Een zilveren schaal

november 17, 2009

Het is alwéér bijna een maand geleden dat ik nog eens iets op m’n blog gezwierd heb. Dju. Hoe is dat toch mogelijk? Ik begin stilaan te overwegen om alles wat ik voor het journalistieke laboratorium De Werktitel schrijf ook op mijn blog te posten. Want nu lijkt het alsof ik geen klop meer doe. Maar klop of géén klop: ik ben wel genomineerd voor de verkiezing van de Site van het Jaar 2009. Breng uw stem uit en ontvang mijn dankbaarheid uit een zilveren schaal.

Iets meer dan een maand geleden ging De Werktitel online, en dat is te zien aan de bijdrages op mijn persoonlijke blog. Die munten tegenwoordig uit in afwezigheid. Dat wil zeggen dat ik mijn blog zal moeten heruitvinden, bijvoorbeeld door er gewoon kortere dingen op te smijten. Losse bedenkingen waar je geen halve dag op zit te zwoegen. Hapklare brokken onzin die makkelijk mee opgaan in de Waan van de Dag. Een studie van een of ander pr-bureau zal bewijzen dat mijn publiek daarop zit te wachten.

In de tussentijd verwijs ik u graag door naar De Werktitel zelf (zie de link hierboven, ik plaats hem geen twéé keer). Ik heb daar nog niet eens tien artikels voor geschreven en toch lijk ik heelder dagen in de weer voor ons fijne freelancecollectief. Dat heeft ermee te maken dat ik – tegen al mijn dure eden en in bloed gedrenkte beloftes in – eindredactie pleeg voor De Werktitel. Als ik zelf iets schrijf, zijn de reacties verdeeld. Wat interessant is. Een kleine minderheid zegt dat ze zich een kriek gelachen hebben met mijn satirische stukken, de overgrote meerderheid begint er gewoon niet aan, en een andere kleine minderheid laat niet na me op mijn onkunde te wijzen. Leutig.

Ondanks mijn bijdragen is ook De Werktitel genomineerd voor de Site van het Jaar 2009, en wel in de categorie ‘Nieuws en duiding’. Ik vind dat stoer. We staan met moeite een maand online en we hebben al meteen de weg gevonden naar het establishment. Het wordt tijd dat we eens iets vriendelijks schrijven over de regering, zodat onze toekomst helemaal verzekerd is. Soit, als ge op mij stemt in de categorie ‘Blogs’ kunt ge evengoed ook een stem uitbrengen op De Werktitel. Zo moeilijk is dat niet, hein.

Als ge desondanks zegt: pfff, De Werktitel, De Werktitel, voor mij is er maar één site die ertoe doet, en dat is standaard.be, dan zal ik u niet komen onthoofden met een zilveren schaal. Ik zal daarentegen zeggen: ook goed. Ik schrijf nu namelijk eveneens af en toe voor De Standaard. ‘t Is te zeggen, mijn eerste reportage (alleen voor abonnees), over middeleeuwse Gentse kelders en een onderaardse gang van de Duitsers aan het Sint-Baafsplein, is gisteren verschenen. Maar als alles loopt zoals het lopen moet, komen er weldra meer. Het zullen vooral reportages zijn over het verborgen leven in Gent, dingen die niet echt passen op De Werktitel.

En – haha! – op De Werktitel zet ik dan de dingen die niet echt passen in De Standaard. Zo ben ik thans al vele dagen bezig met het uittikken van een lange reportage over het Lobroekdok in Antwerpen. Dat moet iets worden in de stijl van mijn verslag over het beruchte kanaaldorp Desteldonk, dat door velen nog altijd als het hoogtepunt van deze blog wordt beschouwd. Met zoiets moet ik bij De Standaard allicht niet afkomen, of ik krijg een doos Tamiflu in mijn pollen gedrukt en het vriendelijke verzoek om pas terug te keren als ik helemaal genezen ben.

Maar bon, ik zou u los daarvan iets willen vragen: hebt ge deze voorlopig laatste blogpost werkelijk helemaal tot hier gelezen? Dan zijt ge allicht nog niet gaan stemmen. Wilt ge dat dan verdorie nu onmiddellijk doen!

Overigens een aanvulling ná het publiceren van dit bericht. Op de blog van Houbi, wie of wat dat ook moge zijn, staat een schoon overzicht van alle genomineerden. Die mens heeft er zijn werk in gestoken, dus moogt ge óók op hem stemmen (per categorie mag men drie stemmen uitbrengen, vandaar).

De site van de Site van het Jaar 2009. Als ge op het bolleke naast mijn naam klikt, moogt ge ook op het bolleke naast Houbi's naam klikken. Uit dankbaarheid.

De site van de Site van het Jaar 2009. Als ge op het bolleke naast mijn naam klikt, moogt ge ook op het bolleke naast Houbi's naam klikken. Uit elementaire dankbaarheid.

Aberratie

oktober 18, 2009

'Media kunnen uw gezondheid ernstig schaden', waarschuwt de kaft van 'Media & Journalistiek in Vlaanderen kritisch doorgelicht'.

'Media & Journalistiek in Vlaanderen kritisch doorgelicht'.

Al enige dagen ben ik aan het lezen in Media & journalistiek in Vlaanderen kritisch doorgelicht (Uitgeverij Van Halewyck, 2009), een bundeling essays samengesteld door Johan Sanctorum en Frank Thevissen. Het is een interessant boek, verplichte literatuur eigenlijk voor al wie mediaconsument is, werkt in de media of anderszins bezig is met nieuwsgaring, duiding en opiniëring.

Sommige mensen zullen zich bij de boekenmarchand laten afschrikken door de naam en faam van bepaalde auteurs, zogenaamde rechtse ballen die vanuit hun verzuurde onderbuik voortdurend afgeven op het multiculturele, politiek correcte circus dat de pers elke dag probeert op te voeren. Dat is de notoire linkse rat Carl Devos, professor politicologie aan de Universiteit Gent, niet ontgaan bij het schrijven van het voorwoord van Media & journalistiek in Vlaanderen kritisch doorgelicht:

Bij het aanschouwen van de auteurslijst en de inhoudsopgave van voorliggend boek overviel me een wat onbehaaglijk gevoel, een lichte ongerustheid. Op het eerste gezicht doen de verzamelde auteurs, op enkele uitzonderingen na, denken aan een karavaan van naar rechts afhellende mopperpotten die een boek lang emmeren over de veel te linkse pers waarin ze zelf of hun gedachten onvoldoende aan bod komen. Of waarin hun carrière nooit gelopen is zoals verhoopt.

Daaraan koppelt Devos een intelligente draai waar menig Vlaams journalist én mediaconsument eens goed over mag nadenken:

De auteurs afschrijven is al te gemakkelijk en ontdoet hun teksten bovendien niet van relevantie. De ‘bezoedeling van de bron’ ontneemt de hoofdstukken van dit boek niet van alle waarheid of maakt ze niet onjuist. Wie kritiek hoog in het vaandel voert, moet het debat inhoudelijk voeren. En laat dat nu net zo moeilijk zijn als het over media en journalisten gaat.

Het meest relevante hoofdstuk – voor mij althans – is de bijdrage van blogger Luc Van Braekel. Van Braekel laat zijn licht schijnen over zijn eigen milieu, de blogosfeer. In zijn essay ‘Schiet niet op de burgerjournalist’ heeft hij het over de ‘officiële’ pers als centrumlinkse eenheidsworst, over de VRT als een rode burcht, over beroepsjournalisten als beschermde beroepsgroep met corporatistische reflexen, en hij doet dat met zinnige argumenten, feitelijke informatie en wetenschappelijk vergaard cijfermateriaal.

Van Braekel onderscheidt vervolgens drie taboe-onderwerpen in de pers:

  • De Europese integratie
  • Onze sociale zekerheid
  • Ontwikkelingshulp

“Redacties gaan er blijkbaar van uit dat rond deze onderwerpen een positieve maatschappelijke consensus bestaat, waarbij het onwenselijk is om die met kritische bedenkingen te verstoren”, schrijft de blogger, en mijn kleine teen eraf als hij geen punt heeft. Gelukkig, zo laat Van Braekel doorschemeren, zijn er nog bloggers.

Inderdaad, gelukkig. Ik kan er zelf van meespreken. Van Braekels essay is voor mij persoonlijk zo relevant om deze redenen:

  • Tijdens mijn driejarige carrière als eindredacteur bij De Morgen heb ik de politiek correcte kerk regelmatig zien preken. Eén voorval doet me zelfs spreken van politiek correct fascisme. Het ging erover dat het tv-spotje van Kasteelbier vrouwonvriendelijk was omdat het een vrouw toonde die haar man gehoorzaam een Kasteelbiertje kwam brengen. De Morgen trok naar Ingelmunster, zodat brouwer Luc Van Honsebrouck, een toen 76-jarige West-Vlaamse ondernemer, zich kon expliqueren. Als grote titel stond er boven het artikel: ‘De vrouw bedient haar man. Zo is het leven’. Dat móést er staan, want, zo zei de chef nieuws, hikkend van een vreemd soort contentement: “Die man is krankzinnig, lees nu eens wat die allemaal zegt! Die gelooft dat dus, hé! Die is gek, gewoon gek!” Bijzonder gênant als u het mij vraagt. Dat de vrouw van Van Honsebrouck in het stuk letterlijk zegt “Wij zijn van de oude tijd”, getuigt van veel meer verstand, doorzicht en zelfkennis dan het pseudoverontwaardigde gehik van die bepaald vooringenomen opererende chef nieuws.
  • Na mijn ontslag bij De Morgen ben ik zelf vol enthousiasme beginnen te bloggen. Enkele maanden in de blogosfeer hebben me al meer journalistieke voldoening geschonken dan drie jaar bij het voornoemde onafhankelijke dagblad. Onbetaald mijn eigen stukken op het net zwieren heeft me al meer opgeleverd dan betaald andermans stukken op een krantenpagina zetten. Zonder mensbrugghe.wordpress.com had ik me allicht mogen opmaken voor een carrière als strontraper achter de tram.
  • Sinds enkele dagen staat De Werktitel online, waarvan ik één van de trotse oprichters ben. De Werktitel is een blog die gemaakt wordt door ervaren beroepsjournalisten. Een nieuwssite zijn we niet, want nieuwssites verplichten zichzelf ertoe om zowat elke minuut met een nieuw nieuwtje op de proppen te komen om zodoende het Gevoel van Actualiteit te evoceren. Daar doen wij niet aan mee, omdat we eigen nieuws willen brengen en niet gewoon de vloedgolf aan feitjes van de persagentschappen willen overnemen (zie in dat verband ook het interview met Nick Davies). In die zin zijn we een experiment dat het midden houdt tussen een weblog en een krantenredactie. Ik vind dat wijs.

De Werktitel verenigt als het ware de twee kanten van het verhaal van Luc Van Braekel: burgerjournalistiek (want op eigen houtje, zonder gevestigd uitgeversbedrijf) en beroepsjournalistiek (want individueel erkend door de betreffende commissie). Zoals Van Braekel met enkele voorbeelden aantoont, is die titel van beroepsjournalist geen kwaliteitsmerk, geen waarborg op deontologische en correcte journalistiek.

Toch wijst Van Braekel sommige van zijn collega-bloggers met de vinger:

Op het internet, waar perfecte anonimiteit mogelijk is, kunnen anonieme bloggers andermans rechten schaden, bijvoorbeeld via laster, zonder dat zij ter verantwoording kunnen worden geroepen en zonder dat de lasterlijke inhoud verwijderd kan worden, bijvoorbeeld omdat de webserver zich in een land bevindt dat niet ingaat op gerechtelijke vorderingen.

Anderzijds doen online burgerjournalisten volgens de auteur veel beter aan bronvermerling dan traditionele media:

Bloggers verwijzen naar hun bronnen via hyperlinks, de geijkte manier om webpagina’s met andere webpagina’s te verbinden. Een betere en volledigere ‘bronvermelding’ is nauwelijks denkbaar. Kranten en tijdschriften daarentegen nemen het vaak niet zo nauw op met die bronvermelding. De wet op het auteursrecht staat een ‘citaatrecht’ toe, waarbij de bron zo volledig mogelijk dient te worden vermeld. Wanneer ik op mijn weblog een opmerkelijke uitspraak citeer die een politicus in één of ander interview deed, dan vermeld ik niet alleen de naam van de politicus en de naam van de publicatie, maar ook de datum en de naam van de interviewer. De krant De Tijd daarentegen vermeldt in haar dagelijkse citatenrubriek enkel de naam van de geïnterviewde en de naam van de publicatie, zonder vermelding van datum noch van de journalist die het interview afnam.

Een pagina verder schrijft Van Braekel zelfs over het soort journalistiek waar De Werktitel naar terug wil grijpen: “Decennialang baadde deze beroepscategorie in een mythische sfeer van onderzoeksjournalistiek en diepgravende duiding. [...] De beroepsjournalisten waren de hogepriesters van de waarheid, zo leek het wel.” Hoofdredacteur van De Werktitel Georges Timmerman heeft het daar expliciet over in zijn edito, Enthousiasme:

De belangrijkste taak van journalisten is nog altijd (te proberen) de waarheid te vertellen – en dus niet om zoveel mogelijk kranten te verkopen of zoveel mogelijk kijkers te halen. Dat die waarheid meestal verduiveld goed verborgen zit, achter een dikke sluier van mist, maakt de uitdaging alleen maar spannender.

Zowel Timmerman als Van Braekel, en elk vanuit hun eigen achtergrond, beschouwt het internet als een zegen voor de journalistiek. Timmerman omdat hij het gevoel heeft dat hij dankzij het internet verlost is van een al te zwaar commercieel juk, Van Braekel omdat hij ziet dat het internet het monopolie op informatie van een al te linkse beroepscategorie doorbroken heeft:

Vandaag kan iedereen publiceren, reageren, doorsturen en experimenteren. De journalistieke activiteit is niet langer een privilege. Het mediaoligopolie wordt uitgehold door een overvloed aan websites en weblogs, die zonder kosten en zonder beperkingen kunnen worden opgezet.

De situatie waarbij de bevolking was aangewezen “op een handvol kranten, één of twee tv-omroepen en enkele radiokanalen” was volgens Van Braekel een aberratie “veroorzaakt door materiële beperkingen, hoge investeringskosten, een hoge instapdrempel voor nieuwe initiatieven, maar vooral door de coporatistische mentaliteit van de journalistieke kaste”.

Dat De Werktitel op zijn blog expliciet aangeeft dat de medewerkers professionele journalisten zijn, moet echter niet in een corporatistisch daglicht gezien worden. Wij willen simpelweg aangeven dat de bijdragen op werktitel.be het resultaat zijn van journalistieke arbeid en dat De Werktitel géén forum is waarop mensen die toevallig beroepsjournalist zijn geheel vrijblijvend een soortement dagboek mogen bijhouden. Daarvoor kun je immers al terecht op de sites van traditionele media als De Standaard of de VRT.

Luie zwam

oktober 16, 2009

De politieke redactie van De Morgen telt wéér een man minder: journalist Fabian Lefevere heeft de deuren van de Arduinkaai achter zich dichtgeschoven. Daardoor zal de krant nog meer dan nu al het geval is afhankelijk zijn van het persagentschap Belga om haar pagina’s gevuld te krijgen. Ondertussen heeft een nieuwe journalistieke website, werktitel.be, het licht gezien. De Werktitel profileert zich als onafhankelijk freelancecollectief en als journalistiek experiment dat uitsluitend met eigen nieuws wil uitpakken. Uw dienaar, tevens uw god en koning, is een van de initiatiefnemers.

Enkele weken geleden kreeg ik een bericht van mijn ex-bazin, Hadewych Van den Bossche. Hadewych is een crème van een madam en de beste bazin die er kan bestaan. Zolang ik voor De Morgen werkte, was het een eer om onder een chef eindredactie van haar kaliber te dienen.

Het bericht dat mevrouw Van den Bossche me had laten geworden, verscheen niet op het schermpje van m’n gsm, maar kwam me onder ogen als een reeds ietwat omkrullende post-it die gekleefd was op enige documenten van administratief belang. De inhoud was vintage Van den Bossche:

Tim!

Ge zijt een luie zwam, zowel op dit papier [de documenten van administratief belang] als op uw blog!

Uw immer liefhebbende ex-bazin, H

Het klopte dat ik al een hele tijd niet meer op mijn blog geschreven had. Dat klopte tot vlak vóór het verschijnen van dit bericht zelfs nog altijd. M’n laatste post is geleden van 7 september, toen ik een volkomen verzonnen verslag gepubliceerd heb van de pacifistische boerenbetoging in Gent. Daarvoor moeten we ondertussen al anderhalve maand teruggaan in de geschiedenis en inderdaad, in de ogen van de lezer kan het lijken alsof ik al die tijd op mijn leeg gat heb gezeten. Quod non: mijn bips wordt níét bedekt door een precambrische laag eelt.

De vakantie is voorbij – eindelijk. Sinds 1 oktober is het statuut van freelancejournalist mijn deel. Ik heb zelfs al enkele ereloonnota’s mogen opstellen en versturen, wat veel wijzer is dan een loonbrief ontvangen. Als je een keuze moet maken tussen schrijven om den brode en schrijven voor de hond zijn kloten, is schrijven om den brode soms de betere keuze, zeker als je honger hebt. Daardoor had ik minder tijd, energie en mentale ruimte om deze blog, die ik nog altijd koester en waar ik al meer aan te danken heb dan ik ooit had kunnen bevroeden, op bijna dagelijkse wijze te onderhouden.

Doordat ik minder op straat kwam, had ik ook gewoon minder materiaal om over te berichten. Met alle respect voor de vele bloggers die zowat elke dag iets geestigs, spits of treffends posten, maar in míjn achtertuin gebeurt er te weinig dat vermeldenswaardig is. Tot nu, dus.

Dat Fabian Lefevere zijn schup afkuist bij De Morgen is het vermelden waard. Daarmee wordt de leegloop op de politieke redactie weer een beetje completer. Laten we voor de duidelijkheid een lijstje maken. Dit zijn de mensen die nog overblijven:

  • Tine Peeters
  • Jeroen Verelst
  • Bart Eeckhout (chef)
  • Walter Pauli (politiek commentator)
  • Yves Desmet (politiek commentator)

Dit zijn de journalisten die uit onvrede over het collectief ontslag en het beleid van de hoofdredactie vertrokken zijn (in chronologische volgorde):

Ik wéét dat u kunt tellen, maar het blijft interessant om de cijfers eens zwart op wit neer te schrijven. Tegenwoordig bestaat de politieke redactie van De Morgen dus uit drie journalisten, aangevuld met twee politiek commentatoren. Het aantal vrijwillige vertrekkers uit de politieke redactie bedraagt zes journalisten. De vele interpretaties die op basis van die cijfers mogelijk zijn, laat ik graag aan uw bedrijvige geest over. Stuur ze gerust naar lezersbrieven@demorgen.be of zo.

Doch, genoeg over De Morgen, tijd voor iets nieuws: De Werktitel! Het freelancecollectief dat de nieuwe site bestiert, bestaat uit Tom Cochez, Jeroen de Preter, Georges Timmerman en ikzelf (allen ex-De Morgen, hoe toevallig is dat niet?), aangevuld met Bram Souffreau en Stijn Debrouwere. Ik zou u een hele uitleg kunnen geven over het soort journalistiek dat we willen brengen, maar ik verwijs u liever door naar ons allereerste artikel, een interview met Nick Davies, de auteur van het mediakritische boek Flat Earth News, en naar het enthousiaste edito van onze hoofdredacteur, Georges Timmerman.

Op Radio 1 heb ik gisteren al een woordje uitleg mogen geven, maar ik heb mezelf nog niet bezig kunnen horen omdat mijn internetconnectie weer van het paard de ballen is. Misschien hebt u meer geluk bij het herbeluisteren van Feiten en Fillet.

Ik werd door Koen Fillet gebeld naar aanleiding van m’n stuk op De Werktitel over de Oosterweelverbinding: ‘Gent koopt Lange Wapper over van Antwerpen’. Dat artikel is natuurlijk volledig verzonnen en als eerste woord stond er dan ook: [SATIRE]. Sommige lezers vonden zelfs dat dat er niet moest staan, maar daarop is mijn reactie: wij zéggen het tenminste als een artikel verzonnen is. Helmut Lotti weet wat ik bedoel.

Soit, de positieve respons op de lancering van De Werktitel doet deugd en voortaan weet u dus hoe het komt dat er op deze blog iets minder geschreven wordt: omdat ik bezig ben met die andere blog. Of we echt iets kunnen betekenen in het slagveld dat doorgaat als het medialandschap, valt nog te bezien. Maar als ik de bijdragen uit het boek Media & journalistiek in Vlaanderen kritisch doorgelicht van Johan Sanctorum en Frank Thevissen (reds.) mag geloven, kan de pers gerust een initiatief als het onze gebruiken.

Onfeilbaar

september 5, 2009

Ik ben geen fan van blogs waarop de auteur handenwringend zijn twijfels deelt met zijn publiek.

Twijfelaars zijn slechte mensen, nog slechter dan Joden, negers en roodharigen.

Een beslissing moet snel worden genomen, het liefst op basis van een minimum aan feiten en een maximum aan instinct. Achteraf is er dan nog tijd genoeg om te evalueren of je wel de juiste beslissing hebt genomen en of je niet al te voortvarend bent geweest. Als die evaluatie inderdaad negatief is, zit er niet veel anders op dan daarmee te leren leven en te erkennen dat onfeilbaarheid niet je deel is.

Ik schrijf het maar omdat ik nog altijd in m’n maag zit met dat nieuws over het vertrek van politiek journalist Filip Rogiers bij De Morgen. Zijn naaste collega’s hadden liever gezien dat ik nog wat gezwegen had en ik slaag er maar niet in om hen ongelijk geven.

Mijn argument dat de geest al uit de fles was, gaat echter ook nog altijd op. Als de hele redactie van een concurrerende krant weet dat de heer Rogiers het afbolt, zou het naïef zijn om te denken dat zij braafjes hun muil zullen houden en het nieuws niet verder zullen verspreiden.

Alleen is publicatie op een blog nog iets anders dan verspreiding van mond tot mond, of van sms tot sms. Een blog is een publiek forum waarlangs berichtgeving sneller en grootschaliger gebeurt. Het nieuws lijkt harder en definitiever. Voorts kun je je ook de vraag stellen in hoeverre de redactie van een andere krant de buitenwereld is. Ja, het nieuws was al buiten het petit comité geraakt, maar de ‘massa’ wist nog van geen kloten. Delicate materie.

Het voordeel dat snelle beslissers hebben, is dat zij niet geplaagd worden door dilemma’s. Zij verspillen geen uren van hun leven aan complexe afwegingen pro en contra. Je beslist en je legt je daarbij neer. Daarbij kun je met een blog gemakkelijk aan geschiedvervalsing doen als je beseft dat je mogelijks een kemel hebt geschoten. Ik had de  post over de heer Rogiers definitief kunnen verwijderen en verder van niets kunnen gebaren. Mijn naam is haas en mijn baas was een blaas.

Eén klik op een knopje en ik had me niet langer moeten afvragen: “Van der Mensbrugghe, zijt ge niet een beetje te snel geweest met Filip als de vierde kaarter te bestempelen? Wat hebt ge daarmee willen bewijzen? Zo’n fantastische mens die u altijd gerespecteerd en geboeid heeft, en gij smijt zijn wedervaren zomaar op uw blog. Woudt ge weer den eersten zijn om met nieuws uit te pakken? Hadt ge niet gewoon nog een dag of drie kunnen wachten?”

Ik heb besloten om het bericht toch te laten staan. Als ik fout zat en wel degelijk te vroeg heb geschoten, is dat thans voor iedereen zichtbaar. En dan is eens te meer bewezen dat bloggers, of ze nu anoniem opereren of niet, beter tweemaal nadenken voor ze onthullingen in de openbaarheid zwieren.

De vierde man

september 4, 2009

De jongens van Radio Plasky zijn visionaire lieden dan wel overtuigende adviseurs. Een kleine maand geleden, laat ons zeggen 9 augustus 2009, gaven zij Filip Rogiers, lid van de steeds kleiner wordende politieke redactie van De Morgen, de goede raad om tijdens zijn verlof eens goed na te denken over zijn professionele toekomst. We citeren het bericht van Emile Plasky, de meest verzuurde van de sarcastische gebroeders:

“[Wij] vinden dat hij [Filip Rogiers] op vakantie eerst en vooral goed moet uitrusten, en zich dan de vraag moet stellen: wil ik nog wel terug naar De Morgen?”

Vandaag heeft ons het bericht bereikt dat de heer Rogiers een antwoord heeft gevonden op die vraag. Liesbeth Van Impe, Gorik Van Holen en Ruud Goossens kunnen bij deze eindelijk hun kaartspel bovenhalen.

Sterkte en succes, Filip! Ze zullen je missen bij De Morgen, en niet alleen vanwege je journalistieke talenten.

[NOOT: Dit bericht heb ik tamelijk snel na publicatie gedurende enkele uren offline gehaald. Directe aanleiding waren reacties van naaste collega's van de heer Rogiers. Er werd me gemeld dat mijn timing bijzonder ongelukkig was en dat ik de heer Rogiers de kans had moeten geven om zijn vertrek zelf wereldkundig te maken, zodat hij zijn verhaal correct en volledig kon weergeven. Die opmerkingen waren niet ongegrond. Ik heb mezelf enkele uren de tijd gegund om erover na te denken en heb beslist dat publicatie van dit nieuws toch gerechtvaardigd was. Het vertrek van de heer Rogiers was en petit comité al genoegzaam bekend en zolang het binnen die kring bleef, heb ik er mijn muil over gehouden. Pas toen duidelijk bleek dat het nieuws out in the open de ronde deed – mensen van een andere krant die geen enkel contact hebben met de heer Rogiers brachten mij per sms op de hoogte van iets dat ik zelf al een maand wist – heb ik besloten om erover te schrijven. Met of zonder mijn blog: de buitenwereld wíst welk antwoord de heer Rogiers geformuleerd had op de directe vraag van de heer Plasky. Ik hoop dat dat voor iedereen duidelijk is.]

De Moord

september 1, 2009

Tim Janssens, documentalist bij De Morgen alsook verkozen lid van de personeelsvertegenwoordiging, houdt het voor bekeken. Zijn collega Dirk Steenhaut haalt wekenlange pesterijen aan als voornaamste reden voor zijn vertrek.

Half mei raakten de namen bekend van degenen die De Morgen collectief en ogenblikkelijk mochten verlaten. Meteen sprak Bert Bultinck, kopstuk van de personeelsdelegatie én medeslachtoffer van de wrekende hamer van het journalistieke curiosum Klaus Van Isacker, van een afrekening, precies omdat zoveel leden van de personeelsdelegatie buiten gewerkt werden. Hun gezichten ziet u op deze foto.

Ondertussen heeft de heer Bultinck onderdak gevonden bij De Standaard, en wel als chef opinie. Inderdaad, dezelfde functie die hij bij De Morgen uitoefende maar waarvoor de heer Van Isacker hem niet geschikt achtte. Ook Hans Vandeweghe, een van de opstellers van het alternatieve financiële plan voor De Morgen, werd na zijn ontslag binnengehaald door Corelio. Daarmee zijn zij in ieder geval beter af dan het deel van de personeelsdelegatie dat niet moest opstappen.

Met name Dirk Steenhaut, naast excellent muziekjournalist een vakbondsman van het taaie soort, mocht incasseren. De heer Steenhaut kreeg deze zomer te horen dat hij zijn taalkundige talenten voortaan mag gaan botvieren op de eindredactie en dat hij de lezer niet langer moet lastigvallen met recensies van groepen waar niemand al van gehoord heeft. “En daarbij, van iedereen wordt in deze tijden een beetje flexibiliteit verwacht en je hebt toch geen meerwaarde meer voor deze krant”, kreeg de heer Steenhaut zowat letterlijk te horen van zijn hoofdredactie.

Ook een ander lid van de personeelsvertegenwoordiging, Tim Jansens, had het voorgoed verkorven bij de hoofdredactie. De heer Jansens was documentalist, maar werd eind juni zonder boe of ba overgeplaatst naar de fotoredactie. De documentatiedienst zelf werd simpelweg ontbonden, want het verleden, pfff, daar is toch niemand in geïnteresseerd. De heer Jansens heeft toen zelf uitdrukkelijk verzocht zijn lotgenoten uit de openbaarheid te houden om zijn functioneren bij De Morgen niet nog moeilijker te maken. Vandaag blijkt er van zijn functioneren echter geen sprake meer te zijn. Op Facebook postte de heer Steenhaut immers het volgende bericht:

Dirk Steenhaut brengt hulde aan collega Tim Jansens, documentalist en personeelsvertegenwoordiger bij De Morgen, die na enkele weken van pesterijen, vanaf vandaag de eer aan zichzelf houdt. En zo zal de droom van de hoofdredactie -een vakbondsvrij bedrijf- binnenkort toch nog uitkomen.

Ge houdt het niet voor mogelijk, maar de heer Van Isacker en zijn strijdmakker Bart Van Doorne zijn De Morgen werkelijk aan het kraken. Door de inmiddels Spartaanse werkdruk – elke zomer is het spartelen, maar deze keer was het met nog eens bijna twintig man minder – is het personeel te murw om zelfs maar actie te kunnen voeren voor de eigen vakbondsmensen.

Daaruit blijkt dat de heer Van Isacker een profeet is. Bij zijn aantreden, warempel al ruim twee jaar geleden, zei hij immers dat hij niet gelooft in het DNA van De Morgen. Als hij zo blijft tekeergaan tegenover zijn eigen redactie, zullen we op een blauwe maandag inderdaad moeten erkennen dat het DNA van De Morgen niet (meer) bestaat.

Mismanagement

augustus 26, 2009

‘Het probleem bij De Morgen is dat de top die nu de basis aanstuurt, nooit serieus met krantenjournalistiek is bezig geweest.’ Dat zegt Hans Vandeweghe, volgens vriend en vijand een van de beste sportjournalisten van het land, in een interview in Tribune, het ledenblad van de socialistische bediendenbond ACOD. Half mei werd de heer Vandeweghe samen met twaalf anderen ontslagen bij De Morgen. Vanaf 1 september gaat hij aan de slag voor Corelio, de grote rivaal van De Persgroep.

Als chef sport werd Hans Vandeweghe gevreesd wegens zijn vlijmscherpe pen. Ook op de redactie zelf voelde de heer Vandeweghe zich nooit te beroerd om zijn ongezouten mening te geven. “Had ik gewild, dan had ik misschien bij De Morgen kunnen blijven”, zegt hij in het nummer van Tribune dat in september verschijnt. “Maar ik ben gewoon het te zeggen wanneer iets op m’n lever ligt. Vroeger was dat mogelijk bij De Morgen, nu niet meer.”

Het collectief ontslag bij De Morgen was officieel noodzakelijk vanwege de slechte economische omstandigheden.  Tijdens de onderhandelingen over dat collectief ontslag maakte de heer Vandeweghe deel uit van de personeelsdelegatie. Ook op de Sheratondebatten, waar leden van de vakbond en de redactieraad hun alternatieve financiële plan aan de directie probeerden te verkopen, was de heer Vandeweghe aanwezig. Samen met economieredacteur Johan Corthouts had hij de financiële toestand van De Morgen onder de loep genomen, en wat hij zag, was niet proper. ”Pas vorig jaar werd echt duidelijk dat er ernstig foute keuzes werden gemaakt bij De Morgen. [...] De Morgen was altijd een gezonde krant geweest, maar de voorbije twee jaren draaiden we met een verlies. De kosten waren plots met 6 miljoen euro gestegen op een budget van 30 miljoen euro.”

De heer Vandeweghe is er nog altijd van overtuigd dat slechts twee mensen verantwoordelijk zijn voor dat verlies: algemeen hoofdredacteur Klaus Van Isacker en hoofdredacteur Bart Van Doorne. Enerzijds haalt de heer Vandeweghe de dure promotiecampagnes en de goedkope abonnementen aan als “overinvestering met onvoldoende opbrengst”, en anderzijds wijst hij op de vele chefs die de heer Van Isacker en de heer Van Doorne binnenhaalden als buffer tussen hen en de redactie. “Het waren de nieuwkomers, het Mexicaans leger dat ontstond rond Van Isacker en Van Doorne, die een enorme meerkost betekenden. Om een voorbeeldje te geven. Enkele jaren terug had ik het vijfde hoogste salaris bij De Morgen. Toen ik tijdens het sociaal  conflict  de  loonschalen  inkeek, merkte ik dat ik niet langer in de top 25 stond. Dat wil zeggen dat er sinds de intrede van de nieuwe directie meer dan 20 personen over mijn loon waren gesprongen – en ik werd al niet slecht betaald. [...] Ik heb daar maar één woord voor: mismanagement!”

In Tribune probeert de heer Vandeweghe ook te verklaren waarom zijn voormalige bazen zich zo nodig moesten omringen met een legertje jaknikkers (míjn woorden): “Het probleem is dat zowel Van Isacker als Van Doorne uit de televisiewereld komen. Ze hebben totaal geen voeling met De Morgen, die ze steeds als elitaire krant beschouwden. Zoiets zorgt onvermijdelijk voor wrijvingen met het personeel. Er was een manifest gebrek aan vertrouwen tussen directie en hoofdredactie enerzijds en personeel anderzijds.”

De wrijvingen tussen de top en de basis zijn volgens de heer Vandeweghe vooral het gevolg van een compleet andere benadering van journalistiek. “De Morgen werd vanouds bottom-up  gemaakt.  [...] De nieuwe directie en hoofdredactie is afkomstig van  het VTM-nieuws. Zij zijn gewoon te reageren op nieuws, in plaats van het zelf te maken. Zij bepalen dus ook graag zelf wat het nieuws is en wie het zal brengen en op welke manier. Dat is een top-down manier van werken. De laatste jaren ontstond er bij De Morgen een cultuur waarin enkel volgzame journalisten interessante brokjes nieuws toegeworpen kregen”, analyseert de heer Vandeweghe in Tribune. “Probleem bij De Morgen is dat de top die nu de basis aanstuurt, nooit serieus met krantenjournalistiek is bezig geweest. En om dat te compenseren worden via hoge lonen en bonussen steeds maar extra mensen aangetrokken om de top te versterken en geliefd te maken bij de redactie. Tja, zo creëer je natuurlijk een heel duur Mexicaans leger.”

De heer Vandeweghe zelf is er beslist de man niet naar om mee te stappen in zo’n Mexicaans leger. Op twee manieren stak hij de heer Van Isacker en diens entourage spaken in de wielen: enerzijds door zich te engageren voor de personeelsvertegenwoordiging en anderzijds door de vtm-boys haast onverbloemd aan te vallen in zijn columns. De meest beruchte pennenvrucht van de voormalige chef sport is zijn column over de Dakarrally van 2008. Toen hij de volgende zin schreef, vertelde hij er nét niet bij dat ook de heer Van Isacker in 1996 met een 4×4 over het Afrikaanse continent gehobbeld kwam:

Sinds halfweg de jaren negentig vaardigen wij als enige land hele horden BV’s, pseudo-vedetten en VT-emmers af.

Om zichzelf helemáál onmogelijk te maken bij de hoofdredactie liet de heer Vandeweghe zich ook uit over de redactionele lijn van zijn toenmalige krant:

De Dakar staat op het DNA van De Morgen als een tang op een varken.

Maar zelfs als de heer Vandeweghe zijn geplaagde algemeen hoofdredacteur niet rechtstreeks aanviel in zijn columns, dan nog wekte zijn schrijfstijl wrevel op. Zo kon de heer Van Isacker het niet laten om zijn chef sport openlijk te berispen nadat die gespot had met de bijnaam van de voetballer Ricardo Izecson dos Santos Leite: Kaká. In zijn ‘daily mail’ van 17 januari 2009 schreef de heer Van Isacker immers voor al die het wou lezen:

En Kakà met stront vergelijken is 1) cheap, 2) makkelijk, 3) een kwaliteitskrant – en dus De Morgen – onwaardig.

Dat de heer Vandeweghe, met al zijn renommee en expertise, ook nog eens vakbondsman was, bleek een reden te meer om hem buiten te schoppen. Vakbondslieden zijn immers niet geliefd bij de hoofdredactie van De Morgen. Naast Hans Vandeweghe moesten ook de syndicalisten Jan De Haese en Georges Timmerman het aftrappen. Samen met toenmalig chef opinie Bert Bultinck, die als voorzitter van de redactieraad op de voorgrond trad, behoorde niet minder dan een derde van de ontslagen werknemers tot de personeelsdelegatie.

De schaarse vakbondslui die nu nog overblijven op De Morgen worden getolereerd zolang zij hun muil niet opentrekken. De anderen voelen zich langzaam maar zeker richting uitgang gestampt. Het markantste voorbeeld is Dirk Steenhaut, een van de zeldzame muziekjournalisten die zowel door zijn publiek áls door muzikanten gerespecteerd wordt. Begin juli al ondernam de hoofdredactie een poging om Dirk Steenhaut te verbannen naar de sterfput van de eindredactie. Dat ging toen niet door, onder andere omdat de directie van De Persgroep Publishing verveeld zat met de situatie.

Dat de heer Van Isacker zijn willetje niet kon doordrukken, betekende zeker en vast gezichtsverlies voor de algemeen hoofdredacteur. Maar, zo dacht de vtm-boy in een zeldzame bui van voluntarisme, uitstel is geen afstel. Twee weken later was op de Facebookpagina van de heer Steenhaut namelijk het volgende te lezen:

Dirk Steenhaut heeft tijdens zijn eerste vakantiedag van zijn hoofdredacteur een telefonische oorlogsverklaring mogen ontvangen. De Morgen, anno 2009: sommige mensen houden er hoogst eigenaardige fatsoensregels op na.

Terwijl de belaagde muziekjournalist probeerde te genieten van de rest van zijn vakantie, ontving hij op de koop toe een aangetekend schrijven waarin stond dat hij op zijn eerste nieuwe werkdag alsnog verwacht werd op de eindredactie, die wegens drie ontslagen in mei zwaar onderbemand is. En in tijden van crisis wordt van iedereen een beetje flexibiliteit verwacht, nietwaar?

Hans Vandeweghe gebruikt in Tribune een mooi woord voor dat soort toestanden: mismanagement.

Tribune is het ledenblad van de socialistsche bediendenbond ACOD. Het interview met Hans Vandeweghe, vanaf volgende week werkzaam bij De Standaard/Het Nieuwsblad, verschijnt in september.

Dé Man van Melle

augustus 7, 2009

“De slechtste mens die ik in mijn leven al ben tegengekomen.”

“Die man geef ik nooit nog een hand.”

“Als hij nu nog enig journalistiek talent had…”

Mijn betreurde ex-collega’s van De Morgen alsook journalisten die met de heer Bart Van Doorne hebben samengewerkt toen hij nog bij vtm zat, waren de afgelopen maanden niet mals voor de huidige hoofdredacteur van mijn ex-krant.

Sinds vandaag weten we dat zij véél te fel oordeelden over de man. De heer Van Doorne is niet minder dan een held. Alleen heeft hij zich van beroepssector vergist, en was hij dan toch beter brandweerman geworden in plaats van journalist.

Bart Van Doorne, ervaringsdeskundige

In één oogopslag ontleedt Bart Van Doorne, hoofdredacteur van De Morgen, de chemische samenstelling van een rookwolk.

Uit het relaas in De Morgen blijkt eens te meer dat Bart Van Doorne geen man van woorden maar van daden is.

Uit het relaas in De Morgen blijkt eens te meer dat Bart Van Doorne geen man van woorden maar van daden is. Een standbeeld zal zijn deel zijn.

Het vuil van de straat

augustus 7, 2009

Soms wenst ge dat er een hel is die vol planken hangt waarin vele roestige spijkers zijn gedreven. Met die planken worden alle lafaards geslegen die hun medemens als stront bejegenen. Als zij geen geweten hebben dat van wroeging ligt te gloeien en te verzweren, laat hen dan voor eeuwig de pijn door schuld met hun vel beleven.

Gisteren zat ik op de tram en vloekte ik omdat ik geen plank vol roestige spijkers bij me had en niet meteen op straat kon springen. Van op m’n comfortabele zitje zag ik Antoon, een dakloze man over wie ik drie jaar geleden in De Morgen al voorspeld had dat hij het einde van de winter niet zou halen. Antoon is er nog altijd en nog altijd ziet men hem vooral langs het traject van de Gentse tram 1, meestal tussen de Kouter en de Charles de Kerchovelaan.

Er reed een fietser tegen Antoon. Wat wraakroepend is, want Antoon stond op het voetpad, waar beslist geen fietsers thuishoren. Maar aangezien het fietsers sowieso streng verboden is om de Kuip van Gent te verlaten via de Nederkouter, kiezen velen ervoor om met hun tweewieler het voetpad onveilig te maken, wat in hun kop waarschijnlijk een kleinere overtreding is dan het verbodsteken te negeren door op de weg te rijden. De stommekloten beseffen niet dat ze zo twee keer in overtreding gaan.

Die fietser, een achterlijke tiep van wie ik hoop dat de wormen hem van binnenuit leeg vreten, reed tegen Antoon en begon van zijn kloten te maken tegen de man die zich in zijn hoedanigheid van voetganger volledig legitiem op het voetpad bevond. Ik herhaal: de fietser reed op het voetpad tegen Antoon en begon hem ogenblikkelijk uit te schelden voor het vuil van de straat. Wat op de koop toe bijzonder gratuit was, want Antoon ís, althans in empirische zin, het vuil van de straat.

Dan hoopt ge dat de tram, als ge er nog eens op zit, op een mooie dag langs die fietser passeert en plotsklaps uitwijkt langs het fietspad. En dan zult gij niet de arrogantie hebben om de vermorzelde stukken en brokken die van zijn lijf overblijven de les te spellen. Ge zult grijnzen, en denken aan de planken vol roestige spijkers waarmee de Demonen van Billijke Vergelding zijn onthechte leden weer aaneen zullen timmeren.

De palingvissers

juli 31, 2009

Mijn stad dommelt in en maakt zich op voor een zomerse winterslaap. De meeste cafébazen tappen een maand lang geen pint meer en liggen tot september met hun luie kloten op het strand van de Blaarmeersen. Wie neemt hen dat kwalijk? Degenen die de Gentse Feesten ten volle meegemaakt hebben, hoor je alvast niet klagen. Zij zijn zelf aan recuperatie toe, om maar niet te spreken van maandenlange revalidatie.

Zeker wie de laatste nacht, van maandag op dinsdag, uitgezeten heeft, kan een afkickperiode gebruiken. Het was een verdomd lange nacht, die zichzelf voortsleepte tot de noen. Al wie na negen dagen nog een beetje reserve had, was erbij. Of probeerde er zo lang mogelijk bij te zijn. Sommigen haalden echter niet eens het begin. Nog voor de avond goed en wel gevallen was, passeerde ik in de Burgstraat een madam die buiten kennis op de stoep lag.

“Dat ziet er niet goed uit”, stelde ik vast.

“Is ze enigszins bij bewustzijn?”, vroeg mijn vrouw aan de twee heren die bij het bezopen lichaam stonden alsof er niets aan de hand was.

“Ze zal wel bijkomen”, antwoordde de ene.

“Kom, we zullen haar ne keer recht proberen te krijgen”, zei de andere.

De twee sjarels, zelf al niet meer bijster stevig te been, hesen de madam min of meer overeind en wisselden een blik van verstandhouding.

“Ziet ge wel, alles komt in orde”, stelde de eerste ons gerust.

“Als u het zegt, zal het wel zo zijn”, sprak ik met een diep respect voor het overlevingsinstinct van de gewone volksmens.

Een ander voortijdig slachtoffer van de Feesten was m’n maat Matthias, die de Vlasmarkt de voorbije dagen al meermaals verblijd had met zijn warme aanwezigheid. Hij gaf, tegen alle dure beloftes in, verstek op maandagavond. De gsm werd niet opgepakt, sms’jes bleven onbeantwoord, kortom: Matthias liet de laatste en belangrijkste beker van de Gentse Feesten aan zich voorbijgaan. De volgende dag stuurde hij een sms ter verantwoording:

Zorgvuldig opgebouwde maar extreme vermoeidheid én angst voor roodharige paparazo’s hebben mij vannacht vroegtijdig in mijn bed gedwongen voor een rit van 14 uur slaap. Verrader van de Feesten of blijf ik met het meeste foto’s de ster van je blog?

Als hardcore democraat annex geslepen populist zou ik het antwoord op die vraag via een internetpoll kunnen overlaten aan de lezer. Daar zie ik echter van af. Stel je voor dat Matthias een kater overhoudt aan zijn áfwezigheid. Zo gemeen wil ik op mijn jeugdige leeftijd nog niet zijn. Plus daarbij: het is niet omdat die kloefkapper er niet was dat er geen leuke plaatjes geschoten konden worden. Wat dacht hij wel? En wie zegt er trouwens dat je voor een geestig beeld volk nodig hebt tout court?

Wie met een slakom vol zelfgestookte whiskey naar de Feesten trok, bleef beter uit het zicht van de flikken. Eén man die op de stoep een potje cocktailsaus had leeggelepeld, mocht de rest van de nacht zelfs in de cel doorbrengen.

De flikken waarschuwen het volk dat slakommen vol zelfgestookte whiskey niet welkom zijn. Eén man mag de rest van de nacht in de cel doorbrengen omdat hij op de stoep een potje cocktailsaus zit leeg te lepelen,.

Los daarvan moet je op de Genste Feesten niet eens technisch onderlegd zijn om prachtige foto’s te trekken. Gewoon wachten tot iedereen zo zat is dat elk laatste restje eergevoel of zelfrespect overboord gekieperd wordt, op het juiste moment afdrukken, en meer moet dat niet zijn.

Wie bij dronkenschap makkelijk zijn zelfrespect verliest, draagt het best broeken die bestand zijn tegen de zwaartekracht.

Wie bij dronkenschap makkelijk zijn eigenwaarde te grabbel gooit, draagt het best broeken die bestand zijn tegen de zwaartekracht.

Het probleem is: wat doe je in de tussentijd, als de meeste mensen nog tamelijk nuchter zijn? Want die laatste nacht heb ik helemáál meegemaakt. Ik ben niet, zoals ik anders wel deed, om middernacht gaan slapen, zodat ik tegen 4 uur ‘fris’ richting een reeds doorzopen Vlasmarkt kon trekken. Voor de laatste nacht wou ik een respectvolle uitzondering maken. Die zou ik verdorie volledig gadeslaan, op mijn eer als telg uit het ooit zo roemrijke geslacht der Van der Mensbrugghes. Ik had de batterij van m’n fototoestel voor de zekerheid vier keer na elkaar opgeladen, de dikte van mijn notitieboekje was gedriedubbelcheckt en zou mijn stylo mij in de steek gelaten hebben, ik had mijn avonturen met mijn eigen bloed aan het papier toevertrouwd.

Om weerwerk te bieden aan de verveling kon ik gelukkig rekenen op een vaste traditie van de laatste nacht van de Gentse Feesten: het optreden van het dronken balorkest Les Cerveaux Lents in bubbelsbar de Parels. De Parels is strategisch gelegen tussen de Vlasmarkt en het Baudelopark, een fles cava kost er 20 euro en als je voor de deur op straat staat, is dat in alle comfort, want er passeert bijna niemand. Hoe toppie is dat niet?

Het enige nadeel aan de Parels is dat het er zo verdomd donker is. Dat maakt het voor een amateuristische prutser van een fotograaf als ik niet makkelijker op om de opzwepende klezmer van Les Cerveaus Lents op de gevoelige plaat vast te leggen. Zeker niet als er naast mij een sympathieke knoeier staat die voor het gemak om de twee seconden een foto pakt met zijn flits op full force.

“Excuseer, kunt u even ophouden met flitsen?”, vroeg ik beleefd.

“…”, kreeg ik als antwoord. Mijn voorkeur was nochtans uitgegaan naar: “Zeer zeker, ik kan er toch niets van, en u hebt een beter toestel, dus ga uw gang.”

Van de duust foto’s die ik van Les Cerveaux Lents gemaakt heb, zit er dus werkelijk niet één tussen die mij kan bekoren. Mijn gevoel voor esthetiek protesteert telkenmale. Gelukkig heeft mijn brein een hoge foertfactor tegenover zijn eigen meningen, en kan ik besluiten dat eentje er nog oké uitziet.

De Parels is een piepklein café waar je maar nét een klezmerorkest binnen gestampt krijgt. Gezellig is het er wel en ook buiten de Feesten kun je er in een warme sfeer cava nippen.

De Parels is een piepklein café waar je maar nét een klezmerorkest binnen gestampt krijgt. Gezellig is het er wel en ook buiten de Feesten kun je er in een warme sfeer cava nippen.

De betreffende foto zal door verdergevorderde fotografen afgebrand worden als ruim onvoldoende, maar waar waren zíj? Waarschijnlijk waar al het volk zat en niet waar er iets interessants te beleven viel. Toepen aan het smoren in het Baudelopark om hun creatieve focus op te krikken? Cocktails aan het hijsen op Polé Polé om de decolletés van dronken negerinnen te vereeuwigen? Geduldig aan het wachten bij de Duveltent tot beschonken Italianen tegen het Belfort kwamen leunen om zomaar wat in hun korte jeans te pissen? Bah, fuck that shit.

Een van mijn weinige foto's van het Braunplein met bijbehorende Duveltent. Normaal gezien passeer ik er even gehaast als de 'spoken' op de voorgrond.

Een van mijn weinige foto's van het Braunplein met bijbehorende Duveltent. Normaal gezien passeer ik er even gehaast als de 'spoken' op de voorgrond.

Neem nu die Duveltent. Er staat daar zo’n massa volk op elkaar geplet dat je zelfs geen bescheiden windje kunt lossen, de meeste aanwezigen hebben zich tegen 1 uur ’s nachts al een dubbele beroerte gedronken, reeds lang voor zonsopgang worden de tapkranen afgesloten en als er een spitburgerkot ontploft, zie ik het achteraf wel op YouTube. Geef mij maar de Vlasmarkt, zelfs al valt er vóór 4 uur geen ruk te beleven. Daar heb je tenminste de belofte op ochtendlijk amusement en in afwachting daarvan is het goed toeven in de nabijheid van saucissenkraam Bij René.

Brecht Decaestecker, mediajournalist bij De Morgen, en Arne Depuydt, grafisch vormgever bij diezelfde krant, bespreken de huidige crisis in de pers. "Het grootste gevaar komt van afvallige bloggers die het als ongeleide projectielen gemunt hebben op de powers that be."

Brecht Decaestecker, mediajournalist bij De Morgen, en Arne Depuydt, grafisch vormgever bij diezelfde krant, bespreken de huidige crisis in de pers. "Het grootste gevaar komt van afvallige bloggers die het als ongeleide projectielen gemunt hebben op de powers that be."

Je drinkt enkele ricards, je laat je een half dozijn 33′ers trakteren, je neemt foto’s van smoelwerken die zelfs te lelijk zijn om te publiceren op rotten.com, je noteert quotes gaande van “Polé Polé heeft nood aan een knuffelblanke” over ”Van alle geslachten is de vrouw het ziekst” tot “Kunst is de enige politieke keuze die je kunt maken”, en ondertussen denk je voortdurend: alstublieft, laat het snel ochtend worden. Want de ochtend maakt iets los in de geesten. Een collectieve roes van overwinning. De nacht is weer geknecht. De ridders van het duister maken plaats voor de graven van het licht.

Patrick heeft het eerste licht gezien. "Hou je camera gereed, want zo meteen wordt alles anders."

Patrick heeft het eerste licht gezien en orakelt: "Hou je camera gereed, want zo meteen wordt alles anders."

De laatste ochtend van de Feesten was het wachten zoals gewoonlijk meer dan waard. De zon had haar stralen nog niet ten volle ontplooid of allerlei sujetten, de vreemdste eerst, kwamen uit rioolputten hier en afvalcontainers daar gekropen. Ik werd er zelfs enigszins onrustig van: hoe zou ik alle markante figuranten van dit schone schouwspel kunnen portretteren vóór de batterij van mijn camera de geest gaf?

's Morgens zie je de raarste figuren opduiken op de Vlasmarkt. Dit exemplaar draagt een hoedje en omklemt een camera. Dat moet een fotograaf zijn.

's Morgens zie je de raarste figuren opduiken op de Vlasmarkt. Dit exemplaar draagt een wit hoedje en omklemt een camera. Dat moet een fotograaf zijn.

Terwijl ik mijn nabijheid controleerde op fotogenieke taferelen, kwam m’n maat James Vervenne naast me staan.

“Kèrel, ‘k è doajuust entwa geskifts gezien”, meldde James in het West-Vlaamse dialect dat ik hierna – voor mijn eigen gemak – als gewone tussentaal zal weergeven.

“Bère. Wat?”, vroeg ik geïnteresseerd.

“Een beetje verder stond er een gast te kotsen terwijl hij…”

“Aan ‘t kakken was?”, raadde ik.

“Neen! Hij was aan ‘t sms’en!”

“Huh? Dus die peet stond voor het vaderland over te geven terwijl hij maar berichtjes bleef zenden?”

“Ja, echt waar.”

“Shit, dat ik dat niet gefotografeerd heb.”

“Awel, ik dacht dat ook. Spijtig, hé.”

“We moeten misschien, euh, het een en ander ensceneren?”, zei ik, terwijl ik veelbetekenend naar James gluurde.

“Hohoho, neen, ik ga daar niet staan kotsen met mijn gsm in mijn poten”, sprak James opeens veel te nuchter.

“Damn”, vloekte ik ontgoocheld. Maar die ontgoocheling was van korte duur, want opeens bemerkte ik op twee meter van mij Emilie De Roo, een getalenteerde actrice die tevens een talent voor Gentse Feesten heeft. “Emilie, kom eens hier als je wilt. James en ik hebben een boosaardig voorstel voor je.”

“Ik ben één en al oor”, sprak Emilie zonder een greintje valse interesse . “Vertel!”

“Wel, James heeft hier zonet een tafereel aanschouwd dat we zouden willen reproduceren voor de camera”, begon ik. “James, zeg eens wat je gezien hebt.”

“Emilie, het zit zo”, stak James van wal. “Een beetje verder stond er een vent te sms’en terwijl de kots in grote gulpen uit zijn gezicht spoot.”

“Helaas was ik er niet bij om dat beeld vast te leggen”, gaf ik ootmoedig mijn falen toe. “Aangezien James twijfels heeft over zijn kwaliteiten als acteur, vragen we aan jou of je even kunt doen alsof je staat te braken terwijl je sms’t.”

“Ja!”, was de eerste, verrassend enthousiaste reactie van Emilie. Waarop meteen een dreigende blik aan mijn adres volgde: “Is het voor op je blog?”

“Euh, ja”, moest ik bekennen.

“In dat geval eis ik dat je er zéér duidelijk bij zet dat ik aan het acteren was. Maar dus zéér duidelijk, hé, of je zult je volgende Gentse Feesten niet meer meemaken.”

“Deal!”, besloot James juichend. “Kom, volg mij naar de plaats van het gebeuren!”

Bon, we hadden uiteindelijk drie pogingen nodig voor er een foto uit kwam die voor ons alledrie aanvaardbaar was. Zodra dat in orde was, dacht ik dat ik me kon gaan bezighouden met andere onderwerpen. Dat was echter buiten Emilie De Roo gerekend.

“Kom, we zijn naar mijn echtgenoot David. Toon hem die foto, en ik kijk van op een afstand toe. Ik wil zijn gezicht zien”, fluisterde Emilie samenzweerderig.

Als drie kleine kinderen die op weg waren om een dode rat in de brievenbus van mijnheer pastoor te duwen keerden we terug naar onze vaste stek voor de Kinky Star. Alras vonden we David terug, die qua rossige haarkleur niet moet onderdoen voor mij.

“David,” zei ik met een bedrukt gezicht, “ik denk dat je beter eens naar Emilie kijkt. Zie eens hoe ze op de foto staat…”

“Aha, ik zal eens kijken”, sprak David veel te enthousiast. Nietsvermoedend haalde hij een vergrootglas te voorschijn. “Toon mij die foto eens.”

David Van Belleghem, echtgenoot van Emilie De Roo, inspecteert een brok informatie waar hij in eerste instantie niet gelukkig van zal worden.

David Van Belleghem, echtgenoot van Emilie De Roo, inspecteert een brok informatie waar hij in eerste instantie niet gelukkig van zal worden.

Toen doordrong welk beeld hij voor ogen kreeg, zakte zijn enthousiasme tot onder de kasseien van de Vlasmarkt. Zijn mond viel enigszins open, zijn wenkbrauwen plooiden zich in een ongelukkige, bezorgde frons. “O, neen, fuck, waar ís Emilie?!”

Actrice Emilie De Roo doet teken naar de fotograaf: "Houd u klaar!" Zo meteen zal ze een prachtige interpretatie brengen van een kotsend meisje, maar die foto moet ik onthouden. De kans dat dat beeld een eigen leven gaat leiden en misbruikt wordt door de taliban, de protestantse kerk en andere integristische organisaties is te groot.

Actrice Emilie De Roo doet teken naar de fotograaf: "Houd u klaar!" Zo meteen zal ze een prachtige interpretatie brengen van een kotsend meisje, maar die foto moet ik u onthouden. De kans dat dat beeld misbruik zal worden door de taliban, de protestantse kerk en andere integristische organisaties is te groot.

Waarop Emilie, schijnbaar schijtezat, tegen hem kwam aanschurken. “Ik voel mij… niet zo lekker”, lalde Emilie. Wist ik niet beter, ik had me zelf laten vangen door haar acteertalent.

“Oh, shit, kom we zijn naar huis”, besloot een ontnuchterde David met grote, paniekerige ogen. Hij zocht de kortste weg naar de uitgang van de Vlasmarkt en ondersteunde zijn vrouw alvast om gindse richting uit te gaan. Tot zij natuurlijk in de lach schoot, en James en ik met haar. Wat een jolijt zo vroeg op de dag!

“Dju, even vergeten dat ik met een actrice getrouwd ben”, gaf David sportief toe. “Om het goed te maken trakteer ik jullie alledrie op Irish coffee!”

Dat vonden wij natuurlijk wreed wijs, want rondom ons zagen we iedereen met een Irish coffee en waarom zouden wij onszelf dat genot ontzeggen? ‘t Is niet dat we vrome moslims zijn, hé.

Zelfs Hadewych Van den Bossche, chef eindredactie bij De Morgen, laat zich ondanks haar voorbeeldfunctie verleiden tot Irish coffee. "Je wordt er wakker van zonder al te veel te ontnuchteren", analyseert deze hoogst intelligente dame.

Zelfs Hadewych Van den Bossche, chef eindredactie bij De Morgen, laat zich ondanks haar voorbeeldfunctie verleiden tot Irish coffee. "Je wordt er wakker van zonder al te veel te ontnuchteren", analyseert deze hoogst intelligente dame.

Voor mij kwam dat drankje overigens zeer gelegen. Ik kon elk moment gebeld worden door de jongerenzender Studio Brussel en dan helpt een dosis alcohol om te bedaren en je gedachten op een rijtje te houden.

“Vergeet zeker niet vermelden dat regisseur Hans Buyse hier nu een clip aan het draaien is”, zei Emilie.

Ik vroeg me al af waarom er opeens zoveel videocamera’s opgedoken waren. Er had zelfs een cameraman postgevat op de wc-cabine. Dat opende opportuniteiten.

“Yo, mag ik eens iets vragen”, vroeg ik aan een medewerker van het Sfeerbeheer.

“Euh, ja”, antwoordde de jongeman.

“Sta jij met je microfoontje en oortje in verbinding met je oversten?”

“Ja, natuurlijk.”

“Vraag hen eens of ze het oké vinden dat ik naast die cameraman op die wc-cabine klim.”

“Euh, voor wat is het?”

“Awel, ik zal subiet opgebeld worden door Studio Brussel en het zou wijs zijn dat ik een panoptische kijk had op de Vlasmarkt.”

“Jamaar, iedereen kan dat zeggen. Heb jij niet een of ander identificatiebewijs dat je voor de pers werkt?”, vroeg de veiligheidsjongen sceptisch. Godver, da’s nu al de tweede keer in nog geen maand tijd dat ik die vraag krijg van een securityventje.

Ik haalde vlotjes mijn perskaart te voorschijn en hij leek gerustgesteld. Ik zag hem contact maken met zijn oversten en even later kreeg ik toestemming om op het dak van de wc-cabine te klimmen. Een schoon zicht vanwaar leuke foto’s te trekken waren.

De Vlasmarkt om iets voor acht uur 's morgens, gezien van op het dak van de wc-cabine. Het volk is nog massaal aanwezig en wordt lustig gefilmd door cameralui van Hans Buyse.

De Vlasmarkt om iets voor acht uur 's morgens, gezien van op het dak van de wc-cabine. Het volk is nog massaal aanwezig en wordt lustig gefilmd door cameralui van regisseur Hans Buyse.

De camerman in kwestie kon er echter niet mee lachen. “Zeg, sta eens stil, verdomme. Mijn beeld beweegt de hele tijd”, vloekte hij.

“Oeps, sorry, ik wist niet dat dat dak zo wankel was”, verontschuldigde ik me.

Alle respect voor die mens. Belachelijk vroeg moeten opstaan om een plein vol zatlappen te filmen en dan nog eens gestoord worden in je werk door een langharig stuk vreten als ik: er zijn wijzere manieren om je dag te beginnen. Ik besloot om stokstijf te blijven staan en van de gelegenheid gebruik te maken om even te overdenken hoe machtig het wel niet was dat ik met mijn blog over de Gentse Feesten op de radar van Studio Brussel was verschenen.

Toen ik nog voor De Morgen werkte, heb ik drie jaar lang gezaagd of ik iets over de Feesten mocht schrijven, en nooit kreeg ik zelfs nog maar een duidelijk antwoord. Ik was slechts een stomme eindredacteur, weet je wel. Eindredacteurs kunnen niet schrijven. Als niemand ze op tijd zegt dat ze naar het toilet moeten, pissen en kakken ze in hun broek tot de zweren centimetersdik op hun billen staan. Neen, als je een slimme hoofdredacteur bent, zeker van een zelfverklaard onafhankelijk dagblad, dan behandel je eindredacteurs als het vuilste stuk vuiligheid dat ’s morgens op de Vlasmarkt te vinden is. Maar aha, nu ik ex-eindredacteur ben en op mezelf wat tekstjes bijeen pleur, ben ik opeens wijs en spraakmakend en mag ik het live van op de Vlasmarkt gaan uitleggen aan de hipste zender van het Vlaanderland. Laat ik daar subiet nog een Irish coffee…

Ik werd ruw uit mijn revanchistische overpeinzingen gehaald door voorbijvliegende tomaten. Vanuit een bepaalde hoek van de Vlasmarkt zoefden ze opeens onze richting uit. Het stadsbestuur en de horeca maken alleen van hun kloten als de nachtwinkels te veel alcohol verkopen, maar waarom zou een nachtwinkel in de buurt van de Vlasmarkt verdorie tomaten moeten aanbieden? Doe daar eens iets aan!

De cameraman kreeg het helemaal op zijn heupen, terwijl ik de situatie eerlijk gezegd wel plezant vond. Ik zat dan ook niet in de vuurlinie en vond beschutting achter de cameraman en zijn ongetwijfeld zeer dure materiaal. En toen belde Bram Willems van StuBru.

“Dag Tim, goede morgen. Heb je nu even tijd voor ons?”, vroeg de sympathieke presentator.

“Wel, Bram, evenzeer een goede morgen. Het zit zo: ik sta op het dak van een wc-cabine en wij worden thans bekogeld met tomaten. Mijn plan is terug contact te zoeken met de begane grond, alwaar ik beschutting zal vinden. Kun je anders binnen een minuutje terugbellen?”

“Euh, ja, natuurlijk. Geen probleem”, zei Bram een beetje van z’n stuk gebracht. “Tot zo.”

Tegen dat ik goed en wel beneden was, rinkelde m’n gsm alweer. Het werd een leuk gesprek, maar ik vind het vandaag helaas nergens meer terug op de site van Studio Brussel. Volgens objectieve getuigen klonk ik verdacht nuchter, zij het een beetje hees. Zelf vond ik mijn Gentse ‘r’ bij herbeluistering te weinig uit de verf komen. Het was verdorie precies alsof ik Germaanse had gestudeerd en na een hele nacht zuipen nog in staat was om beschaafd Nederlands over mijn lippen te krijgen. Nu heb ik wel een diploma Germaanse op zak en probeer ik altijd zolang mogelijk zoveel mogelijk onderdelen van mijn lijf onder controle te houden, maar een beetje couleur locale op het gebied van taal had beslist niet misstaan.

Maar goed, mijn three minutes of fame waren niet al te schaamtelijk. Jammer dat ik ze niet van op de wc-cabine beleefd heb, maar aan de cameraman zijn blik te zien had hij mij eigenhandig tot moes geslagen was er een tomaat tegen zijn lens gevlogen.

In plaats van zijn kadrering in de gaten te houden werpt de cameraman op de wc-cabine van de Vlasmarkt mij een boze blik toe.

In plaats van zijn kadrering in de gaten te houden werpt de cameraman op de wc-cabine van de Vlasmarkt mij nog een laatste boze blik toe.

Het was toen acht uur. Normaal begint de menigte op de Vlasmarkt dan op te lossen, onder andere omdat de muziek al stopgezet is en alle dranktenten dicht zijn. Maar op de laatste ochtend gelden er traditiegetrouw andere regels. Ook dit jaar bleven er nog Irish coffees te krijg terwijl de blekkende zon al genadeloos op de mensen neerscheen. De dj’s lieten de beats maar over de massa knallen. Wat normaal gezien pas gebeurt als er nog maximum vijftig man overblijft, kwam dinsdagochtend op gang toen er nog vele honderden aanwezig waren: iedereen geraakt met iedereen aan de klap. Allemaal zeer à l’aise. Er zijn dan bijna geen vaste groepjes meer, alleen maar losse verbanden die even snel ontbinden als ze zich vormen.

Het ene moment stond ik zelf te praten met een vijftiger die nog maar één keer in zijn leven ziek was geweest: een longontsteking nadat hij iemand had gered.

“Ik heb ook eens tweedegraadsbrandwonden op al mijn armen en benen opgelopen toen ik iemand uit een brandende auto sleurde”, vertelde de man.

“Wauw. U bent zowat het type mens dat van anderen redden zijn hobby gemaakt heeft”, zei ik onder de indruk.

“Inderdaad. Ik zal nooit perplex staan als mensen in gevaar zijn. Maar die brandende auto was wel een goede les.”

“Hoezo?”

“Zodra een auto echt in brand staat, mag je het vergeten om er nog iemand levend uit te halen.”

“Dan blijf je er beter van weg?”

“Inderdaad. Dat gaat radicaal tegen mijn instinct in, maar als het geen zin heeft…”

Het andere moment probeerde ik Bram Moony, de bezieler van de voortreffelijke rockband Moony, ervan te overtuigen om nabij de flikkencombi een moony te plegen.

“Godver, breng mij niet op ideeën”, gromde Bram.

“Oei, heb jij iets tegen flikken dan?”, vroeg ik verrast.

“Ze hebben mijn date afgepakt.”

“Neen! Hoe dat?”

“Ik stond hier te praten met een mooi blond meisje en opeens stapten er twee oproerflikken op ons af. ‘Gelieve eens mee te komen, juffrouw’, zegden ze.”

“Ai.”

“Ze begonnen haar sacoche te doorzoeken, namen haar mee en sindsdien heb ik haar niet meer teruggezien.”

“Misschien had je wel te maken met een dealster?”

“Ik had in ieder geval te maken met een date, en de flikken hebben haar afgepakt.”

“‘Hem’. Date is mannelijk.”

“Ja, maar dat klinkt zo raar. Het gaat tenslotte over een mooi, blond meisje.”

“Oké, dan laat ik ‘haar’ gewoon staan.”

“Merci.”

“Kom, laat ons vlug nog wat pintjes drinken. Straks worden we weer nuchter van al dat geleuter.”

“Mijn gedacht.”

Toch had ik de indruk dat de aanwezige flikken vriendelijke lieden waren. Ze waren dan wel volledig uitgerust met scheenbeschermers, kogelvrije vesten en robuuste matrakken, maar had ik gevraagd “Zal ik jullie allemaal een pintje halen?”, dan hadden ze zeker twee volle seconden getwijfeld voor hun opperwachtmeester de knoop zou doorhakken: “Nu nog niet, maar subiet zal ik met mijn walkie-talkie versterking vragen aan die sukkelaars van de gerechtelijke politie en we zullen in den duik dan wel wat pilsjes kraken.”

De flikken hebben er ook over gewaakt dat opgefokte toeristen niet al te veel amok konden maken. Oké, iemands oog is er nogal kordaat uitgeklopt, een Evergemse bokser-portier kreeg twee laffe messteken in zijn rug en naar ik informeel vernomen heb, moest de tandarts van wacht elke dag drie tandfracturen behandelen. Maar over het algemeen ben ik zelf niet meer fysieke agressie gewaar geworden dan anders.

Franky maakt het vredesteken. "Ik ben tegen agressie en kom daar voor uit. Zelf blijf ik weg van alcohol om de Feesten zo bedaard mogelijk te kunnen meemaken." Dat is karakter hebben.

Franky maakt het vredesteken. "Ik ben tegen agressie en kom daar voor uit. Zelf blijf ik weg van alcohol om de Feesten zo bedaard mogelijk te kunnen meemaken." Dat is karakter hebben.

In plaats van op elkaars muil te slaan is het beter om wederzijdse affectie te betonen. Dat komt de sfeer ten goede.

In plaats van op elkaars muil te slaan is het beter om wederzijdse affectie te betonen. Dat komt de sfeer ten goede.

“Er is inderdaad niet méér gevochten”, bekende Clay Vervaene, een van de leiders van het Sfeerbeheer op de Vlasmarkt.

“Toch zijn er veel doorgewinterde Feesters die beweren dat de gemoederen rapper verhit geraakten.”

“Dat klopt voor een stuk. We hebben harder ons best moeten doen om de rust te bewaren. In die zin waren het moeilijke Feesten. Ook waren de gevolgen van de vechtpartijen iets mediatieker, om het zo uit te drukken.”

“Maar bon, alles is goed gekomen.”

“Alles is goed gekomen.”

“Bedankt voor dit gesprek.”

“Bedankt om mijn woorden correct weer te geven. Ik voel mij vaak misbegrepen en dan doet het deugd dat er eindelijk eens iemand schrijft wat ik gezegd heb zoals ik het gezegd heb.”

“Dat zullen we dan wel zien over enkele dagen, als mijn blog online staat.”

“Ik kijk er al naar uit, Tim.”

Ik uitte een dankwoord vanwege zijn vertrouwen en besloot mijn licht eens op te steken aan de andere kant van de Vlasmarkt, nabij het Botramkot. Het ging er wilder aan toe dan in de buurt van de Kinky Star, onder meer omdat de vlakke zon de schedelpannen van de aanwezigen er reeds duchtig verhit had. Het Botramkot was helaas al toe, maar de uitbaters maakten wel verscheidene fotogenieke rondedansjes.

Parcifal, Nicolas en Nele zijn met hun legendarisch Botramkot de sterren van de Vlasmarkt.

Parcifal, Nicolas en Nele zijn met hun legendarisch Botramkot de sterren van de Vlasmarkt.

Nele en Nicolas plaatsen een wilde rock-'n-rolldans op de glibberige kasseien van de Vlasmarkt.

Nele en Nicolas plaatsen een wilde swing op de glibberige kasseien van de Vlasmarkt.

De bezielers van het Botramkot zijn bruisende, jonge mensen die nog vol levensvreugde steken. Het verdient respect dat zij er alweer in geslaagd zijn om onze kleine honger tien dagen lang op een duurzame, gezonde en Gentse manier te stillen. Alleen tijdens die laatste ochtend moesten wij gebruikmaken van de diensten van de concurrentie: een man van The Foodmaker kwam rond met broodjes voor één euro. Super knapperig waren ze niet meer maar desalniettemin was ik gelukkig dat ik iets in mijn molen kon draaien.

Een man komt onze honger stillen met belegde broodjes. Hopelijk krijgt hij volgend jaar geen navolging van ijsventers die zich elke dag met hun frigobox tussen het volk wurmen.

Een man komt onze honger stillen met belegde broodjes. Hopelijk krijgt hij volgend jaar geen navolging van ijsventers die zich elke dag met hun frigobox tussen het volk wurmen.

Terwijl ik de laatste resten van m’n broodje stond door te slikken, werd ik aangeklampt door twee heren die enigszins uit de jaren zeventig weggelopen leken. Dat schiep meteen een band.

“Hallo, mogen wij u iets vragen?”, vroegen ze.

“Jazeker, maar laat mij eerst mijn broodje helemaal opfretten”, antwoordde ik.

“Oké”, zeiden ze beleefd, en ze wachtten geduldig tot ik de laatste kruimels in mijn keelgat had verzwolgen.

“Klaar! Steek maar van wal”, beval ik.

“Goed”, zei de ene, die duidelijk het hoge woord voerde. “Wanneer hebt u voor het laatst paling gegeten?”

“Zowat een maand geleden, in het voortreffelijke Japanse restaurant Amatsu.”

“Aha, de Amatsu. Hier een beetje verder, in de Hoogpoort?”

“Inderdaad.”

“Daar moet je natuurlijk geen paling eten maar wel sushi of sashimi…”

“Jamaar, godverdomme”, onderbrak ik hem gestoord. “Ik heb dat dáár en élders al gegeten. Ik wou eens iets op mijn bord dat ik nog nooit van mijn leven voorgeschoteld heb gekregen, en dan kwam de paling op Japanse wijze uit de bus als meest geschikte keuze.”

“Oké, sorry, ik begrijp het.”

“Allez, ‘t is toch waar, zeker?”

“Het is waar”, boog de man deemoedig het hoofd. “Mag ik u vragen hoe die paling klaargemaakt was?”

“Natuurlijk. Als ik het mij goed herinner, betrof het met teriyakisaus gegrilde paling…”

“Op een bedje van rijst?”

“Correct!”

“Vond u het lekker?”

“Ik vond het in één woord heerlijk.”

“Wel nu, die paling hebben wij gevangen.”

“Je meent het.”

“Yep. Wij zijn van Overmere, deelgemeente van…”

“Berlare! Overmere is immers het geboortedorp van voormalig minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht, een vooraanstaand liberaal politicus met een zekere lokale verankering.”

“Dat strookt volledig met de waarheid. Wat weet u nog meer van Overmere?”

“Euh. Niets?”

De twee keken me enigszins ontgoocheld aan. “Zegt het Donkmeer, ook wel bekend als Overmere Donk, u dan werkelijk niets?”

“Ik zeg het rechtuit: neen.”

“Dat is jammer. Ziet u, Overmere Donk is het grootste meer van Vlaanderen en niemand schijnt dat te beseffen.”

“Het grootste meer van Vlaanderen? Zo vlak bij Gent? Neen, dat besefte ik niet.”

“Het Donkmeer is vooral bekend bij hengelaars. Er zwemmen heel wat uitstekende vissen rond, waaronder dus ook de paling.”

“Ik heb zelf ook eens een paling gevangen, lang geleden.”

De twee keken me blij verrast aan. “Ja? Is dat zo? Wij hadden achter u nooit een visser gezocht.”

“Ik ben er dan ook allang mee gestopt, met dat vissen. Er zijn interessantere dingen in het leven, zoals bier drinken, côte à l’os eten, teksten schrijven, foto’s trekken, bier drinken, een fimpje kijken, pokeren, bier drinken, rel schoppen en mijn vrouw liefhebben. Maar toen ik jong was, vond ik vissen sporadisch een plezante bezigheid, zeker met een cassette van Led Zeppelin in mijn walkman.”

“En die paling, hoe groot was hij?” De twee suggereerden met hun vingers iets van een twintig centimeter.

“Hola, dat is geen paling. Dát is een paling”, zei ik lichtjes verontwaardigd terwijl ik met mijn handen een paling uitbeeldde van een halve meter lang.

“En hoe dik was ie?”

“Pakweg een kleine vijf centimeter doorsnee.”

De twee floten tussen hun tanden. “Pfieuw, da’s een paling gelijk ook wij er trachten te vangen. Smaakte hij een beetje goed?”

“Eerlijk gezegd: neen. Hij smaakte te veel naar modder.”

“Waar hebt u hem dan wel gevangen?”

“In de visvijver van een oude boer. Ik was achteraf gezien allang blij dat die paling niet naar mest smaakte.”

“Wist u dat de beste palingen van het land uit het Donkmeer komen?”

“Neen, maar ik begon het op dit punt in de conversatie wel al lichtjes te vermoeden.”

“Wel, de beste palingen van het land komen uit het Donkmeer.”

“Je meent het!”

“Wij leveren paling aan heel wat restaurants in Oost-Vlaanderen. Als u ergens in de buurt een uitmuntende paling verorbert, dan kunt u er donder op zeggen dat wij hem gevangen hebben.”

“Ik zal aan jullie denken als ik nog eens een paling op m’n talloor krijg.”

“Wij danken u daarvoor.” De twee bogen respectvol het hoofd.

“Mag ik jullie dan nu verzoeken een paling uit te beelden?”

De twee deden wat hen gevraagd werd, en daarmee was de kous af.

Twee palingvissers uit Overmere beelden hun prooi uit. "De beste paling vang je bij ons in het Donkmeer." Allen daarheen!

Twee palingvissers uit Overmere beelden hun prooi uit. "De beste paling vang je bij ons in het Donkmeer." Allen daarheen!

Met die laatste conversatie had ik wel genoeg materiaal voor m’n laatste Gentse Feestenverslag, oordeelde ik. Het zou verdomd nogal een verslag worden. Als ik er slechts drie dagen aan zou tikken, zou ik al opgelucht zijn. Vandaar dat ik thans ook opgelucht ben.

Maar dit is niet het einde. De Feesten, een tiendaagse marathon van uitputting, alcoholisme en botrammen mee uufflakke zijn dan wel voorbij, de echte meesterproef voor feestvierders volgt nog. “Wadde?!”, zie ik u al vragen. Ik herhaal: de echte meesterproef voor feestvierders volgt nog. Uiteindelijk zijn de Gentse Feesten maar een langgerekte voorbereiding op een andere discipline: de sprint. Die vindt over twee weken plaats in de vorm van de Patersholfeesten.

Wie de Gentse Feesten overleefd heeft, mag zijn conditie komen bewijzen op de Patersholfeesten.

Wie de Gentse Feesten overleefd heeft, mag de conditie van zijn lever komen bevestigen op de Patersholfeesten, halfweg augustus.

Over de Patersholfeesten heb ik lang geleden eens iets mogen schrijven voor De Morgen. Het was zowat het laatste zinvolle wapenfeit dat ik voor die krant mogen plegen heb. Van de jaar zal ik er weer staan met pen en papier en fotocamera, maar dan voor mezelf. In de tussentijd onderhoud ik mijn conditie in L’heure bleue, het café bij het Sint-Jacobs dat als één van de weinige de spirit gaande houdt ná de Gentse Feesten.

Alexis heeft z'n slaapkleed reeds aan op de laatste ochtend. Zo kan hij straks rechtstreeks in zijn nest duiken.

Alexis heeft z'n slaapkleed reeds aan op de laatste ochtend. Zo kan hij straks rechtstreeks in zijn nest duiken en liggen snurken tot de Patersholfeesten losbarsten.

M'n ex-collega Bart T'Jampens heeft na bijna tien dagen Feesten nauwelijks wallen die naam waardig. "Elke dag een beetje ganzenvet aan smeren", onthult hij zijn geheim.

M'n ex-collega Bart T'Jampens heeft na bijna tien dagen Feesten nauwelijks wallen die naam waardig. "Elke dag een beetje ganzenvet aan smeren", onthult hij zijn geheim.

Op de Vlasmarkt komen de oude en de jonge generatie elkaar tegen. Toch blijft er veel wederzijds onbegrip bestaan.

Op de Vlasmarkt komen de oude en de jonge generatie elkaar tegen. Toch blijft er veel wederzijds onbegrip bestaan.

Een eenzame man in tuinbroek schreeuwt zijn levenslust uit over de Vlasmarkt.

Een eenzame man in tuinbroek schreeuwt zijn levenslust uit over de Vlasmarkt.

Een jong gezinnetje leert bij over de Vlasmarkt. Nu weten ook zij dat er op de laatste dinsdag van de Gentse Feesten tot de noen geen doorkomen aan is.

Een jong gezinnetje leert bij over de Vlasmarkt. Nu weten ook zij dat er op de laatste dinsdag van de Gentse Feesten tot de noen geen doorkomen aan is.

Adrien en zijn vader Edmond Cocquyt sr. Senior is als deken van de Veldstraat en vice-prezedent van de Gentsche Sosseteit even vooraanstaand als de burgemeester zelf.

Vast gezicht op de Vlasmarkt Adrien en zijn vader Edmond Cocquyt sr. Edmond senior is als deken van de Veldstraat en vice-prezedent van de Gentsche Sosseteit even vooraanstaand als de burgemeester zelf.

Deze vagebond is in slaap gesukkeld nog voor hij zijn sigaret kon aansteken. Wie is er zo goed om hem alsnog een vuurtje aan te bieden?

Deze vagebond is in slaap gesukkeld nog voor hij zijn sigaret kon aansteken. Wie is er zo goed om hem alsnog een vuurtje aan te bieden?

Een man komt eens naar het laatste restje Feesten kijken. "Is dat nu de Vlasmarkt? Is dat nu het moment waar iedereen bij wil zijn? Een hoop zatte saucissen die met moeite nog op hun benen kunnen staan en zich seffens in slaap zullen kotsen? Awel, merci, zulle."

Een man komt naar het laatste restje Feesten kijken. "Is dat nu de Vlasmarkt? Is dat nu het moment waar iedereen bij wil zijn? Een hoop zatte saucissen die met moeite nog op hun benen kunnen staan en zich seffens in slaap zullen kotsen? Awel, merci, zulle."

Twee jongens uit Scheldewindeke. Jeroen is nog tamelijk nuchter, Thierry wil liever anoniem op de foto. "Hij ziet er nog altijd een beetje vaal in het gelaat uit doordat hij enkele weken geleden de sim-kaart van zijn gsm heeft ingeslikt", leggen zijn vrienden uit.

Twee jongens uit Scheldewindeke. Jeroen is nog tamelijk nuchter, Thierry wil liever anoniem op de foto. "Hij ziet er nog altijd een beetje vaal in het gelaat uit doordat hij enkele weken geleden de sim-kaart van zijn gsm heeft ingeslikt", leggen zijn vrienden uit.

Als je 's ochtends ronddwaalt op de Vlasmarkt, is het altijd opletten dat je niet over achteloos weggesmeten afval struikelt.

Als je 's ochtends ronddwaalt op de Vlasmarkt, is het altijd opletten dat je niet over achteloos weggesmeten afval struikelt.

Sebastian is de RoboCop van het Sfeerbeheer. Met hem valt niet te spotten.

Sebastian is de RoboCop van het Sfeerbeheer. Met hem valt niet te spotten.

Tot zijn laatste snik waakt Sebastian over onze veiligheid. Beschermd door een hard pantser valt het niet mee tot hem door te dringen.

Tot zijn laatste snik waakt Sebastian over onze veiligheid. Beschermd door een hard pantser valt het niet mee tot hem door te dringen.

Ondanks zijn genetisch ingebakken stoerheid toont Sebastian onder de juiste omstandigheden zijn menselijke kant.

Ondanks zijn genetisch ingebakken stoerheid toont Sebastian onder de juiste omstandigheden zijn menselijke kant.

Yves, met voorsprong de oudste punker van de Fiere Stede, heeft zonet een jonkvrouw aan de haak geslagen.

Yves, met voorsprong de oudste punker van de Fiere Stede, heeft zonet een jonkvrouw aan de haak geslagen.

Achter de schermen is het personeel van de Charlatan al begonnen aan de traditionele after-party, die in alle beslotenheid vaak enkele dagen aansleept.

Achter de schermen is het personeel van de Charlatan al begonnen aan de traditionele after-party, die in alle beslotenheid vaak enkele dagen aansleept.

De Vlasmarkt-dj's hebben hun platencollectie allang aan de wilgen gehangen, maar mensen blijven voort dansen op het ritme van hun eigen handgeklap.

De Vlasmarkt-dj's hebben hun platencollectie allang aan de wilgen gehangen, maar mensen blijven dansen op het ritme van hun eigen handgeklap.

Mijn laatste blik op de Vlasmarkt. Kust allemaal mijn kloten en tot volgend jaar!

Mijn laatste blik op de Vlasmarkt. Kust allemaal mijn kloten en tot volgend jaar!