel in de buurt van de Vlasmarkt verdorie tomaten moeten aanbieden? Doe daar eens iets aan!

De cameraman kreeg het helemaal op zijn heupen, terwijl ik de situatie eerlijk gezegd wel plezant vond. Ik zat dan ook niet in de vuurlinie en vond beschutting achter de cameraman en zijn ongetwijfeld zeer dure materiaal. En toen belde Bram Willems van StuBru.

“Dag Tim, goede morgen. Heb je nu even tijd voor ons?”, vroeg de sympathieke presentator.

“Wel, Bram, evenzeer een goede morgen. Het zit zo: ik sta op het dak van een wc-cabine en wij worden thans bekogeld met tomaten. Mijn plan is terug contact te zoeken met de begane grond, alwaar ik beschutting zal vinden. Kun je anders binnen een minuutje terugbellen?”

“Euh, ja, natuurlijk. Geen probleem”, zei Bram een beetje van z’n stuk gebracht. “Tot zo.”

Tegen dat ik goed en wel beneden was, rinkelde m’n gsm alweer. Het werd een leuk gesprek, maar ik vind het vandaag helaas nergens meer terug op de site van Studio Brussel. Volgens objectieve getuigen klonk ik verdacht nuchter, zij het een beetje hees. Zelf vond ik mijn Gentse ‘r’ bij herbeluistering te weinig uit de verf komen. Het was verdorie precies alsof ik Germaanse had gestudeerd en na een hele nacht zuipen nog in staat was om beschaafd Nederlands over mijn lippen te krijgen. Nu heb ik wel een diploma Germaanse op zak en probeer ik altijd zolang mogelijk zoveel mogelijk onderdelen van mijn lijf onder controle te houden, maar een beetje couleur locale op het gebied van taal had beslist niet misstaan.

Maar goed, mijn three minutes of fame waren niet al te schaamtelijk. Jammer dat ik ze niet van op de wc-cabine beleefd heb, maar aan de cameraman zijn blik te zien had hij mij eigenhandig tot moes geslagen was er een tomaat tegen zijn lens gevlogen.

In plaats van zijn kadrering in de gaten te houden werpt de cameraman op de wc-cabine van de Vlasmarkt mij een boze blik toe.

In plaats van zijn kadrering in de gaten te houden werpt de cameraman op de wc-cabine van de Vlasmarkt mij nog een laatste boze blik toe.

Het was toen acht uur. Normaal begint de menigte op de Vlasmarkt dan op te lossen, onder andere omdat de muziek al stopgezet is en alle dranktenten dicht zijn. Maar op de laatste ochtend gelden er traditiegetrouw andere regels. Ook dit jaar bleven er nog Irish coffees te krijg terwijl de blekkende zon al genadeloos op de mensen neerscheen. De dj’s lieten de beats maar over de massa knallen. Wat normaal gezien pas gebeurt als er nog maximum vijftig man overblijft, kwam dinsdagochtend op gang toen er nog vele honderden aanwezig waren: iedereen geraakt met iedereen aan de klap. Allemaal zeer à l’aise. Er zijn dan bijna geen vaste groepjes meer, alleen maar losse verbanden die even snel ontbinden als ze zich vormen.

Het ene moment stond ik zelf te praten met een vijftiger die nog maar één keer in zijn leven ziek was geweest: een longontsteking nadat hij iemand had gered.

“Ik heb ook eens tweedegraadsbrandwonden op al mijn armen en benen opgelopen toen ik iemand uit een brandende auto sleurde”, vertelde de man.

“Wauw. U bent zowat het type mens dat van anderen redden zijn hobby gemaakt heeft”, zei ik onder de indruk.

“Inderdaad. Ik zal nooit perplex staan als mensen in gevaar zijn. Maar die brandende auto was wel een goede les.”

“Hoezo?”

“Zodra een auto echt in brand staat, mag je het vergeten om er nog iemand levend uit te halen.”

“Dan blijf je er beter van weg?”

“Inderdaad. Dat gaat radicaal tegen mijn instinct in, maar als het geen zin heeft…”

Het andere moment probeerde ik Bram Moony, de bezieler van de voortreffelijke rockband Moony, ervan te overtuigen om nabij de flikkencombi een moony te plegen.

“Godver, breng mij niet op ideeën”, gromde Bram.

“Oei, heb jij iets tegen flikken dan?”, vroeg ik verrast.

“Ze hebben mijn date afgepakt.”

“Neen! Hoe dat?”

“Ik stond hier te praten met een mooi blond meisje en opeens stapten er twee oproerflikken op ons af. ‘Gelieve eens mee te komen, juffrouw’, zegden ze.”

“Ai.”

“Ze begonnen haar sacoche te doorzoeken, namen haar mee en sindsdien heb ik haar niet meer teruggezien.”

“Misschien had je wel te maken met een dealster?”

“Ik had in ieder geval te maken met een date, en de flikken hebben haar afgepakt.”

“‘Hem’. Date is mannelijk.”

“Ja, maar dat klinkt zo raar. Het gaat tenslotte over een mooi, blond meisje.”

“Oké, dan laat ik ‘haar’ gewoon staan.”

“Merci.”

“Kom, laat ons vlug nog wat pintjes drinken. Straks worden we weer nuchter van al dat geleuter.”

“Mijn gedacht.”

Toch had ik de indruk dat de aanwezige flikken vriendelijke lieden waren. Ze waren dan wel volledig uitgerust met scheenbeschermers, kogelvrije vesten en robuuste matrakken, maar had ik gevraagd “Zal ik jullie allemaal een pintje halen?”, dan hadden ze zeker twee volle seconden getwijfeld voor hun opperwachtmeester de knoop zou doorhakken: “Nu nog niet, maar subiet zal ik met mijn walkie-talkie versterking vragen aan die sukkelaars van de gerechtelijke politie en we zullen in den duik dan wel wat pilsjes kraken.”

De flikken hebben er ook over gewaakt dat opgefokte toeristen niet al te veel amok konden maken. Oké, iemands oog is er nogal kordaat uitgeklopt, een Evergemse bokser-portier kreeg twee laffe messteken in zijn rug en naar ik informeel vernomen heb, moest de tandarts van wacht elke dag drie tandfracturen behandelen. Maar over het algemeen ben ik zelf niet meer fysieke agressie gewaar geworden dan anders.

Franky maakt het vredesteken. "Ik ben tegen agressie en kom daar voor uit. Zelf blijf ik weg van alcohol om de Feesten zo bedaard mogelijk te kunnen meemaken." Dat is karakter hebben.

Franky maakt het vredesteken. "Ik ben tegen agressie en kom daar voor uit. Zelf blijf ik weg van alcohol om de Feesten zo bedaard mogelijk te kunnen meemaken." Dat is karakter hebben.

In plaats van op elkaars muil te slaan is het beter om wederzijdse affectie te betonen. Dat komt de sfeer ten goede.

In plaats van op elkaars muil te slaan is het beter om wederzijdse affectie te betonen. Dat komt de sfeer ten goede.

“Er is inderdaad niet méér gevochten”, bekende Clay Vervaene, een van de leiders van het Sfeerbeheer op de Vlasmarkt.

“Toch zijn er veel doorgewinterde Feesters die beweren dat de gemoederen rapper verhit geraakten.”

“Dat klopt voor een stuk. We hebben harder ons best moeten doen om de rust te bewaren. In die zin waren het moeilijke Feesten. Ook waren de gevolgen van de vechtpartijen iets mediatieker, om het zo uit te drukken.”

“Maar bon, alles is goed gekomen.”

“Alles is goed gekomen.”

“Bedankt voor dit gesprek.”

“Bedankt om mijn woorden correct weer te geven. Ik voel mij vaak misbegrepen en dan doet het deugd dat er eindelijk eens iemand schrijft wat ik gezegd heb zoals ik het gezegd heb.”

“Dat zullen we dan wel zien over enkele dagen, als mijn blog online staat.”

“Ik kijk er al naar uit, Tim.”

Ik uitte een dankwoord vanwege zijn vertrouwen en besloot mijn licht eens op te steken aan de andere kant van de Vlasmarkt, nabij het Botramkot. Het ging er wilder aan toe dan in de buurt van de Kinky Star, onder meer omdat de vlakke zon de schedelpannen van de aanwezigen er reeds duchtig verhit had. Het Botramkot was helaas al toe, maar de uitbaters maakten wel verscheidene fotogenieke rondedansjes.

Parcifal, Nicolas en Nele zijn met hun legendarisch Botramkot de sterren van de Vlasmarkt.

Parcifal, Nicolas en Nele zijn met hun legendarisch Botramkot de sterren van de Vlasmarkt.

Nele en Nicolas plaatsen een wilde rock-'n-rolldans op de glibberige kasseien van de Vlasmarkt.

Nele en Nicolas plaatsen een wilde swing op de glibberige kasseien van de Vlasmarkt.

De bezielers van het Botramkot zijn bruisende, jonge mensen die nog vol levensvreugde steken. Het verdient respect dat zij er alweer in geslaagd zijn om onze kleine honger tien dagen lang op een duurzame, gezonde en Gentse manier te stillen. Alleen tijdens die laatste ochtend moesten wij gebruikmaken van de diensten van de concurrentie: een man van The Foodmaker kwam rond met broodjes voor één euro. Super knapperig waren ze niet meer maar desalniettemin was ik gelukkig dat ik iets in mijn molen kon draaien.

Een man komt onze honger stillen met belegde broodjes. Hopelijk krijgt hij volgend jaar geen navolging van ijsventers die zich elke dag met hun frigobox tussen het volk wurmen.

Een man komt onze honger stillen met belegde broodjes. Hopelijk krijgt hij volgend jaar geen navolging van ijsventers die zich elke dag met hun frigobox tussen het volk wurmen.

Terwijl ik de laatste resten van m’n broodje stond door te slikken, werd ik aangeklampt door twee heren die enigszins uit de jaren zeventig weggelopen leken. Dat schiep meteen een band.

“Hallo, mogen wij u iets vragen?”, vroegen ze.

“Jazeker, maar laat mij eerst mijn broodje helemaal opfretten”, antwoordde ik.

“Oké”, zeiden ze beleefd, en ze wachtten geduldig tot ik de laatste kruimels in mijn keelgat had verzwolgen.

“Klaar! Steek maar van wal”, beval ik.

“Goed”, zei de ene, die duidelijk het hoge woord voerde. “Wanneer hebt u voor het laatst paling gegeten?”

“Zowat een maand geleden, in het voortreffelijke Japanse restaurant Amatsu.”

“Aha, de Amatsu. Hier een beetje verder, in de Hoogpoort?”

“Inderdaad.”

“Daar moet je natuurlijk geen paling eten maar wel sushi of sashimi…”

“Jamaar, godverdomme”, onderbrak ik hem gestoord. “Ik heb dat dáár en élders al gegeten. Ik wou eens iets op mijn bord dat ik nog nooit van mijn leven voorgeschoteld heb gekregen, en dan kwam de paling op Japanse wijze uit de bus als meest geschikte keuze.”

“Oké, sorry, ik begrijp het.”

“Allez, ‘t is toch waar, zeker?”

“Het is waar”, boog de man deemoedig het hoofd. “Mag ik u vragen hoe die paling klaargemaakt was?”

“Natuurlijk. Als ik het mij goed herinner, betrof het met teriyakisaus gegrilde paling…”

“Op een bedje van rijst?”

“Correct!”

“Vond u het lekker?”

“Ik vond het in één woord heerlijk.”

“Wel nu, die paling hebben wij gevangen.”

“Je meent het.”

“Yep. Wij zijn van Overmere, deelgemeente van…”

“Berlare! Overmere is immers het geboortedorp van voormalig minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht, een vooraanstaand liberaal politicus met een zekere lokale verankering.”

“Dat strookt volledig met de waarheid. Wat weet u nog meer van Overmere?”

“Euh. Niets?”

De twee keken me enigszins ontgoocheld aan. “Zegt het Donkmeer, ook wel bekend als Overmere Donk, u dan werkelijk niets?”

“Ik zeg het rechtuit: neen.”

“Dat is jammer. Ziet u, Overmere Donk is het grootste meer van Vlaanderen en niemand schijnt dat te beseffen.”

“Het grootste meer van Vlaanderen? Zo vlak bij Gent? Neen, dat besefte ik niet.”

“Het Donkmeer is vooral bekend bij hengelaars. Er zwemmen heel wat uitstekende vissen rond, waaronder dus ook de paling.”

“Ik heb zelf ook eens een paling gevangen, lang geleden.”

De twee keken me blij verrast aan. “Ja? Is dat zo? Wij hadden achter u nooit een visser gezocht.”

“Ik ben er dan ook allang mee gestopt, met dat vissen. Er zijn interessantere dingen in het leven, zoals bier drinken, côte à l’os eten, teksten schrijven, foto’s trekken, bier drinken, een fimpje kijken, pokeren, bier drinken, rel schoppen en mijn vrouw liefhebben. Maar toen ik jong was, vond ik vissen sporadisch een plezante bezigheid, zeker met een cassette van Led Zeppelin in mijn walkman.”

“En die paling, hoe groot was hij?” De twee suggereerden met hun vingers iets van een twintig centimeter.

“Hola, dat is geen paling. Dát is een paling”, zei ik lichtjes verontwaardigd terwijl ik met mijn handen een paling uitbeeldde van een halve meter lang.

“En hoe dik was ie?”

“Pakweg een kleine vijf centimeter doorsnee.”

De twee floten tussen hun tanden. “Pfieuw, da’s een paling gelijk ook wij er trachten te vangen. Smaakte hij een beetje goed?”

“Eerlijk gezegd: neen. Hij smaakte te veel naar modder.”

“Waar hebt u hem dan wel gevangen?”

“In de visvijver van een oude boer. Ik was achteraf gezien allang blij dat die paling niet naar mest smaakte.”

“Wist u dat de beste palingen van het land uit het Donkmeer komen?”

“Neen, maar ik begon het op dit punt in de conversatie wel al lichtjes te vermoeden.”

“Wel, de beste palingen van het land komen uit het Donkmeer.”

“Je meent het!”

“Wij leveren paling aan heel wat restaurants in Oost-Vlaanderen. Als u ergens in de buurt een uitmuntende paling verorbert, dan kunt u er donder op zeggen dat wij hem gevangen hebben.”

“Ik zal aan jullie denken als ik nog eens een paling op m’n talloor krijg.”

“Wij danken u daarvoor.” De twee bogen respectvol het hoofd.

“Mag ik jullie dan nu verzoeken een paling uit te beelden?”

De twee deden wat hen gevraagd werd, en daarmee was de kous af.

Twee palingvissers uit Overmere beelden hun prooi uit. "De beste paling vang je bij ons in het Donkmeer." Allen daarheen!

Twee palingvissers uit Overmere beelden hun prooi uit. "De beste paling vang je bij ons in het Donkmeer." Allen daarheen!

Met die laatste conversatie had ik wel genoeg materiaal voor m’n laatste Gentse Feestenverslag, oordeelde ik. Het zou verdomd nogal een verslag worden. Als ik er slechts drie dagen aan zou tikken, zou ik al opgelucht zijn. Vandaar dat ik thans ook opgelucht ben.

Maar dit is niet het einde. De Feesten, een tiendaagse marathon van uitputting, alcoholisme en botrammen mee uufflakke zijn dan wel voorbij, de echte meesterproef voor feestvierders volgt nog. “Wadde?!”, zie ik u al vragen. Ik herhaal: de echte meesterproef voor feestvierders volgt nog. Uiteindelijk zijn de Gentse Feesten maar een langgerekte voorbereiding op een andere discipline: de sprint. Die vindt over twee weken plaats in de vorm van de Patersholfeesten.

Wie de Gentse Feesten overleefd heeft, mag zijn conditie komen bewijzen op de Patersholfeesten.

Wie de Gentse Feesten overleefd heeft, mag de conditie van zijn lever komen bevestigen op de Patersholfeesten, halfweg augustus.

Over de Patersholfeesten heb ik lang geleden eens iets mogen schrijven voor De Morgen. Het was zowat het laatste zinvolle wapenfeit dat ik voor die krant mogen plegen heb. Van de jaar zal ik er weer staan met pen en papier en fotocamera, maar dan voor mezelf. In de tussentijd onderhoud ik mijn conditie in L’heure bleue, het café bij het Sint-Jacobs dat als één van de weinige de spirit gaande houdt ná de Gentse Feesten.

Alexis heeft z'n slaapkleed reeds aan op de laatste ochtend. Zo kan hij straks rechtstreeks in zijn nest duiken.

Alexis heeft z'n slaapkleed reeds aan op de laatste ochtend. Zo kan hij straks rechtstreeks in zijn nest duiken en liggen snurken tot de Patersholfeesten losbarsten.

M'n ex-collega Bart T'Jampens heeft na bijna tien dagen Feesten nauwelijks wallen die naam waardig. "Elke dag een beetje ganzenvet aan smeren", onthult hij zijn geheim.

M'n ex-collega Bart T'Jampens heeft na bijna tien dagen Feesten nauwelijks wallen die naam waardig. "Elke dag een beetje ganzenvet aan smeren", onthult hij zijn geheim.

Op de Vlasmarkt komen de oude en de jonge generatie elkaar tegen. Toch blijft er veel wederzijds onbegrip bestaan.

Op de Vlasmarkt komen de oude en de jonge generatie elkaar tegen. Toch blijft er veel wederzijds onbegrip bestaan.

Een eenzame man in tuinbroek schreeuwt zijn levenslust uit over de Vlasmarkt.

Een eenzame man in tuinbroek schreeuwt zijn levenslust uit over de Vlasmarkt.

Een jong gezinnetje leert bij over de Vlasmarkt. Nu weten ook zij dat er op de laatste dinsdag van de Gentse Feesten tot de noen geen doorkomen aan is.

Een jong gezinnetje leert bij over de Vlasmarkt. Nu weten ook zij dat er op de laatste dinsdag van de Gentse Feesten tot de noen geen doorkomen aan is.

Adrien en zijn vader Edmond Cocquyt sr. Senior is als deken van de Veldstraat en vice-prezedent van de Gentsche Sosseteit even vooraanstaand als de burgemeester zelf.

Vast gezicht op de Vlasmarkt Adrien en zijn vader Edmond Cocquyt sr. Edmond senior is als deken van de Veldstraat en vice-prezedent van de Gentsche Sosseteit even vooraanstaand als de burgemeester zelf.

Deze vagebond is in slaap gesukkeld nog voor hij zijn sigaret kon aansteken. Wie is er zo goed om hem alsnog een vuurtje aan te bieden?

Deze vagebond is in slaap gesukkeld nog voor hij zijn sigaret kon aansteken. Wie is er zo goed om hem alsnog een vuurtje aan te bieden?

Een man komt eens naar het laatste restje Feesten kijken. "Is dat nu de Vlasmarkt? Is dat nu het moment waar iedereen bij wil zijn? Een hoop zatte saucissen die met moeite nog op hun benen kunnen staan en zich seffens in slaap zullen kotsen? Awel, merci, zulle."

Een man komt naar het laatste restje Feesten kijken. "Is dat nu de Vlasmarkt? Is dat nu het moment waar iedereen bij wil zijn? Een hoop zatte saucissen die met moeite nog op hun benen kunnen staan en zich seffens in slaap zullen kotsen? Awel, merci, zulle."

Twee jongens uit Scheldewindeke. Jeroen is nog tamelijk nuchter, Thierry wil liever anoniem op de foto. "Hij ziet er nog altijd een beetje vaal in het gelaat uit doordat hij enkele weken geleden de sim-kaart van zijn gsm heeft ingeslikt", leggen zijn vrienden uit.

Twee jongens uit Scheldewindeke. Jeroen is nog tamelijk nuchter, Thierry wil liever anoniem op de foto. "Hij ziet er nog altijd een beetje vaal in het gelaat uit doordat hij enkele weken geleden de sim-kaart van zijn gsm heeft ingeslikt", leggen zijn vrienden uit.

Als je 's ochtends ronddwaalt op de Vlasmarkt, is het altijd opletten dat je niet over achteloos weggesmeten afval struikelt.

Als je 's ochtends ronddwaalt op de Vlasmarkt, is het altijd opletten dat je niet over achteloos weggesmeten afval struikelt.

Sebastian is de RoboCop van het Sfeerbeheer. Met hem valt niet te spotten.

Sebastian is de RoboCop van het Sfeerbeheer. Met hem valt niet te spotten.

Tot zijn laatste snik waakt Sebastian over onze veiligheid. Beschermd door een hard pantser valt het niet mee tot hem door te dringen.

Tot zijn laatste snik waakt Sebastian over onze veiligheid. Beschermd door een hard pantser valt het niet mee tot hem door te dringen.

Ondanks zijn genetisch ingebakken stoerheid toont Sebastian onder de juiste omstandigheden zijn menselijke kant.

Ondanks zijn genetisch ingebakken stoerheid toont Sebastian onder de juiste omstandigheden zijn menselijke kant.

Yves, met voorsprong de oudste punker van de Fiere Stede, heeft zonet een jonkvrouw aan de haak geslagen.

Yves, met voorsprong de oudste punker van de Fiere Stede, heeft zonet een jonkvrouw aan de haak geslagen.

Achter de schermen is het personeel van de Charlatan al begonnen aan de traditionele after-party, die in alle beslotenheid vaak enkele dagen aansleept.

Achter de schermen is het personeel van de Charlatan al begonnen aan de traditionele after-party, die in alle beslotenheid vaak enkele dagen aansleept.

De Vlasmarkt-dj's hebben hun platencollectie allang aan de wilgen gehangen, maar mensen blijven voort dansen op het ritme van hun eigen handgeklap.

De Vlasmarkt-dj's hebben hun platencollectie allang aan de wilgen gehangen, maar mensen blijven dansen op het ritme van hun eigen handgeklap.

Mijn laatste blik op de Vlasmarkt. Kust allemaal mijn kloten en tot volgend jaar!

Mijn laatste blik op de Vlasmarkt. Kust allemaal mijn kloten en tot volgend jaar!

Relatietherapeute

juli 27, 2009

Sinds vanochtend ben ik openlijk fan van het toeval.

De eerste quote die ik vanochtend heb opgeschreven, luidde als volgt: “Goh, heteromannen zijn zó gemakkelijk te krijgen.” De uitspraak kwam uit de mond van het een of andere juffertje dat met haar vriendin langs de Ajuinlei liep. Haar is een gulden toekomst als relatietherapeute gegund, een beroep waar zeker tijdens de Gentse Feesten veel poen mee te scheppen valt.

Het laatste citaat dat ik haastig neergekrabbeld heb in mijn notitieboekje, is er één van Renzo Van Rijckegem, een ex-collega van bij De Morgen. Renzo keek op een gegeven ogenblik om zich heen en zuchtte: “Dju toch, het loopt hier vol lekkere wijven die ik nooit zal kunnen krijgen.”

Schoon, hé? Ik hoop dat het juffertje van de Ajuinlei en die opperbeste Renzo elkaar vinden, en waarom niet via dit schrijven?

Verder valt er voor de verandering weinig te melden. Daarbij heb ik nu geen tijd om nog veel woorden op het internet te lozen, want zo meteen vertrek ik naar een pokeravond bij m’n maat Matthias. Aldaar zullen wij ons op gepaste wijze voorbereiden op de beruchte allerlaatste nacht van de Gentse Feesten. Het langgerekte verslag leest u morgen.

M'n maat Nima, een Kortrijkzaan van Perzische komaf, vrolijkt het aperitief op met een paar shotjes vodka. Even later wordt er spontaan geklonken op het idee van een Indo-Europese Unie.

M'n maat Nima, een Kortrijkzaan van Perzische komaf, vrolijkt het aperitief op met een paar shotjes vodka. Even later wordt er spontaan geklonken op het idee van een Indo-Europese Unie. Op de achtergrond blinkt het Sint-Jacobs.

David Bratzlavsky en Peter Moerenhout, twee maten die ondanks alles overeind blijven, uiten hun broederschap op de Vlasmarkt.

David Bratzlavsky en Peter Moerenhout, twee maten die ondanks alles overeind blijven, uiten hun broederschap op de Vlasmarkt. "Ook wij zijn kerels waar je maar beter rekening mee houdt."

Wat in de jaren tachtig begon als een onschuldig nektaptijtje is thans uitgegroeid tot volwaardig tapisplein.

Wat in de jaren tachtig begon als een onschuldig nektaptijtje is thans uitgegroeid tot volwaardig tapisplein.

De dame op de affiche van de Charlatan heeft anders ook ervaring met kamerbreed tapijt.

De dame op de affiche van de Charlatan heeft anders ook ervaring met kamerbreed tapijt.

Deze jongeman heeft er zich van verzekerd dat zijn bier niet uit zijn pollen zal kletsen.

Deze jongeman heeft er zich van verzekerd dat zijn bier niet uit zijn pollen zal kletsen. Met een Maes is dat pertank geen groot gemis.

Frederik Sioen, frontman van de Gentse popgroep Sioen en tevens gast-dj in de Charlatan, slalomt met zijn platencollectie tussen de zatlappen van de Vlasmarkt.

Frederik Sioen, frontman van de naar hem genoemde Gentse popgroep Sioen en tevens gast-dj in de Charlatan, slalomt met zijn platencollectie tussen de zatlappen van de Vlasmarkt.

De een of andere sjarel kruipt op een vuilnisbak en waant zich almeteens op het hoofdpodium van Rock Werchter.

De een of andere sjarel kruipt op een vuilnisbak en waant zich almeteens op het hoofdpodium van Rock Werchter.

Vuinisbakken dienen niet alleen als podium maar eveneens als tamtam. De beats of waste zwepen de indommelende massa op.

Vuinisbakken dienen op de ochtendlijke Vlasmarkt niet alleen als podium maar eveneens als tamtam. De beats of waste zwepen de indommelende massa op.

Flikken vinden het niet wijs als zatlappen spontaan beginnen te roffelen op vuilnisbakken. "Hou daarmee op, of ik gebruik uw líjf als tamtam!"

Flikken vinden het niet wijs als dronkaards spontaan beginnen te roffelen op vuilnisbakken. "Hou daarmee op, of ik gebruik uw líjf als tamtam!"

Sommige mensen zijn op alles voorbereid. Deze manspersoon had alvast z'n plooistoel mee om ter plekke zijn roes uit te slapen.

Sommige mensen zijn werkelijk op alles voorbereid. Deze manspersoon had alvast z'n plooistoel mee om ter plekke zijn roes uit te slapen.

Het Botramkot ligt er geheel en al verlaten bij. Met al die vuiligheid voor hun deur rijzen er wel vragen over de hygiëne van de botrammen mee uufflakke.

Het Botramkot ligt er geheel en al verlaten bij. Met al die vuiligheid voor de deur rijzen er wel vragen over de hygiëne van de botrammen mee uufflakke.

Twee werknemers van Ivago verbrodden het tapijt van vuiligheid waar mijn drinkebroers en ik een hele nacht aan gewerkt hebben.

Twee werknemers van Ivago verbrodden het deken van vuiligheid waar mijn drinkebroers en ik een hele nacht aan gewerkt hebben.

Pisbal

juli 26, 2009

Na acht dagen Gentse Feesten beginnen ze het door te hebben, mijn maten. Ik sta op de Vlasmarkt voor het saucissenkraam – met dé kraam moeten ze bij mij niet afkomen – en besluit dat het de moment wordt om eens iets te schrijven in de tegenwoordige tijd. Pertank is de tegenwoordige tijd een periode waarin er de mensen veel ellende wordt aangedaan. Vroeger was alles beter, mede dankzij de nostalgie en de selectieve vergetelheid. ”Ja, fuck, alles wat we tegen u zeggen, verschijnt straks allicht op uw blog”, zegt m’n maat Thomas, die daarmee een vermoeden verwoordt dat ook bij de rest is beginnen te rijzen.

“Inderdaad. Zo voer ik mijn eigen kleine oorlog tegen het koesteren van valse herinneringen”, zeg ik.

“In dat geval moogt ge op uw blog schrijven dat ik een kerel ben waarmee men maar beter rekening houdt”, beslist Thomas voor me.

“Dat zal ik doen”, beloof ik naar waarheid. Dat ik de waarheid hier en daar een beetje aandik, lijkt me het vermelden niet waard.

“Jamaar, serieus, hé! Ik moet ‘t niet weten dat ge afkomt met van die ironische onderschriften bij foto’s zodat ik voor de rest van m’n leven als een grote schaamlijkaard op het internet sta.”

Thomas Steurbaut is een kerel. "En niet zomaar een kerel. Een kerel waar je rekening mee moet houden."

Thomas Steurbaut is een kerel. "En niet zomaar een kerel. Een kerel waar je rekening mee moet houden."

Thomas Steurbaut is een kerel. "En zomaar, hé. Een kerel... die de rekening... waarmee, dinges... enfin, ge weet wel."

Thomas Steurbaut is een kerel. "En, euh, zomaar, hé. Een kerel... die de rekening... waarmee, dinges... enfin, ge weet wel."

“Ge moogt gerust zijn”, zeg ik sussend, en neem nog maar eens een foto die ik enigszins buiten zijn context volledig tot zijn recht zal laten komen.

“Ik wil ook niet dat ge een dialoog ent op één losse uitspraak van mij en dat ge er vervolgens nog van alles bij verzint om te eindigen bij een groteske aanfluiting van de dingen zoals ze waren.”

“Thomas, ge zijt een kerel met wie ik rekening houd.”

“Ik zweer het: als ge mij bedot, breek ik uw lijf.”

“Zoudt ge?”

“Ja, ik heb al mensen pijn gedaan in mijn leven. Op een heel fysieke manier.”

“Vertel.”

“Ik ben er eerlijk gezegd een beetje beschaamd over.”

“Ach, onder vrienden hoeft er geen schaamte te zijn. Wederzijdse confidentie houdt ons mentale welzijn in check.”

“Wel, ooit heb ik eens iemand zijn neus gebroken en hem daarna in de vuilnisbak gesmeten.”

“Die neus of die gast?”

Voor Thomas kan antwoorden, beginnen er achter ons enigste peten op elkaars wezen te kloppen. Aan de dialecten te horen betreft het een groepje losgeslagen Antwerpse randdebielen die enkele jongens uit Lokeren fysiek proberen te mismeesteren. Ik smijt er mij tussen, tot tweemaal toe, met redelijk succes, want de agressor laat zijn prooi zijn en keert zich tegen mij: “Moet iek eens oep uw bakkes slagen, of wa, gàst?” Hij fladdert daarbij enigszins met zijn hand, die halfzacht mijn muil raakt.

“Wees kalm en keer terug naar uw marginaal provinciestadje”, repliceer ik bedaard, maar voor ik mijn deel van de dialoog kan beëindigen, is het Antwerpse heethoofd al tegen de muur gekwakt door een politieagente die zeker een kop kleiner is dan hem. Bon, vrouwen slaan is schaamtelijk, maar door een vrouw die kleiner en fijner is dan u tegen een muur geplet worden is nog duust keer schaamtelijker, zeker als ge een Antwerpse dikkenek zijt die voor het minste met zijn handjes in het rond begint te zwieren.

‘t Was natuurlijk te peizen dat er spel zou zijn. Elk jaar loopt er in de nacht van zaterdag op zondag veel meer opgefokt volk rond dan dat ge kunt verdragen. Idioten van ver buiten Gent die zich in het laatste weekend van de Gentse Feesten eens willen bewijzen. Machoklootzakken met een kleine penis die hun onzekerheid op fysieke manier proberen te uiten en te dom zijn om te beseffen dat het voor iedereen aangenamer is als ze de rust bewaren. Daarom ben ik dan ook niet verbaasd dat de een of andere vriendelijke mijnheer in de loop van de nacht zijn oog heeft verloren. Want zo zal ik straks lezen als ik thuis arriveer en het nieuws van de tegenwoordige tijd controleer op www.standaard.be:

Man verliest oog bij vechtpartij op Gentse Feesten

  • zondag 26 juli 2009
  • Auteur:Nicholas Lataire

Knokpartij op Braunplein loopt uit de hand — GENT – Een vechtpartij op het Emile Braunplein in Gent is vorige nacht stevig uit de hand gelopen. Eén van de betrokkenen verloor daarbij zijn oog.

‘t Is pertank simpel. Als ge in Gent zijt, doe dan gelijk de Gentenaars doen. Wees à l’aise, want daar geraakt ge het verst mee. Voor de jonge lezers: ‘à l’aise’ betekent zowat hetzelfde als ‘chill’. En à l’aise zijn betekent niet dat ge rustig moet toekijken als er enigste kerels op elkanders muil beginnen te dessen. Ge moogt u daar gerust mee moeien, want op de Gentse Feesten zijn de flikken dan wel nooit veraf, soms komt het aan op seconden voor er gewonden vallen. Probeer op zijn minst om de kemphanen uit elkaar te houden.

Toch moet ik toegeven dat het me spijt dat ik tussenbeide gekomen ben. Ik had verdorie beter wat foto’s genomen van die klojo’s, zodat ik ze met hun dom wezen op mijn blog kon zetten. Dat ze in het vervolg godverdomme een andere plaats dan mijn schone stad uitzoeken om elkaar nog verder de debiliteit in te kloppen. Bij deze: alle Antwerpenaars met een peniscomplex, blijf gerust in uw eigen stad. Grow the fuck up, en kom dan eens terug.

Gentenaars komen naar de Vlasmarkt om zich te amuseren in goed gezelschap. Ze plaatsen een dansje, ze drinken rustig een cola of een biertje en verder vergeten ze even al hun zorgen.

Gentenaars komen naar de Vlasmarkt om zich te amuseren in goed gezelschap. Ze plaatsen een dansje, ze drinken rustig een cola of een biertje en verder vergeten ze even al hun zorgen.

Ik had vooraf nog zo gehoopt dat ik tegen dat ik op de Vlasmarkt zou arriveren geen last meer zou hebben van de zaterdagse toeristen. Maar mijn ergernis begon al op nog geen driehonderd meter van mijn deur. Het was zowat kwart na vijf en ik toog op pad richting centrum. De zon lag nog even te soezen onder de horizon en ik besloot het landschap vast te leggen met m’n trouwe Sony.

De Koning Albertbrug op het moment dat de ochtend langzaam begint te gloren. Uw dienaar, tevens uw god en koning, vertrekt naar de Vlasmarkt.

De Koning Albertbrug op het moment dat de ochtend langzaam begint te gloren. Uw dienaar, tevens uw god en koning, vertrekt naar de Vlasmarkt.

Vlak nadat ik afgedrukt had voor een tweede versie van dezelfde foto hoorde ik gegiechel en een plons. Ik draaide me om en zag hoe twee broekventjes van een jaar of twintig, naar ik vermoed van Vlaams-Brabantse origine, zich in de Leie aan het ontdoen waren van hun last. Aldus geformuleerd kan het lijken alsof ze over de reling van de Albertbrug zaten te kakken, maar de waarheid was nog iets wraakroepender. Op hun tocht  van – neem ik voor het gemak aan – de Duveltent terug naar het station hadden de twee allerlei velowielen, een plastieken tuinstoel en een paar verkeersborden mee gegraaid. Al die objecten, waar eerlijke, hardwerkende mensen voor betaald hebben, kieperden ze gewoonweg in het water, dat de laatste jaren eindelijk een beetje properder aan het worden is.

Nu was ik pas enkele minuten wakker en ik had echt nog geen goesting om al meteen de lastige buurtbewoner uit te hangen. Maar het heeft me verdorie toch zeer gestoord wat die twee daar uitspookten. Misschien dat ik daarom tussenbeide kwam bij het gevecht op de Vlasmarkt: ik had iets goed te maken met mezelf. Mijn eigenwaarde was daarmee gered, en nog wel in het aanschijn van het saucissenkraam.

“… vuilnisbak helemaal overhoop gehaald”, hoor ik m’n maat Thomas nog net zeggen als de rust is wedergekeerd op de Vlasmarkt.

“Ik had verdorie beter wat foto’s genomen van die klojo’s, zodat ik ze met hun dom wezen op m’n blog kon zetten”, mompel ik afwezig.

“Zeg, Tim, maar die foto van mij, die ene, die gaat ge toch echt niet gebruiken, hé?”, vraagt Thomas me bezorgd. “Allez, ik ben daar nogal gevoelig aan, en zo. Plus daarbij, hebt ge mijn wallen al eens gezien?”

“Ach, die vallen best mee.”

“Jamaar, neen, serieus, dat is echt geen representatief beeld van mij. Die eerste was wijs, maar die laatste, daar kan…”

“Hela, Tim, zet ons eens op foto!”, onderbreekt m’n maat Matthias autoritair.

Matthias en zijn schoonbroer Bart, eveneens een maat van me, staan reeds te poseren voor ik mijn fotoapparaat boven kan halen. Het vergt verschillende shots voor ze doorhebben dat ze hun ogen moeten openhouden als ik afdruk. Zo kan een mens bezig blijven, terwijl hij beter een pintje zou drinken en een botram mee uufflakke zou eten.

Mijn maten Matthias en Bart. Matthias zit even op een andere frequentie.

Mijn maten Matthias en Bart. Matthias zit even op een andere frequentie.

Mijn maten Matthias en Bart. Matthias is even niet bij de les.

Mijn maten Matthias en Bart. Matthias is even niet bij de les.

Mijn maten Matthias en Bart. Eventjes, heel eventjes maar, zit Matthias elders met zijn gedachten.

Mijn maten Matthias en Bart. Eventjes, heel eventjes maar, zit Matthias elders met zijn gedachten.

Mijn maten Matthias en Bart. Aha, denkt Matthias, eindelijk heb ik door hoe het werkt! Ondertussen geraakt Bart even uit z'n element.

Mijn maten Matthias en Bart. Aha, denkt Matthias, eindelijk heb ik door hoe het werkt! Ondertussen verliest Bart even, slechts heel even, zijn concentratie.

Mijn maten Matthias en Bart. Het zijn goede jongens die aantonen dat oefening niet per se kunst baart, maar toch in ieder geval vooruitgang.

Mijn maten Matthias en Bart. Het zijn goede jongens die aantonen dat oefening niet per se kunst baart, maar toch in ieder geval vooruitgang.

Zo kabbelt de ochtend rustig voort. Om de haverklap wil er een nieuwe maat op de foto en meestal sleuren zij anderen mee in het verderf. Daardoor zie ik weinig van wat er verder allemaal gebeurt op de Vlasmarkt. Dat is niet erg. Het ergste hebben we met dat schaamtelijke gevecht al gehad en de rest heb ik de vorige dagen ruimschoots meegemaakt. Vaak gaat het dan om geïnspireerde gesprekken met volstrekt onbekenden waar je voor de gezelligheid wel even tijd voor maakt. Dat levert conversaties op als:

“Wat vindt gij van Brian Wilson?”

“Pff, voor rammelrock ça va nog.”

“Allez, een schijfje Brian Wilson, dat gaat er toch altijd in?”

“Geef mij dan toch maar een schel paardenworst van Boulogne.”

Geef toe: dat is best sympathiek. Het moet niet altijd over de kredietcrisis of de teloorgang van de interpersoonlijke solidariteit gaan. Er mag al eens een flauwe grap verteld worden, niemand die dat erg vindt. En mocht het voorvallen dat iemand een beetje begint te zagen, dan excuseer je je toch vriendelijk en ga je even elders staan.

M'n maat Matthias en m'n ex-collega Freek Smets. Ooit was de heer Smets net als ik werkzaam bij De Morgen. Hij heeft er een permanente stoornis aan zijn oogleden aan overgehouden.

M'n maat Matthias en m'n ex-collega Freek Smets. Ooit was de heer Smets net als ik werkzaam bij De Morgen. Hij heeft er een permanente stoornis aan zijn oogleden aan overgehouden.

Je komt op de Vlasmarkt steevast bekenden tegen die je al een hele tijd niet meer gezien hebt. Vaak zijn het zelfs mensen die je alleen maar van op de Vlasmarkt kent. Bevorderlijk voor onthouden der namen is dat allemaal niet, maar geen hond die daarom maalt. In ieder geval zal ik volgend jaar dankzij mijn eigen blog nog weten wie Pol is.

M'n maten Thomas Steurbaut en Dokter Lowie op de foto met Pol, een sympathieke stadsgenoot die ons ongetwijfeld nog veel kan bijleren over de weldaden van het socialisme.

M'n maten Thomas Steurbaut en Dokter Lowie op de foto met Pol, een sympathieke stadsgenoot die ons ongetwijfeld nog veel kan bijleren over de weldaden van het socialisme.

Dokter Lowie doet aan klantenbinding. Thomas Steurbaut hangt in de achtergrond de kerel uit met wie je maar beter rekening houdt.

Dokter Lowie doet aan klantenbinding. Thomas Steurbaut hangt in de achtergrond de kerel uit met wie je maar beter rekening houdt.

Zijn het Gentse Feesten? Dan kan het niet missen dat Dokter Lowie zijn zuster Eline nog eens tegenkomt op de Vlasmarkt.

Zijn het Gentse Feesten? Dan kan het niet missen dat Dokter Lowie zijn zuster Eline nog eens tegenkomt op de Vlasmarkt.

Enkele uitgelaten Ieren vergeten even dat de kredietcrisis hun land met volle kracht getroffen heeft.

Enkele uitgelaten Ieren vergeten even dat de kredietcrisis hun land met volle kracht getroffen heeft.

Gert Boel, een jongeman van onduidelijk komaf, durft niet te poseren met m'n maten. Wel gaat hij graag op de foto met het aardoppervlak, dat moederlijk zijn lendenen ondersteunt.

Gert Boel, een jongeman van onduidelijke komaf, durft niet te poseren met m'n maten. Wel gaat hij graag op de foto met het aardoppervlak, dat moederlijk zijn lendenen ondersteunt.

Hier kunnen opgefokte provincialen nog iets van leren: Feestengangers die hun roes rustig op straat uitzweten, onderwijl genietend van een deugddoend zonnetje.

Hier kunnen opgefokte provincialen nog iets van leren: Feestengangers die hun roes rustig op straat uitzweten, onderwijl genietend van een deugddoend zonnetje.

Het is na negen uur. De zon brandt in onze nek. Ik heb m’n Ray Ban al uren op, maar m’n maten voelen hun oogballen bijna uit hun kassen smelten.

“De zon is de vijand”, beslist m’n maat Matthias. “Tenzij je kanker wilt krijgen natuurlijk. Maar voor ons, slimme mensen die af en toe een pintje te veel drinken, is de zon een dikke, gele pisbal die ooit de aarde zal opslokken.”

“Zal dat niet nog een paar miljard jaar duren?”, werp ik op.

“Oké, Tim, dat zal nog een paar miljard jaar duren”, raakt Matthias stilaan weer op dreef. “Maar tegen dan zal de mensheid er allang niet meer zijn. Over honderd jaar vergaat de wereld. Door de stijgende waterspiegel zal er een klimaatoorlog uitbreken die de mensheid fataal zal worden.”

“We zouden met andere woorden beter stoppen met baby’s op deze planeet te zetten?”

“U voortplanten is inderdaad crimineel. Al wie nu nog kiest voor een kind, is eigenlijk een bandiet. Vraag het aan alle geologen.”

“Geologen?”

“Jamaar, zeg, Tim, dat stuk van ‘vraag het aan alle geologen’ heb ik gezegd in verband met de gele pisbal die de aarde op termijn zal slokken. Gelieve je aan de dialoog te houden zoals hij was.”

“Sorry.”

“Kom, we gaan een after-party organiseren bij mij thuis. Fucking zon godverdomme”, besluit m’n maat Matthias de achtste Gentse Feestennacht kordaat. Daar valt weinig tegenin te brengen.

De mannen van Ivago doen een berg afval als sneeuw voor de zon verdwijnen met een reusachtige stofzuiger. Matthias Debusschere steekt ze een welgemeend hart onder de riem.

De mannen van Ivago doen een berg afval als sneeuw voor de zon verdwijnen met een reusachtige stofzuiger. Matthias Debusschere steekt ze een welgemeend hart onder de riem.

Enkele stadsgenoten zijn halverwege hun terugtocht naar de Muide gestrand op de stoep. Matthias Debusschere geeft ze nieuwe moed.

Enkele stadsgenoten zijn halverwege hun terugtocht naar de Muide gestrand op de stoep. Matthias Debusschere geeft ze nieuwe moed.

Matthias Debusschere leunt tevreden achterover. "Het was plezant, we hebben ons geamuseerd, nu nog wat pintjes drinken, daarna een vette pasta in mijn molen draaien en vooral maken dat we fit geraken tegen maandagavond."

Matthias Debusschere leunt tevreden achterover. "Het was plezant, we hebben ons geamuseerd, nu nog wat pintjes drinken, daarna een vette pasta in mijn molen draaien en vooral maken dat we fit geraken tegen maandagavond."

Ricardistar

juli 25, 2009

Het is allemaal niet gemakkelijk in ‘t leven. ’s Nachts is er geen sprake van dat er na regen zonneschijn komt. De Heer wikt en weegt, heeft van elk Zijn getal nodig en mompelt: “Het speelt al geen rol in cowboyfilms, als ze maar een hoed op hebben.” En ondertussen sluipt de elfdaagse van de Vlasmarkt stilaan naar z’n einde. Gelukkig lijdt mijn kater nog altijd aan vergevorderde procrastinatie en wil ik wel nog eens zien dat uitstel niet tot afstel hoeft te leiden.

Tegenwoordig maakt het zelfs niet meer uit wat en hoeveel ik drink: bij het wakker worden, zelfs na één uur slaap, voel ik me altijd toppie. Met dank aan de lichamelijke constitutie die ik via m’n genen mocht overerven. Het enige waar ik me soms een beetje zorgen over maak als ik op pad ben, is dat mijn fototoestel door de regen zal kortsluiten, met een permanent defect tot gevolg. Maar juist omdat ik dat apparaat altijd met me meezeul, laat ik m’n regenscherm thuis: een mens moet toch minstens één hand vrij houden om z’n drankje vast te grijpen. Plus daarbij: een paraplu zou niet passen bij mijn zorgvuldig geboetseerde imago van nonchalante woesteling. Laat anderen maar voor mobiel onderdak zorgen.

Je zou het niet verwachten van een bende geroutineerde zuipschuiten maar ook zij zijn tegenwoordig in zeker mate praktisch ingesteld: zodra het druppelen gaat, rijzen velerlei paraplus als paddestoelen boven de massa.

Je zou het niet verwachten van een bende geroutineerde zuipschuiten maar ook zij zijn tegenwoordig in zekere mate praktisch ingesteld: zodra het druppelen gaat, rijzen velerlei paraplus als paddestoelen boven de massa.

Gisterenochtend was de regen zelfs een goed excuus om de beschutting van de koer van de Charlatan nog eens op te zoeken. De toegangsprijs bedroeg 5 euro, wat beslist geen democratisch prijsje is. Doch, pak dat de betreffende oase van rust voor iedereen toegankelijk was, zou zij haar charme kwijtspelen. Op de koer van de Charlatan heb je tenminste de luxe om van je drankje te drinken zonder dat er voortdurend lompe boeren tegen je lopen. Als je een pintje vast hebt, is het nog geen ramp als de helft op de straatstenen kletst, maar een white russian prefereer ik ongestoord te nuttigen, niet tussen een kolkende massa.

Als je al nachtenlang bier uit plastieken bekers of half gekoelde blikjes drinkt, komt een white russian over als een aannemelijk godsbewijs.

Als je al nachtenlang bier uit plastieken bekers of half gekoelde blikjes drinkt, komt een white russian over als een aannemelijk godsbewijs.

Terwijl je buiten op de Vlasmarkt geen scheet kunt laten zonder dat minstens twintig mensen geurhinder ondervinden, verschaft de koer van de Charlatan een persoonlijke ruimte die je gerust als comfortabel kunt omschrijven.

Terwijl je buiten op de Vlasmarkt geen scheet kunt laten zonder dat minstens twintig mensen geurhinder ondervinden, verschaft de koer van de Charlatan een persoonlijke ruimte die je gerust als comfortabel kunt omschrijven.

Er lopen wel nogal wat snobs rond. Zo was er een Brusselaar die het plezant vond om eens in Gent te zijn, maar die uiteindelijk toch blij was dat hij in “de enige echte stad van België” woonde. Brussel een stad? In een gebied dat met moeite een voetbalveld groot is, loopt het vol geïmporteerde Vlamingen die zich maar blijven beroemen op hun grootstedelijke mentaliteit en hun landelijke roots voortdurend afbranden. En zodra je vijftig meter van de Dansaertstraat verwijderd bent, zie je bijna niet anders dan plattelandsvolk dat vanuit de hele wereld naar de Europese hoofdstad overgevlogen is. Gemakkelijk kiesvee voor de goddeloze socialisten van de PS.

Brussel zou met zijn 70.000 studenten (bron: Vlaamse overheid) het Belgische en Vlaamse epicentrum van open-mindedness kunnen zijn. Van die 70.000 zijn er slechts 23.000 die ingeschreven zijn bij een Nederlandstalige instelling. Aan de Universiteit Gent alleen al zijn er daarentegen 32.000 studenten ingeschreven (bron: UGent). Tel daar de hogeschoolstudenten bij en je komt aan bijna 60.000 studenten.

Het meest zichtbare gevolg van het Gentse succes is dat die duizenden studenten het straatbeeld verpesten, veel meer dan dat in Brussel het geval is, maar nog niet zo erg als in Leuven bijvoorbeeld, dat nu eenmaal écht een klein stadje is. Het tweede gevolg is dat er verhoudingsgewijs veel meer gestudeerd volk in Gent blijft hangen, wat voor een voortdurende input van hoogopgeleid menselijk kapitaal zorgt. Zoiets gebeurt ook in Leuven, na Gent de grootste studentenstad van Vlaanderen, maar daar is nu eenmaal veel minder ruimte om alle afgestudeerden te huisvesten.

Door het hoge aantal West-Vlamingen die na hun studies in Gent blijven hangen, wordt de Fiere Stede spottend weleens de hoofdstad van West-Vlaanderen genoemd. Die spot is bij Gent aan het verkeerde adres. Het is de officiële West-Vlaamse hoofdstad Brugge die met de gebakken peren zit. Er is reeds vele jaren een heuse brain-drain aan de gang van West-Vlaanderen naar Gent en doordat Brugge niet eens een universiteit heeft, kan het nauwelijks academisch talent lokken. Zo herwint Gent zijn status van hoofdplaats van de beide Vlaanders, samengevoegd nog altijd het enige Vlaanderen dat ooit écht bestaan heeft.

En reken maar van yes dat de kinders van al die Westfluutse Gentenaars van de lagere school zullen terugkeren met een rollende ‘r’ en dat zij ‘wadde?’ in plaats van ‘wuk?’ zullen zeggen. Gent is immers groot genoeg, de Gentse identiteit sterk en tegelijk sympathiek genoeg om al dat vreemde bloed op te slorpen. Waarom anders spreken bijvoorbeeld onze Turken zo’n schoon Gents? In de eerste plaats zijn het zelfs de Turkse inwijkelingen die het Platgents in leven houden.

Ook het Brussels Gewest – qua inwoneraantal tegenwoordig vier keer groter dan Gent – is in principe groot genoeg om de instroom van nieuw volk op te vangen. Helaas is de Brusselse identiteit en het bijbehorende Brusselse dialect zogoed als versmoord. In de eerste plaats is de decennialange verfransing daar de oorzaak van. Daarbovenop worden er de laatste jaren steeds meer politici vanuit Wallonië gedropt om de burgemeestersjerp van een van de negentien Brusselse gemeentes te omgorden. Het betreft dan vooral PS-politici die voor een paar stemmen meer om het even wie uit om het even welk land in hun gemeente willen inschrijven. Dat de samenleving – het samen-leven – daardoor helemaal ontwricht geraakt, zal hen worst wezen.

Dat is geen volksverlakkerij meer, dat is volksverraad.

“Jamaar, jamaar, door de vele nationaliteiten die in Brussel rondlopen, is de Belgische hoofdstad een van de meest kosmopolitische van de hele wereld”, hoor je Vlamingen die zich in Brussel hebben gevestigd vaak opwerpen. Mijn kloten. Door de ongebreidelde en ongecontroleerde instroom van vele nationaliteiten is er geen overkoepelende Brusselse identiteit meer. Wat je in de plaats hebt, is een incoherente veelheid aan dorpse tradities die toevallig allemaal samen in één stedelijk gewest te vinden zijn. Die dorpse tradities zwakken niet af, integendeel, en blijven de ideale voedingsbodem voor een machocultuur die haaks staat op de kosmopolitische droom van de enkele Vlamingen die ter hoogte van de Dansaertstraat samenhokken in gated community’s.

In Gent vinden we dorpse tradities die komen overwaaien uit gebieden die het humanisme als het werk van de duivel zien niet wijs. Iedereen is hier welkom, maar hou het alsjeblief beschaafd en à l’aise. Een Gentenaar is een open en verdraagzame gastheer en verwacht van zijn gasten dat zij daar respect voor hebben zonder er misbruik van te maken. Een beetje wederzijds inlevingsvermogen lost vele conflicten prematuur op, terwijl wij van agressie collectief het vliegend schijt krijgen. Of dacht u dat Gent de veiligste stad van België is omdat onze flikken de meest repressieve zijn? Bahneengij. Met vallen en opstaan proberen wij onze nieuwbakken stadsgenoten gewoon elke dag het goede voorbeeld te tonen.

M’n maat Matthias, zelf een Gentenaar van Oostendse komaf, verwoordde het vrijdagochtend, daar op de koer van de Charlatan met een white russian in de hand, treffend: “Een moslimfundamentalist zal snel merken dat zijn bom weinig toekomst heeft in Gent. Als hij medestanders wil werven, zal hij terug naar Brussel moeten.” Matthias zal het niet beseft hebben toen hij het zei, maar bijvoorbeeld Abdelkader Belliraj woonde in de Gentse randgemeente Evergem, werd vaak gespot in het door-en-door Gentse koffiehuis Mokabon in de Donkersteeg maar pendelde voor zijn ‘werk’ naar Brussel.

Een blanke jongeman heeft het omgekeerde voor als Michael Jackson: langzaamaan verandert hij in een neger.

Een blanke jongeman heeft het omgekeerde voor als Michael Jackson: langzaamaan verandert hij in een neger. Dat is geen probleem, want in Gent vinden we negers wreed wijs zolang ze geen vrouwen beginnen te besnijden.

Diezelfde Matthias had nog wel meer briljants in petto. Zij belde hij op een gegeven moment naar zijn advocaat om ogenblikkelijk een nieuw merk te laten patenteren: Ricardistar! De advocaat, die nog in zijn nest lag, deed wat lastig en begreep niet waarom hij zo’n haast moest maken. “Man, we hebben het hier wel over een mengeling van Bacardi en Ricard, zorgvuldig uitgeschonken in de Kinky Star”, fluisterde Matthias schichtig in de telefoon. De juridisch adviseur bleek echter niet te overtuigen, uit balorigheid bestelden Matthias en ik elk een Ricardistar en toen we door de barlieden aangekeken werden als de grootste debielen van de hele Vlasmarkt, verlieten we gestoord de reeds bejubelde koer.

“Er zit daar toch geen wijs volk meer”, bracht ik aan.

“Wat een schaamtelijke bedoening”, mompelde Matthias.

“Hier zullen we onze conclusies uit moeten trekken.”

“Tim,” sprak Matthias plechtig, “de conclusie is: sommige mensen verkiezen zat zijn tussen wreed veel volk boven wreed zat zijn tussen nul volk.”

“Kom, we zijn hier weg.”

De toegangspoort naar het koertje van de Charlatan: zodra je er buiten bent, geraak je niet meer terug binnen.

De toegangspoort naar het koertje van de Charlatan: zodra je er buiten bent, geraak je niet meer terug binnen.

Toen we terug tussen het volk stonden, was het wel gedaan met de white russians en de Ricardistars. Voortaan was het al bier uit blik wat de klok sloeg. Eerst afkomstig uit de nachtwinkel, vervolgens naar goede gewoonte uit de dagbladwinkel. Omdat het openingsuur van de ene niet naadloos aansluit op het sluitingsuur van de andere, brachten we ook nog een bezoek aan de frigo van de belegdebroodjesmarchand. Die houdt er immers zeer specifieke openingstijden op na, waarvoor wij hem dankbaar zijn, en klaagt niet als zijn klanten enkel ‘gekoelde dranken’ meenemen.

Sandwichbar 't Smulderken hanteert zeer creatieve openingsuren. Al spreken we allicht beter van sluitingsuren. Die zijn op de vingers van een zwaar verminkte hand te tellen.

Sandwichbar 't Smulderken wordt gewaardeerd voor zijn creatieve openingsuren. Al spreken we allicht beter van sluitingsuren. Die zijn op de vingers van een zwaar verminkte hand te tellen.

Het zijn feitelijk de leukste momenten van de Gentse Feesten: alle dranktenten zijn toe, de dj’s hebben hun platen reeds lang opgeborgen, de zon brengt hulde aan haar stralende zelf en het volk van de Vlasmarkt blijft gewoon staan, al is het een beetje dunner gezaaid dan ’s nachts.

Om te crowdsurfen is er omstreeks halfnegen 's ochtends iets te weinig volk op de Vlasmarkt.

Om te crowdsurfen is er omstreeks halfnegen 's ochtends iets te weinig volk op de Vlasmarkt.

Gerald, de grote bezieler van de Charlatan, knipoogt het volk een welgemeende slaapwel toe.

Gerald, de grote bezieler van de Charlatan, knipoogt zijn cliënteel een welgemeende slaapwel toe.

De mannen van het Sfeerbeheer bewaken de rust op de Vlasmarkt. "Gelieve het plein te verlaten", verzoeken zij aan ieder lastpak.

De mannen van het Sfeerbeheer bewaken de goede vrede op de Vlasmarkt. "Gelieve het plein te verlaten", verzoeken zij aan ieder lastpak.

Het Sfeerbeheer krijgt spirituele steun uit onverwachte hoek. Een goeroe op leeftijd neemt de mensen rondom hem op in zijn karma van rust, openheid en verdraagzaamheid.

Het Sfeerbeheer krijgt spirituele steun uit onverwachte hoek. Een goeroe op leeftijd neemt de mensen rondom hem op in zijn karma van rust, openheid en verdraagzaamheid.

Maar tegen een uur of tien heb je het echt wel gezien. Ik had op den duur niet meer de indruk dat er nog veel mensen overbleven met wie ik op serene wijze de misbakken migratiepolitiek van het Belgenland kon bespreken. Het was met andere woorden tijd om mijn schup af te kuisen en de lange tocht huiswaarts aan te vatten. Gelukkig woon ik nog altijd in Gent en hoefde ik als zatlap geen pak rammel van een bende kosmopolitische dorpsgekken te vrezen.

De Vlasmarkt loopt stilaan leeg. Drankcentrales laveren met hun camions tussen de diehards, die op hun beurt laveren tussen allerlei evenwichtsstoornissen.

De Vlasmarkt loopt stilaan leeg. Drankcentrales laveren met hun camions tussen de diehards, die op hun beurt laveren tussen allerlei evenwichtsstoornissen.

Een auto geparkeerd vlak bij de Vlasmarkt toont welk een vredevol volk de Gentenaars wel niet zijn: ja, ze trekken iemands nummerplak los, maar ze zijn wel zo vriendelijk het tussen de ruitenwissers te stoppen. Het pintje dat ter compensatie achtergelaten wordt, geeft het vandalisme een menselijke touch.

Een auto geparkeerd vlak bij de Vlasmarkt toont welk een vredevol volk de Gentenaars wel niet zijn: ja, ze trekken iemands nummerplak los, maar ze zijn wel zo vriendelijk het tussen de ruitenwissers te stoppen. Het pintje dat ter compensatie achtergelaten wordt, geeft het vandalisme een menselijke touch.

Lokroep

juli 23, 2009

Voel mijn hersengolven oscilleren terwijl ik terug naar huis stap van de Vlasmarkt. Luister naar het geluid van mijn brein als het mijn lichaam onder een druilerige ochtendregen huiswaarts stuurt. Plaats u in mijn geest door de elektronische compositie ‘Totem’ van Klaus Schulze te downloaden via iTunes. Een korte versie vindt u op YouTube. Luister en zie voor uw geestesoog hoe mijn persoonlijkheid haar vleugels uitslaat boven een statige processie van bliepjes en synthetische mistslierten. Besef dat er in mijn kop nogal eens iets anders omgaat dan in het hoofd van het meisje dat de vorige dag al om tien uur ’s avonds in de gietende regen in de goot stond te kotsen nabij het Sint-Pietersstation. Ik denk niet dat zij nog op de Vlasmarkt geraakt is. Omdat elk mensenkind respect verdient, heb ik haar Gentse Feesten niet vastgelegd op foto.

Respect allemaal goed en wel, maar het blijft een vreemd beeld: de vijfde Gentse Feestennacht moest nog aanbreken en toch waren er al mensen die hun ziel uit hun lijf stootten met een flinke scheut braaksel. Juffrouw, als u dit leest, een goede tip: vertrek pas laat naar het feestgewoel en besteed uw tijd vóór middernacht aan gezellig samen zijn in een huiselijke sfeer met vrienden en familie. Het aperitief in eigen huis is ideaal om rustig uw drankritme op punt te stellen. Op matiging moet u oefenen en dat doet u het best in een comfortabele zetel, met een kalmerend streepje muziek op de achtergrond. Consumeert u immers te snel, dan houdt u het, zoals u gisteren gemerkt hebt, geen nacht vol. Dan houdt u het zeker en vast geen tien nachten vol.

Toen ik zelf tegen half één naar de tramhalte wandelde, bande ik de gedachte uit m’n hoofd dat ik er weer eens flink zou invliegen. Immers, wie met zo’n hoogmoedige instelling antwoordt op de lokroep van de nacht, haalt het ochtendgloren niet. De nacht is, zoals de zee, gevaarlijk mooi in zijn bruuske onvoorspelbaarheid en alleszins niet in één keer leeg te drinken. Enig ontzag is op zijn plaats.

In die zin zijn de Gentse Feesten ook een test voor je beschavingspeil. Wie er de beest komt uithangen, wie denkt dat alle expliciete en impliciete regels opeens niet meer geldig zijn omdat hij zichzelf getransformeerd heeft in een bierton op wankele poten, beseft niet hoezeer hij de Fiere Stede te schande maakt. Er zijn zelfs sjarels die redeneren: ik heb een blikje Jupiler vast, en daarom is het géén probleem om mijn bemodderde onderbenen op een tramzitje te rusten te leggen. Het is door zulke tiepen dat de Profeet gezegd heeft: “Milledju, als die kerels zich niet een béétje kunnen gedragen, dan drinkt níémand nog een pint.”

Laat alcohol aan de geoefende gebruikers die door hun jarenlange ervaring van hun verslaving een heilige roeping maken waardoor zij niet minder maar juist méér mens worden. De ochtendlijke Vlasmarkt is daarom de mooiste plek op aarde: je komt er figuren tegen die het fysiek en mentaal aankunnen om enkele dagen aan een stuk volledig doorzopen te zijn zonder hun menselijkheid te verliezen. Je kunt er werkelijk goede gesprekken opzetten, er is veel luisterbereidheid, zelfs voor de grootste zever, en al mag het voor een nuchtere buitenstaander lijken alsof dat plein ’s ochtends vol staat met ontheemde dronkaards, het totale gebrek aan agressie maakt de ervaring des te unieker.

Het is al jaren geen originele vaststelling meer, maar toch werd ze vanochtend nog maar eens verwoord: “Probeer zoiets één avond in Antwerpen en er wordt gegarandeerd gevochten.” De woorden kwamen deze keer uit de mond van een lyrische Tom Verbruggen, geen Gentse chauvinist maar een uit Mol overgewaaide immigrant. De Vlasmarkt, en bij uitbreiding de hele stad, is onder zijn huid gekropen en zal er nooit meer vertrekken.

Zoiets is ook een ex-collega van me overkomen. Mediajournalist Brecht Decaestecker is genetisch gezien van Roeselare maar heeft geen band meer met zijn geboortestad: “Ik ben een Gentenaar. Ik mag dan spreken met een West-Vlaamse tongval, mijn hart klopt mee op het ritme van Gent.” En weet u wat ik, met mijn wortels stevig verankerd in de drassige grond waar Leie en Schelde samenvloeien, dan zeg? “Ca va, het is zo.” Want het zijn slechts bekrompen provinciestadjes die de ‘echtheid’ van hun inwoners meten aan het aantal voorouders dat ze er rondlopen hebben.

Geloof me: Gent is een paradijs.

Het regent dat het giet, maar het Sint-Baafsplein staat afgeladen vol. Frank Boeijen is immers van 'Pa pa pa pa, Paradijs!' aan het zingen.

Het regent dat het giet, maar het Sint-Baafsplein staat afgeladen vol. Frank Boeijen is immers van 'Pa pa pa pa, Paradijs!' aan het zingen.

Het klimaat is de laatste dagen trouwens ook paradijselijk: veel regen, af en toe zon en voortdurend heel zwoel. Ik vind dat zeer oké. Als er alleen maar brandende zon was, zou het vele rondslingerende afval een ongelooflijke stank verspreiden. Daarbij zou het goede weer te zeer aanzetten om al veel te vroeg naar buiten te komen, waardoor we het nooit tot de volgende ochtend zouden kunnen trekken.

Een jongeman probeert de Vlasmarkt te behoeden voor regen. Alvast een tiental kasseien bleef enige minuten droog onder zijn schrale leden.

Een jongeman probeert de Vlasmarkt te behoeden voor regen. Alvast een tiental kasseien blijft enige minuten droog onder zijn schrale leden.

Want dat is het probleem dat elke dag terugkeert: de ochtend halen. Maken dat je niet te zat geraakt vóór vijf uur ’s nachts. Zorgen dat je je een beetje kunt bezighouden tot het ochtendgloren aanbreekt. Dat kan door bijvoorbeeld de Humo te lezen of door enkele optredens mee te pikken.

Een verliefd koppel volgt het optreden van Sioen bij 't Sint-Jacobs vanuit het appartement van vrienden.

Een verliefd koppel volgt het optreden van Sioen bij 't Sint-Jacobs vanuit het appartement van vrienden.

Uw dienaar, tevens uw god en koning, doorbladert de Humo tussen twee nummers van Sioen in.

Uw dienaar, tevens uw god en koning, doorbladert de Humo tussen twee nummers van Sioen in.

Mijn klop kreeg ik tussen drie en vier uur ’s nachts, tijdens het uitstekende optreden van The Germans in de Kinky Star. Soms wou ik dat ik een invloedrijke blogger was. Dan kon ik alleman aanraden de nieuwe cd van The Germans in huis te halen. Zij hebben mij met hun explosieve finale finaal weer wakker gekregen.

Rockgroep The Germans speelt een potige set in de Kinky Star. Dankzij de gespierde rock van het viertal blijft schrijver deze bij bewustzijn.

Rockgroep The Germans speelde een potige set in de Kinky Star. Dankzij de gespierde rock van het viertal bleef de schrijver dezes bij bewustzijn.

Ik ben namelijk zo iemand die er bij oververmoeidheid in slaagt om al staande in slaap te sukkelen. Verschillende keren moest ik tijdens het nochtans zeer luide en harde optreden van The Germans constateren dat mijn ogen toe waren. Eén keer schoot ik zelfs wakker toen ik al door mijn knieën aan het zakken was. Zo moe was ik. Gelukkig gooiden The Germans er in hun laatste nummer nog zo’n hoop decibels bovenop dat ik daarna als een herboren mens weer op de Vlasmarkt terechtkwam. Bedankt, jongens.

En toen begon dus de ochtend, waarop ik op dit moment ook alweer zit te wachten. Maar eerst nog enkele uren de lokroep van de nacht weerstaan.

Een Feestenganger hunkerde zo hard naar een panoramisch zicht op de Vlasmarkt dat hij op een vuilnisbak probeerde te kruipen. Daar draagt hij tot op vandaag nog de gevolgen van.

Een Feestenganger hunkerde zo hard naar een panoramisch zicht op de Vlasmarkt dat hij op een vuilnisbak probeerde te kruipen. Daar draagt hij tot op vandaag de gevolgen van.

Zodra de acrobaat uit zijn vuilnisbak bevrijd was, konden de mannen van Ivago beginnen aan de opkuis van de Vlasmarkt. Op zo'n moment weet je dat het tijd is om naar huis te gaan.

Zodra de acrobaat uit zijn vuilnisbak bevrijd was, konden de mannen van Ivago beginnen aan de opkuis van de Vlasmarkt. Op zo'n moment weet je dat het tijd is om naar huis te gaan.

Des ochtends op de Vlasmarkt zien zelfs de honden er doorzopen uit.

Des ochtends op de Vlasmarkt zien zelfs de honden er doorzopen uit.

Een drempel nabij de Vlasmarkt is een ideale locatie voor een wilde after-party.

Een drempel nabij de Vlasmarkt is een ideale locatie voor een wilde after-party.

Vlasmarkt 2.0

juli 22, 2009

“Godvervlammestemiljaardenondedju”, vloekte ik gisteren om half vijf ’s ochtends op vijfhonderd meter van mijn deur. Ik was mijn fotocamera, mijn notitieboekje en mijn zonnebril thuis vergeten. Teruggaan zou betekenen dat ik in totaal een kilometer te veel zou stappen en dus weer tien minuten van m’n leven kwijt zou spelen.

“Maar anderzijds heb ik wel nog mijn stylo op zak, alsook een hoop foldertjes, programmaboekjes, kasticketjes en desnoods bankbiljetten om op te schrijven”, overlegde ik met mezelf. “Daarbij is het een mooie gelegenheid om die 2 megapixels van mijn nieuwe Nokia 6300 uit te testen.”

Daarmee was de kous almeteens af: van terugkeren was geen sprake meer en tegelijk konden we een beetje experimenteren met de technologie van deze tijden. Soit, de onderstaande foto’s zijn niet prachtig, maar de kwaliteit is beter dan ik had verwacht. Alleen nachtelijke opnames lukken niet te best, zelfs niet als er vooral fluorescerende personen door het beeld marcheren.

Een squadron flikken marcheert over de Gentse straatstenen. Het volk duikt angstig weg, messentrekkers vrezen dat zij met een matrak op de vingeren getikt zullen worden.

Een squadron flikken marcheert over de Gentse straatstenen. Het volk duikt angstig weg, messentrekkers vrezen dat zij met een matrak op de vingeren getikt zullen worden.

Een beschonken manspersoon rust op de Vlasmarkt uit tegen een zonevreemd geparkeerde wagen.

Een beschonken manspersoon rust op de Vlasmarkt uit tegen een zonevreemd geparkeerde wagen. Let op de Ierse koffievlekken.

Jan Vandecasteele, zanger van de Gentse band Kartasan, wordt belaagd door een paparazzo als hij een broodje vettigheid door zijn molen draait.

Jan Vandecasteele, zanger van de Gentse band Kartasan, wordt belaagd door een paparazzo als hij een broodje vettigheid door zijn molen draait.

Enkele salonsocialistische yuppies proberen hun streetcredibility op te krikken.

Enkele salonsocialistische yuppies proberen hun streetcredibility op te krikken.

Matthias Debusschere, vingervlug bassist bij de Gentse popgroepen Kartasan, Luxemburger en Kings of Things to Come, krijgt nul op het rekest als hij iemand vraagt zijn pot pasta even vast te houden.

Matthias Debusschere, vingervlug bassist bij de Gentse popgroepen Kartasan, Luxemburger en Kings of Things to Come, krijgt nul op het rekest als hij iemand vraagt zijn pot pasta even vast te houden.

Jakob Nachtergaele, drumfenomeen bij Absynthe Minded, mediteert op de stoep. Het is alom bekend dat Nachtergaele nieuwe slagwerkpatronen bedenkt door in contact te treden met zijn diepere zelf.

Jakob Nachtergaele, drumfenomeen bij Absynthe Minded, mediteert op de stoep. Het is alom bekend dat Nachtergaele nieuwe slagwerkpatronen bedenkt door in contact te treden met zijn diepere zelf.

Valt dat niet goed mee qua resolutie en al? Ik vind van wel. Voortaan hoef ik mezelf niet langer definitief te vervloeken als ik m’n fotocamera thuis laten liggen heb. De bedenker van gsm’s met een camera verdient een plaasteren standbeeld, net zoals degene die bedacht heeft dat je voor lege Irish coffeeglazen een euro krijgt bij de Kinky Star. Zo heb ik op exact een halve minuut vier euro verdiend door lege glazen op te rapen en af te geven. Met dat geld werden vervolgens vier blikjes Jupiler gekocht in de krantenwinkel, die uiteraard al open was en ons graag zag komen. En zo werd het alweer een geslaagde ochtend en kon ik even later tevreden naar huis wandelen.

Het vuil van de wereld

juli 21, 2009

Ontwaak, zachtjes aan, en lees met een bedaard gemoed de volgende quote, die in de nacht van zondag op maandag aan mij geopenbaard werd:

“We moeten naar de hemel met een leeg hart, zodat we tegenover God ons zondig leven kunnen erkennen. (richt de blik ten hemel) O Heer, reinig mijn ziel van het vuil van de wereld.”

Menig al dan niet filosofisch onderlegde dronkelap wenst het te proberen, maar niemand zal tijdens deze Gentse Feesten met een mooiere uitspraak afkomen. Dat geef ik u op het beduimelde blaadje waarop ik het betreffende citaat omstreeks drie uur ’s nachts neergekrabbeld heb. De locatie was uiteraard de Vlasmarkt. Ik was er nog maar pas toegekomen, en ik wist: met zo’n openingszin kan de nacht niet meer stuk.

Al zal ik mijn stemming niet laten ruïneren door minder geslaagde openingszinnen. Zo kreeg ik deze ochtend, tijdens het ontluiken van de nationale feestdag, van het een of ander vrouwmens dat ik van toeten noch blazen ken het volgende te horen:

“Gij zijt fucking Jezus gij en ik heb een zeer slechte herinnering aan u.”

Dat zal wel. En ik nu ook aan ú. Los daarvan werd het daarna nog even leuk als zondagnacht. Leuker alvast dan zaterdagnacht, want sowieso is de nacht van de eerste zondag veel plezanter dan zijn directe voorloper. Het volk is dan anders, en normaal gezien ook geringer in aantal. Daarenboven: de eikels die op de openingsnacht per se willen bewijzen dat ze nogal ‘t een en ‘t ander achterover kunnen kappen, liggen op zondag meestal te bed met een kater zo zwaar dat ze twee weken geen drank meer kunnen zien, zij het een Duvel, een Irish coffee, een Ricard of een verkwikkende geuze.

Zelf heb ik geen katers meer. Alcohol heeft tegenwoordig nauwelijks nog effect op mijn fysieke welzijn. Which is af en toe een beetje slightly verontrustend, vooral omdat ik tijdens de Gentse Feesten niet te veel moet stoefen over mijn geestelijke welzijn. Na drie nachten zwaar doorgaan begint m’n geest te ontrafelen. Langzaam begin je te beseffen dat je de uiterste kantjes van je persoonlijkheid niet meer onder controle hebt. Dat je mensen meer lik op stuk geeft dan nodig. Dat je soms onredelijk gemeen bent. Dat verbale agressie alleen maar een verdienste is als je geen punt maakt van empathie.

Het probleem is: je beseft dat pas als je je roes uitgeslapen hebt. Ontnuchtering gaat dan gepaard met een confronterende ontbolstering van schaamte. De enige remedie daartegen lijkt die vermaledijde ontnuchtering resoluut te verdrinken in een nieuwe sloot drank. Waardoor je de dag daarop met nog meer schaamte opgezadeld zit.

Daarom speel ik vals. Om mijn schaamte te ontlopen spring ik zuinig om met mijn doses Gentse Feesten. Als ik kan kiezen, trek ik pas ten vroegste om vier uur ’s ochtends naar de Feesten. Daarvóór valt er toch geen zak te beleven. Toen ik zondagnacht om 2.14 uur de tram opstapte richting centrum had een vriend reeds ge-sms’t: ”Wij al op Vlasmarkt. Saai…” Vertel mij iets nieuws. Zolang de dauw niet intreedt, heerst er een nerveuze spanning waarin alleen opgefokte macho’s zich thuis voelen. Laat die klojo’s eerst afdruipen en verover dan de stad, is mijn conclusie.

Als je pas tegen een uur of vier, vijf naar het centrum afzakt, zie je die tiepen in al hun glorie. Strompelend schreeuwen de dronkaards tegen de sterren op. Het vreemde is dat zij denken dat ze de waarheid broebelen. Het opbeurende is dat zij terugkeren van jouw bestemming. Het prettige is dat sommigen gewoon hopeloos verdwalen en op den duur wel vanzelf een toontje lager beginnen te zingen. Zo kwam ik, toen ik deze ochtend onder een zacht ochtendzonnetje zelf terug naar huis liep, een drietal tegen dat mij vroeg hoever ze van Gent-Sint-Pieters zaten.

“Met de tram is het nog geen tien minuten”, zei ik naar waarheid.

“Maar we willen eigenlijk gewoon te voet gaan”, gaf de grootste van de drie schoorvoetend toe.

“Ja, want we zijn al een uur geleden vertrokken van op de Vlasmarkt en we willen nu echt zeker weten waar we zullen uitkomen”, zie een van zijn kompanen met een licht wanhopige snik in z’n stem. Kwestie dat u het weet: we bevonden ons op tien minuten stappen van de Vlasmarkt.

“In dat geval: volg gewoon de tramsporen en het Sint-Pietersstation zal aan jullie ogen opdoemen als een oase van vervoer en transport!”, stelde ik het drietal gerust zonder hen eerst te vernederen met een diepe zucht.

Wat je óók ziet als je net voor het ochtendgloren richting centrum trekt, zijn galopperende flikken. Zodra er ergens een opstootje is, zie je die fluorescerende matrakkenzwaaiers ter plekke snellen zoals vliegen naar een verse stront. En achteraf maar opscheppen over hun heldhaftige optreden. Zo liep ik op een bepaald moment achter een drietal agenten in de Onderstraat. Zei de ene flik tegen de andere…

Flik #1: “Ja, godverdomme, ‘k heb hem toch goed mee gehad.”

Flik #2: “(goedkeurend gebrom)

Flik #3: “Ja, ik dacht al: dju toch, hij slaat er niet neffest.”

Flik #1: “‘t Was een welgemikte patat, hé?”

Flik #3: “Ge hebt dat goed gedaan.”

Flik #2: “(instemmend gemompel)

Flik #3: “Serieus, ge hebt dat echt goed gedaan.”

Flik #1: “En hij zei tons nog dat hij klacht ging neerleggen. Alsof dat hij vijf minuten later nog zou weten tegen wie.”

De tweede, derde, vierde, vijfde en zesde regel van bovenstaande conversatie mogen dan enigszins gefictionaliseerd zijn, de eerste, de zevende en de achtste regel van de conversatie volgden wel degelijk verdacht dicht op elkaar. Daaraan zie je dat sommige personen geen drank nodig hebben om een ander mens te worden.

Maar bon, over het verdere verloop van de avond heb ik niets dan positiefs te zeggen. Helaas ben ik thans een beetje te moe om nog veel zinsdelen tot welluidende frasen te smeden. Drie uur geleden zat ik nog op de Vlasmarkt en ik vind dat ook ik recht heb op een nachtrust, zelfs al neemt die in de feiten zowat de hele middag in beslag. De foto’s vertellen toch genoeg. Santé en tot mañana.

Het podium op het Sint-Baafsplein om halfdrie 's nachts. De schijnwerpers blijven zoeken naar artiesten die er allang niet meer staan te playbacken.

Het podium op het Sint-Baafsplein om halfdrie 's nachts. De schijnwerpers blijven zoeken naar artiesten die er allang niet meer staan te playbacken.

Brecht Decaestecker, mediajournalist bij het onafhankelijke dagblad De Morgen, blijft de vrolijke Frans van de Vlasmarkt.

Brecht Decaestecker, mediajournalist bij het onafhankelijke dagblad De Morgen, blijft de vrolijke Frans van de Vlasmarkt.

Op de Gentse Feesten leer je dat je zelfs van een besmeurde kasseistrook een disco kunt maken.

Op de Gentse Feesten leer je dat je zelfs van een besmeurde kasseistrook een disco kunt maken.

Parcifal Neyt, een Gentenaar die op een zatte avond eens bij een tatoeagist in Kortrijk beland is, smeert nen botram mee uufflakke in het Botramkot.

Parcifal Neyt, een Gentenaar die op een zatte avond eens bij een tatoeagist in Kortrijk beland is, smeert nen botram mee uufflakke in het Botramkot.

Laat hem zitten: de leuze zou ook van toepassing moeten zijn op de moustache van sommige Feestengangers. Waarom de mensen van het Feestbeheer toelaten dat zulke sujetten de sfeer op de Vlasmarkt komen verstoren, blijft onbegrijpelijk.

Laat hem zitten: de leuze zou ook van toepassing moeten zijn op de moustache van sommige Feestengangers. Waarom de mensen van het Feestbeheer toelaten dat zulke sujetten de sfeer op de Vlasmarkt komen verstoren, blijft onbegrijpelijk.

De cafés aan de Vlasmarkt proberen de Feestengangers ervan te overtuigen geen drank in de nachtwinkel te kopen. Toch blijven 33'ers door hun zachte prijsje bijzonder geliefd als back-up in tijden van schaarste.

De cafés aan de Vlasmarkt proberen de Feestengangers ervan te overtuigen geen drank in de nachtwinkel te kopen. Toch blijven 33'ers door hun zachte prijsje bijzonder geliefd als back-up in tijden van schaarste.

David Van Belleghem, gevierd drummer bij Delavega, is nogal ne Willy. Sjans dat zijn Marjet goed op hem past.

David Van Belleghem, gevierd drummer bij Delavega, is nogal ne Willy. Sjans dat zijn Marjet goed op hem past.

Sommigen hebben niet door dat je bier in je keelgat moet gieten en niet over andermans broek.

Sommigen hebben niet door dat je bier in je keelgat moet gieten en niet over andermans broek.

Enkele jongelieden tonen aan dat ze niet goed begrepen hebben wat men op de Vlasmarkt bedoelt met: "Ga eens een six-pack halen."

Enkele jongelieden tonen aan dat ze niet goed begrepen hebben wat men op de Vlasmarkt bedoelt met: "Ga eens een six-pack halen."

Hoogverraad

juli 19, 2009

Geloof het of niet, maar voor sommige mensen zijn de Gentse Feesten een reusachtig muziekfestival. Gewapend met velerlei programmaboekjes trekken zij de nacht in om op zes verschillende locaties zeven verschillende acts aan het werk te zien. Elke dag opnieuw. Dat soort mensen vraagt mij vaak: “En, al wijze dingen gezien op de Feesten?” Altijd haal ik dan m’n schouders op en zeg ik: “Néén. Ik ga daar allemaal niet naartoe. Het enige wat ik doe, is drinken, drinken, drinken.”

Als er mij vandaag iemand vraagt wat ik gisteren gezien heb, antwoord ik echter: “Dit.” Daarbij verwijs ik naar het laatste plaatje dat ik vannacht geschoten heb.

Het regent oude wijven. Ondanks het grote respect dat ik heb voor dames op leeftijd, heb ik liever niet dat ze een hele nacht in mijn nek vallen.

Het regent oude wijven. Ondanks het grote respect dat ik heb voor dames op leeftijd, heb ik liever niet dat ze een hele nacht in mijn nek vallen.

Maar de grote prijs voor originaliteit gaat naar de vraag: “Excuseer, meneer, waar zijn de Gentse Feesten?”

Echt gebeurd: ter hoogte van het François Laurentplein, waar voor het eerst Gent Beach plaatsvindt, hield er mij een vrouw van Turkse afkomst staande om dat te vragen. Wat kun je dan antwoorden? “Overal, mevrouw, overal!”, leek me het meest geschikt. Toen ze mij niet-begrijpend bleef aankijken, heb ik haar maar verwezen naar de Korenmarkt. Hopelijk is ze tot op Polé Polé geraakt, maar wie weet kwam ze niet verder dan de Duveltent.

Alleszins ben ik al mensen tegengekomen die zich beter hadden voorbereid op de Feesten. Eén dame was zelfs zo vooruitziend om een fleurig parapluutje met zich mee te zeulen op een moment dat de zon nog haar fonkelende best deed. Het was – we moeten daar eerlijk in zijn – dan ook een parasol waarmee ze stond te pronken, doch om verhaaltechnische redenen maak ik er dus een paraplu van.

Een dame heeft zich uiterst stijlvol aangekleed voor de Feesten. Helaas zal ze met zo'n outfit niet veel kunnen uitrichten op de Vlasmarkt.

Een dame heeft zich uiterst stijlvol aangekleed voor de Feesten. Helaas zal ze met zo'n outfit niet veel kunnen uitrichten op de Vlasmarkt.

Zelf vond ik het niet nodig een regenscherm mee te zeulen. Het weer zag er ’s middags verdomd goed uit en geen haar op mijn hoofd verdacht er de weergoden van dat ze op de officiële eerste nacht van de Gentse Feesten hoogverraad zouden plegen. Het zomerse kleedje dat de hemel zich had aangemeten, noopte zelfs tot de consumptie van fruit. Fruit!

Bayram, de beruchte fruitmarchand aan de Vrijdagmarkt, verkoopt aardbeisateetjes. De lekkernijen kosten slechts één euro, zodat een vrouwengezicht zogoed als gratis aan het glunderen gaat.

Bayram, de beruchte fruitmarchand aan de Vrijdagmarkt, verkoopt aardbeisateetjes. De lekkernijen kosten slechts één euro, zodat een vrouwengezicht zogoed als gratis aan het glunderen gaat.

Hoewel het aangenaam aardbeien eten is onder een gezwinde zomerzon, hoeft dat zomers gedoe helemaal niet voor ons, nachtbrakers. Zorg er gewoon voor dat het niet regent, en we zijn allang content. Plus daarbij: als de openingsstoet mag genieten van een lekker weertje, moet het volk van de Vlasmarkt met dezelfde egards behandeld worden. Zij zijn evengoed een deel van de Feestentraditie.

Wie dat wil, kan de aftakeling van de gevel van de Nationale Bank volgen van op een grote tribune.

Wie dat wil, kan de aftakeling van de gevel van de Nationale Bank volgen van op een grote tribune. Of is de Gentse Feestenstoet hier gepasseerd?

Maar het heeft niet mogen zijn. Toen de zon bijna onder de horizon zou duiken, zag alles er pertank nog altijd goed uit. Ik kon met een gerust hart naar het optreden van Luxemburger kijken in de Kinky Star. De Gentse supergroep, met leden en ex-leden van Absynthe Minded, Sioen, Kings of Things to Come en Pornorama, zette de avond voortreffelijk in, maar wie daarna weer naar buiten stapte, kreeg een koude douche te verwerken. De nacht doorbrengen onder de open hemel zat er niet meer in. Het water was met bakken uit de lucht beginnen te vallen, zodat de straten schoongespoeld werden en het volk kwam samentroepen onder elk beschikbaar afdakje.

Dieter Claus, frontman van Luxemburger, deed menig meisjeshart sneller slaan met zijn doorrookte stem.

Dieter Claus, frontman van Luxemburger, deed menig meisjeshart sneller slaan met zijn doorrookte stem.

Een dronkelap zit zijn roes uit te slapen nog voor de eerste Feestennacht begonnen is. De vele plensbuien zullen zijn situatie er niet comfortabeler op maken.

Een dronkelap zit zijn roes uit te slapen nog voor de eerste Feestennacht begonnen is. De vele plensbuien zullen zijn situatie er niet comfortabeler op maken.

François Van Damme, een Antwerpenaar die naar Gent gemigreerd is, komt vriendelijk melden dat het buiten nogal aan het gieten is. 'Iek ben nat tot oep mijn gat.'

François Van Damme, een Antwerpenaar die naar Gent gemigreerd is, komt vriendelijk melden dat het buiten nogal aan het gieten is. 'Iek ben nat tot oep mijn gat.'

De plensbui gaf mij wel een excuus om in de Kinky Star te blijven voor het optreden van tEdDieDRUm, een electroduo met Jason Dousselaere en Dijf Sanders van The Violent Husbands. Maar helaas, ook na het optreden van die behoorlijk geschifte Gentse Bruggelingen bleef het gieten, terwijl het in de Kinky Star zelf iets te warm en te klam werd naar mijn goesting. Ik ben dan toch maar naar buiten gegaan en heb de nacht doorgebracht onder een grote paraplu van Zuid-Oost-Vlaamse makelij. Het is eens iets anders, maar uiteindelijk vertrek je op het einde van de nacht niet minder dronken naar huis.

Ik geloof dat ik gisteren zelfs zatter was dan ik me nu kan herinneren. Als je met vijf man onder één paraplu staat en iedereen koopt minstens één fles cava, hoeft dat niet te verwonderen. Die bubbels van de Parels gaan ook in 2009 nog altijd iets te vlot naar binnen. Maar het was plezant, gezellig zelfs, daar op die straathoek voor het café terwijl binnen een dronken balorkest aanstekelijke sjette gaf. Dat betekent wel dat ik gisteren technisch gezien niet op de Vlasmarkt heb gestaan. Maar dat geeft niet, want er zijn nog negen nachten die aldaar doorgestoken kunnen worden . Als de weergoden er nu ook eens voor zouden zorgen dat ik zonder paraplu door het straatbeeld kan marcheren, beloof ik een Irish coffee op hun gezondheid te drinken. Twee zelfs als het moet.

De weergoden zorgden niet voor vrolijke gezichten met hun natte demarche.

De weergoden zorgden niet voor vrolijke gezichten met hun natte demarche.

Cava drinken onder een paraplu: ook dat zijn Gentse Feesten. En degene die de paraplu vasthoudt, moet alvast niet om een nieuwe fles gaan.

Cava drinken onder een paraplu: ook dat zijn Gentse Feesten. En degene die de paraplu vasthoudt, moet alvast niet om een nieuwe fles gaan.

Tussen twee regenbuien door bewijzen de Gentse kasseien hun praktisch nut.

Tussen twee regenbuien door bewijzen de Gentse kasseien hun praktisch nut.

Regenvlaag achter regenvlaag maakt van de eerste Gentse Feestennacht een spetterend festijn.

Regenvlaag na regenvlaag maakt van de eerste Gentse Feestennacht een spetterend festijn.

It has begost

juli 18, 2009

De Gentse Feesten zijn al bijna een dag bezig en ik ben nog geen enkele keer wakker geworden in de goot. Als ik dat nu nog tien etmalen volhoud, zal ik kunnen spreken van een uiterst geslaagde editie.

Officieel worden de Feesten nu pas – zaterdag 18 juli 2009, omstreeks een uur of drie – op gang getrokken met de folkloristische openingsstoet, maar ik weet beter: het echte startschot werd gisteravond al gegeven in het Huis van Alijn. In het voormalige Museum voor Volkskunde vond de vernissage plaats van de fototentoonstelling ‘Achter de gevels. Volkscafés in Gent’. Een leuke tentoonstelling, maar het bijbehorende boek – nog altijd het eigenlijke project – is beter.

Op de koer van het Huis van Alijn zat een massa volk. Op de eerste rij voor het podium pronkten enkele boegbeelden van het Gentse politiek gilde, zoals burgemeester Daniël Termont, Vlaams minister Freya Van den Bossche en de schepenen Rudy Coddens en Lieven Decaluwe. Daar valt verder weinig over te zeggen, behalve dat Termont al een kop had zo rood als zijn partijkaart.

Op een zwart-witfoto valt het minder op dat Gents burgemeester Daniël Termont al enkele Vedetts gedronken heeft.

Op een zwart-witfoto valt het minder op dat Gents burgemeester Daniël Termont al enkele Vedetts gedronken heeft.

De koer van het Huis van Alijn zit stampende vol aan de vooravond van de Gentse Feesten.

De koer van het Huis van Alijn zit stampende vol aan de vooravond van de Gentse Feesten.

Teun Van de Voorde verkoopt exemplaren van 'Achter de gevels. Volkscafés in Gent', waaraan ze zelf meeschreef. Links in beeld zien we het gelaat van lay-outer Steve Reynders.

Teun Van de Voorde verkoopt exemplaren van 'Achter de gevels. Volkscafés in Gent', waaraan ze zelf meeschreef. Links in beeld zien we het gelaat van lay-outer Steve Reynders.

Ook op de Vlasmarkt was het jaarlijkse vertier al uitgebroken. Enfin, de Charlatan en de Kinky Star hadden hun deuren opengezet, de nachtwinkels draaiden hun eerste shift en de klassementsdrinkers kwamen de kasseien al eens testen. De toren aan de voorgevel van de Charlatan stond er en baarde mij enige zorgen.

De Vlasmarkttoren in opbouw. Enkele uren later zou het eerste volk zich al bezatten in zijn schaduw.

De Vlasmarkttoren in opbouw. Enkele uren later zou het eerste volk zich al bezatten in zijn schaduw.

Dinsdagnacht zal ik ondertussen al voor de vijfde keer op rij vlaspoppen smijten. Omdat ik een langharig en baardig persoon ben, behoor ik tot de vaste crew van de traditionele Vlaspoppenworp, een ode aan de hippies die de Gentse Feesten in de jaren zestig nieuw leven ingeblazen hebben. Maar ik zie niet in hoe we onze opdracht van op zo’n toren naar behoren kunnen uitvoeren. Het volk zal ons nauwelijks kunnen zien en doordat er allerlei constructivistische spellementen in de weg hangen, kunnen we niet eens rechtuit smijten. Het enige wat haalbaar lijkt, is dat we die vlaspoppen domweg naar beneden laten vallen. Bon, dat is eens iets anders, zeker? Wie weet gooit het volk zich wel spontaan op zo’n grote hoop dat er een piramide van vijf meter hoog ontstaat. Dan zullen de mensen die onderaan liggen geheid versmachten en heb ik weer iets om over te schrijven.

De Feesten zijn nog niet eens officieel begonnen en de Vlasmarkt staat al vol. Let op de toren: de bovenste verdieping leent zich niet tot een geslaagde vlaspoppenworp. Toch zal ondergetekende zijn best doen.

De Feesten zijn nog niet eens officieel begonnen en de Vlasmarkt staat al vol. Let op de toren: de bovenste verdieping leent zich niet tot een geslaagde vlaspoppenworp. Toch zal ondergetekende zijn best doen.

Verder is er gisteravond niet veel gebeurd en thans ben ik nog te nuchter voor doorwrochte beschouwingen. De mensen die ik ter plekke verwacht had, stonden er, en leken net als ik klaar voor de jaarlijkse grote sprong in een oceaan van hersenbeschadigend vocht. Even werd het minder plezant toen de een of andere flapdrol met een gebrek aan affectie en een teveel aan frustratie het nodig vond mijn rust te verstoren en mijn lief te bedreigen. Hij zou haar met haar kop door de ruit van een taxi stampen, meldde hij. Mijn lief, een lieftallige dame achter wie ik nooit enige agressie gezocht had, heeft de zeikerd meteen twee flinke pletsen tegen zijn wezen verkocht, en daarmee was de kous blijkbaar af. Het sujet kroop terug in zijn donker hol en wij dronken er nog één op.

En vandaag begint alles weer van voor af aan, met een schone lei en droge lever. Joepie juij.

De barman van de Kinky Star ziet het even niet meer zitten.

De barman van de Kinky Star ziet het even niet meer zitten.

Een onbekende jonge vrouw wil per se naar de lens lachen.

Een onbekende jonge vrouw wil per se naar de lens lachen.

Sommige mensen hebben speciaal hun baard laten groeien voor de Gentse Feesten.

Sommige mensen hebben speciaal hun baard laten groeien voor de Gentse Feesten.

Wouter Aers, een van de auteurs van 'Achter de gevels. Volkscafés in Gent', toont hoe je contact maakt mensen uit de lagere sociale klassen.

Wouter Aers, een van de auteurs van 'Achter de gevels. Volkscafés in Gent', toont hoe je contact maakt met mensen uit de lagere sociale klassen.

Op de Vlasmarkt is er altijd plaats voor innige romantiek.

Op de Vlasmarkt is er altijd plaats voor innige romantiek.

Een jongeman geniet van een biertje. Cara Pils kenmerkt zich door een ellenlange nadronk, hoewel het niet op blik hergist.

Een jongeman geniet van een biertje. Cara Pils kenmerkt zich door een ellenlange afdronk, hoewel het niet op blik hergist.

Een roedel flikken houdt de wacht bij 't Sint-Jacobs. Stel je voor dat enkele zatte sjarels er met het podium vandoor gaan!

Een roedel flikken houdt de wacht bij 't Sint-Jacobs. Stel je voor dat enkele zatte sjarels er met het podium vandoor gaan!

De Bijloke bij het ochtendgloren. De fotograaf is bijna thuis en verlangt naar zijn nest.

De Bijloke bij het ochtendgloren. De fotograaf is bijna thuis en verlangt naar zijn nest.